Johannes Calvijn was een belangrijke Frans-Zwitserse christelijke theoloog tijdens de reformatie en is de naamgever van een protestants-christelijke stroming, het calvinisme. Als reformator wordt Calvijn vaak in een adem genoemd met Maarten Luther, die zijn 95 stellingen poneerde in 1517 toen Calvijn acht jaar oud was.
Jeugdjaren en studietijd
Calvijn wordt 10 juli 1509 te Noyon gelegen in Picardi in het noorden van Frankrijk geboren. Hij draagt de typische karaktertrekken van de bevolking uit deze streek: Uitwendig kalm, maar inwendig vurig en zelfs driftig. Hij is de zoon van Gérard Cauvin en Jeanne Lefranc en komt als vierde kind, van in totaal zes kinderen, in dit gezin ter wereld.
Vooral Calvijns moeder, afkomstig uit Kamerijk, oefent haar vrome invloed op haar zoon uit. Hij volgt onderwijs aan het College der Capetten, een jongensschool. Hij blijkt een ijverige leerling te zijn. Daarna verblijft hij in Parijs als leerling van het college de la Marche, waar hij door Mathurin Cordier onderwezen wordt in het Latijn en de Franse taal. Ook bezoekt hij nog enige tijd het college Montaignu. Het was hier hard werken onder een strenge zwijgplicht.
In Parijs, Orléans en Bourges studeerde hij rechten en letteren. In 1532 gaf hij zijn eerste boek uit. Het betrof een uitleg van Senecas werk De Goedertierenheid. Dit boek is een hulde aan Erasmus van Rotterdam, die in 1529 een grote Seneca uitgave het licht had doen zien. Het boek heeft nog een meer humanistische dan Bijbelse inhoud.
Hervormingsgezind
Reeds op Allerheiligen in het jaar 1533 laat hij door zijn stille medewerking aan de rectorale rede van zijn vriend Nicolaas Cop te Parijs reeds merken de beginselen van de Reformatie te zijn toegedaan. De rede gaat over de tekst: Zalig zijn de armen van geest. Hij eindigt met de, in een tijd van vijandschap tegen de hervormingsgezinden, veelzeggende vraag: Is het recht dat wij meer de mensen zoeken te behagen dan God? Moeten wij hen vrezen, die het lichaam kunnen verderven, maar die geen macht hebben over de ziel? Evenals Nicolaas Cop moet hij uit Parijs vluchten.
In deze periode van zijn leven is zijn verblijf te Saintonge belangrijk. Onder de schuilnaam Charles d'Espeville raadpleegt hij in die plaats een uitgebreide bibliotheek en verzamelt hij reeds de bouwstoffen voor zijn Institutie. In het jaar 1534 gaat hij vervolgens daadwerkelijk tot de Reformatie over. Hij bedient dan voor vele vluchtelingen in de grotten van St. Benoét en Crotelles een uur gaans van Poitiers voor het eerst het H. Avondmaal.
Na een aantal omzwervingen ziet in het jaar 1536 de eerste uitgave van zijn Institutie - Latijn: Institutio religionis Christianae - te Basel, het licht. Dit boekwerk, waarin hij het geheel van de Christelijke leer samenvat, zal hij vervolgens bij iedere herdruk tot aan het einde van zijn leven aanvullen en uitbreiden. Wij mogen het dus terecht een levenswerk noemen!
De eerste periode in Geneve
In 1536 komt hij in Geneve aan. Deze stad is op dit moment een zelfstandige staat. Een van de predikanten, Guillaume Farel, bezweert hem hier te blijven en in deze stad mee te werken aan het werk van de hervorming. In 1537 treffen we hem daar zelf als predikant aan. Calvijn wenste niet alleen de leer te hervormen. Hij wilde ook dat Gods Woord het leven van de burgers van Geneve zou stempelen. Dit bracht hem in conflict met de libertijnse gezindheid (vrijzinnige gezindheid) van de aanzienlijke burgers van Geneve. In 1538 wordt hij, vanwege de felle strijd die ontbrand is, gedwongen de stad te verlaten.De jaren in Straatsburg
Hij begeeft zich nu naar Straatsburg. Hier trouwt hij met Idelette van Buren, de weduwe van de wederdoper Jean Stordeur. In 1546 wordt er een zoon geboren, die echter al snel overlijdt. In Straatsburg leert hij Melanchton en Bucer kennen. Vooral Bucer oefent hier grote theologische invloed op Calvijn uit. Hij werkt in deze plaats ook aan een protestantse liturgie. In 1539 verschijnt een eerste psalmboek met 18 psalmen met daarbij de berijmde Geloofsbelijdenis, de Lofzang van Simeon en de Tien geboden. Vijf van deze psalmen zijn door Calvijn Calvijn zelf berijmd. De andere door Clément Marot, de Franse hofdichter. In 1540 komen formulieren voor de kerkdiensten en voor de bediening van Doop en Avondmaal van zijn hand. Het Avondmaal werd in Straatsburg om de veertien dagen gehouden. Het werd bediend terwijl de deelnemers om de Tafel zaten. Ook komt zijn eerste Bijbelcommentaar in deze periode van zijn leven van de pers. Het is een uitleg van de brief aan de Romeinen.
De tweede periode in Geneve
In 1541 wordt Calvijn vanuit Straatsburg naar Geneve teruggeroepen.Hij zal er nu tot zijn dood in 1564 blijven wonen. Een brief van Guillaume Farel geeft de doorslag om hem te laten terugkeren. Na lang aandringen stemt Calvijn toe. Hij schrijft bij deze gelegenheid aan Farel: Ik breng mijn hart de Heere ten offer. Deze uitspraak vinden wij terug in zijn persoonlijk zegel. Een hand omvat een hart met daarbij de lijfspreuk : "Het geslachte hart bied ik ten offer aan".
Calvijn krijgt nu alle medewerking van de raad van de stad. Een woning wordt hem ter beschikking gesteld in de Kanunnikenstaart, de tegenwoordige Rue de Calvin. Hij woont daar vlak bij de Saint Pierre. Hem wordt een tractement toebedeeld van 500 florijnen. Alle kosten van de verhuizing vanuit Straatburg naar Geneve nam de raad voor haar rekening.
Opmerkelijk is, dat Calvijn na zijn terugkeer de draad van de prediking gewoon weer opvat, waar deze was blijven liggen. Hij vervolgt de stof, waar hij bij zijn vertrek uit Geneve gestopt was. Tijdens deze nieuwe periode van ambtelijk werk in de gemeente heeft Calvijn veel steun ondervonden van zijn collega Pierre Viret
Direct na zijn terugkomst begint hij aan het uitwerken van een nieuwe kerkorde. Hij oefent al zijn invloed uit om er de theocratie in te voeren. Gods Woord en Geboden dienen het leven van alle burgers te stempelen.
Velen, die de beginselen van de Reformatie waren toegedaan wenden zich vanuit heel Europa tot hem om advies.
Hij legt er de grondslag voor een theologische opleiding en doceert ook zelf. Vele latere bekende theologen hebben door de colleges , die hij gaf, zijn invloed ondergaan. In de John Knox Chappel, die zich direkt naast de Saint Piere Cathedrale (Sint Pieterskerk) bevindt, bevindt zich een gedenksteen met de veelzeggende spreuk: Hier doceerde Johannes Calvijn de Gereformeerde geloofsleer.
Naast zijn Institutie zijn vooral zijn Bijbelcommentaren bekend. Daarin zijn alle boeken van de Bijbel behandeld uitgezonderd het laatste Bijbelboek, dat van de Openbaring.
In zijn preken volgde hij bij de tekstkeuze de lectio continua. Dat wil zeggen dat zijn tekstkeuze bepaald werd door een doorlopende lezing van de Bijbel. Hij preekte dus bijvoorbeeld tijdens het Kerstfeest eenvoudig over de stof, die op dat moment de orde was.
Calvijn voerde hiernaast nog een uitgebreide correspondentie.
Veel brieven van hem zijn bewaard gebleven en vormen mede een bron van kennis over deze grote theoloog. Zo onderhield hij contacten door geheel Europa. Zijn theologische invloed oefende hij vooral uit in Frankrijk, Nederland en Engeland. In Zwitserland zelf blijft zijn invloed echter beperkt. Als reformator van Zwitserland moet eerder Ulrich Zwingli genoemd worden.
In Calvijns theologie staat centraal de belijdenis van de soevereine God. Het geloof aan de predestinatie droeg zijn hele levenshouding. Hij wist zich van God volledig afhankelijk. Hij hecht een groot belang aan Gods Wet en eist van daar uit heel de wereld voor Christus op. Daarbij ziet hij uit naar de komst van Gods Rijk. Bij dit alles staat bij Calvijn de eer van God steeds voorop en hij wil van daar uit zijn hele leven voor de Heere dienstbaar maken.
Door deze grote eerbied voor God is Calvijn bovenal een Schrifttheoloog.
Wat het Avondmaal betreft is er een blijvend verschil tussen de leer van Calvijn en Luther. Met de Zwinlianen kwam het door inspanningen van Calvijn en Bullinger tot een overeenstemming: De Consensus Tigurinus (1549).
Een zwarte bladzijde uit het leven van Calvijn is de confrontatie met Michael Servet. Michael Servet was een geleerde van niet gering belang. Hij is bekend als de ontdekker van de bloedsomloop. Als theoloog was hij echter een bestrijder van de leer van de Drie-eenheid. Hij wil niet weten van drie Personen binnen de Godheid, maar spreekt van drie krachten. Hij polemiseerde tegen Calvijns Institutie in zijn boek, dat de titel droeg "Restitutio Christianismi", herstel van het Christendom. Het verscheen anoniem in 1553.
Op een gegeven moment waagt hij zich binnen de muren van de stad Geneve. Zondag 13 augustus 1553 zit hij daar onder het gehoor van Calvijn in de Madeleine-Kerk. Daar wordt hij herkend en gevangen genomen. Naar de opvattingen van die tijd kon een ketter, die de Drie-eenheid loochende niet anders dan met de dood bestraft worden. Hij werd tot de brandstapel veroordeeld. De trechtstelling vond plaats op de heuvel van Champbel buiten de stad.
De Institutie
De eerste uitgave van de Institutie verschijnt in het jaar 1536 te Basel. Calvijn is dan pas 26 jaar oud. Hij is op dat moment diep geschokt door de maatregelen, die in zijn geboorteland Frankrijk tegen de protestanten genomen worden. Daarom laat hij zijn boek voorafgaan door een brief gericht aan de franse koning Frans I. Hij laat in zijn Onderwijzing in de Christelijke Godsdienst zien, wat de zuivere reformatie werkelijk op het oog heeft. In de loop van zijn leven verzorgt Calvijn zowel uitgaven in het Latijn als in de Franse taal. De laatste druk verschijnt 5 jaar voor zijn sterven in 1559. Van deze editie is in de vertaling door dr. A. Sizoo gebruik gemaakt. Calvijns levenswerk is dan inmiddels uitgegroeid van 6 tot 80 hoofdstukken. Deze laatste uitgave bestaat uit 4 boeken, waarin achtereenvolgens behandeld worden:deel 1: De kennis van god de Schepper
deel 2: De kennis van God de Verlosser in Christus
deel 3: De wijze, waarop de genade van Christus verkregen wordt, met haar vruchten en werkingen.
deel 4: De uiterlijke hulpmiddelen, door welke God ons tot de gemeenschap met Christus nodigt en in dezelve houdt.
Of in het kort samengevat:
deel 1: De Schepper
deel 2: De Verlosser
deel 3: De De Heilige Geest
deel 4: De De Kerk
We herkennen in deze opbouw van de Institutie gemakkelijk de orde die ook de Apostolische Geloofsbelijdenis volgt.
Naast dit levenswerk bestaan er van de hand van Calvijn Bijbelcommentaren op alle Bijbelboeken behalve dat van De Openbaring.
Calvijn's kerkorde
In slechts 3 weken was het ontwerp kerkorde gereed. Dit ontwerp werd echter niet voetstoots door de raad aangenomen. Calvijns bedoeling was oorspronkelijk, dat elke maand in ieder van de drie aanwezige kerken het Avondmaal bediend zou worden. Niet de kerkeraad, maar de raad van de stad, bepaalde tenslotte dat het Avondmaal slechts vier maal per jaar gehouden zou worden. Vooral over de bevoegdheid tot excommunicatie was en bleef een heet hangijzer. Calvijn hield staande dat het consistorie (vergadering van predikanten en ouderlingen) deze bevoegdheid had. De raad echter hield vol, dat het consisitorie dien aangaande alleen voorstellen aan de raad kon doen, die het excommunicatierecht aan zich wilde behouden.
Dit alles had uiteraard te maken met de levenswandel van de betrokkenen!
Tenslotte werden de Kerkelijke ordinaties tijdens een volksvergadering, gehouden in de St. PierreSaint Piere, algemeen aanvaard.
In Calvijns optiek behoorde de kerk de richtlijnen te geven voor het godsdienstige en het maatschappelijke leven. De overheid behoorde de kerk daarin te volgen en met haar gezag de ware dienst van God te bevorderen.
Bij het opstellen van de Ordinanties wilde Calvijn, dat het leven weer zou worden als in de eerste tijd van de Christenheid. Het was hem er om te doen, dat de beginselen van de Bijbel gestalte zouden krijgen in de dagelijkse handel en wandel van de Geneefse burgerij.
Calvijn noemt in zijn kerkorde 4 ambten:
* Predikanten
* Doctoren of Leraars
* Ouderlingen
* Diakenen
De predikanten bedienen het Woord en de Sacramenten. Met het tweede ambt bedoelde Calvijn de leraren in de scholen en later zij, die werkten aan de opleiding van de predikanten. De ouderling vormt voor hem het derde ambt. Volgens Calvijns ambtsopvatting bekleedt de ouderling de centrale plaats in de regering van de kerk. Aan deze ambtsdrager is het opzicht over de levenswandel van de leden van de gemeente toevertrouwd. De ouderling gaat om dit opzicht uit te oefenen op huisbezoek.
Het vierde ambt is dat van de diakenen.
Calvijn kende twee soorten diakenen: De beheerders van de kerkelijke fondsen. De verzorgers van zieken en behoeftigen.
Er was een hospitaal met twee afdelingen:
Een ziekenhuis.
Een tehuis voor ouden van dagen en weduwen en wezen.
Verder waren er nog allerlei andere instellingen van liefdadigheid.
Verder bevatten Calvijns Ordinanties nog aanwijzingen voor:
Bediening van Doop en Avondmaal
De huwelijksinzegening
De begrafenis
Het bezoeken van zieken en gevangenen
De catechese voor de jeugd
Deze nieuwe kerkorde van Geneve heeft overal in Europa, waar de Hervorming doordrong, veel navolging gevonden.
Het Avondmaal bij Calvijn
Calvijn wenste de eenheid in de beweging van de Reformatie te bewaren.
Het bleek mogelijk op het punt van het Avondmaal tot een overeenstemming te komen met de Zwinglianen.
In 1549 kwam er een consensus tot stand tussen Calvijn en Bullinger te Zurich, de Consensus Tigurinus.
Calvijn en Bullinger werden het er over eens, dat de Heilige Geest voor degenen, die gelovig aan het Avondmaal deelnemen aan de tekenen van brood en wijn de genade verbindt.
Met de volgelingen van Luther lukte het niet een overeenstemming te bereiken.
Reeds twintig jaar eerder, in het jaar1529, had over de verschilpunten inzake het Avondmaal tussen Luther en Zwingli een godsdienstgesprek plaats op het slot te Marburg.
Dit gesprek werd gehouden op inititiatief van Philips van Hessen.
De vorst beoogde meer politieke eenheid in de beweging van de Reformatie tot stand te brengen om zo in het geschil met keizer Karel V sterker te staan met het oog op de komende Rijksdag te Augsburg (1530).
Deelnemers waren naast Luther de theologen Melanchthon, Justus Jonas, Johannes Brenz, Osiander en anderen.
Aan Zwingli's zijde stonden o.a. Oekolampadius en Bucer.
Het gesprek ging over de vraag op welke wijze Christus in het Avondmaal tegenwoordig is.
Over dit geschilpunt werd helaas geen overeenstemming bereikt.
Luther kon, volgens zijn zeggen, wel Christelijke liefde jegens de Zwitsers opbrengen, maar geen broederlijke liefde.
Door dit onverbiddelijke standpunt in te nemen moet Luther als de oorzaak gezien worden van een blijvend verschil tussen de Luthersen en de Gereformeerden.
Melanchthon weigerde in deze strijd, ondanks aandingen van Calvijn, partij te kiezen. Dit leide tot een definitieve breuk.
De antwoorden 47 en 48 in de Heidelbergse Catechismus dragen van deze tweespalt nog steeds de sporen.
Calvijn en het Onderwijs
Calvijn heeft ook enorme betekenis gehad voor de ontwikkeling van het onderwijs.In het jaar 1556 bezoekt Calvijn Straatsburg om zich te laten adviseren door Johannes Sturm. Deze staat daar aan het hoofd van een beroemde gymnasiale academie.
Reeds bestond in Geneve een Latijnse School, het College de la Rive. De leiding had hier Castellio.
Nu moest er als vervolg op deze opleiding een theologische faculteit voor de opleiding van predikanten komen. Hierbij had Calvijn niet alleen het oog op Geneve, maar ook op de kerken in het buitenland.
Ook een juridische faculteit kon niet gemist worden, waar men opgeleid kon worden voor allerlei staatsambten.
Tevens moest er een medische faculteit komen opdatde lijdende mensheid niet verstoken zou blijven van goede geneesheren. Hierbij heeft de Hervormer opnieuw het oog op zegenrijke betekenis van de kerk voor het geheel van de samenleving.
Wetenschappelijk gevormde dienaren van het Woord waren volgens Calvijns opvatting voor de kerk onmisbaar. De theologie wordt de moeder en motor van alle verdere wetenschappelijke ontwikkeling, die ten dienste van de samenleving moet staan.
Calvijns Academie is er gekomen. Er vond een algemene geldinzameling plaats waar ieder aan bijdroeg.
Binnen de Academie werd onderscheiden in:
- De schola privata. Hier in werd de latijnse school voortgezet en deze vormt dus de vooropleiding.
- De schola publica. Hierin werden de colleges gegeven in de verschillende faculteiten en vakken.
Vanwege ruimtegebrek door de groei van het aantal studenten gaven Calvijn en Beza hun colleges vanaf 1562 in de oude kerk Notre-Dame-la Neuve, vlak bij de Saint Pierre. Hierdoor kreeg dit gebouw de naam le Auditoire, de gehoorzaal.
Meerdere Nederlandse theologen van naam hebben hier het onderwijs van Calvijn genoten: Gaspar van der Heyden - voorzitter van de eerste Hervormde synode te Emden
- Guido de Bres - Opsteller van de Nederlandse Geloofsbelijdenis
- Jean Taffin - hofprediker van Willem van Oranje
- Pierre Loyseleur de Villiers - hofprediker en raadsman van Willem van Oranje
- Marnix van St. Aldegonde
- Caspar Olevianus
Theologische Faculteit Univ. van Geneve, bibliotheek (tegenover Reformatiemonument!)
Literatuurlijst
- G.P. van Itterzon - D. Nauta, Geschiedenis van de Kerk, Kampen 1964
- Oosthoeks Encyclopedie, Utrecht 1964
- D. Nauta, Guillaume FAREL, Amsterdam 1978
- W.F. Dankbaar, Calvijn zijn Weg en Werk, Nijkerk
- G. Bouwmeester, Caspar Olevianus en zijn Reformatorische arbeid, `s-Gravenhage 1954
- G. Bouwmeester, Zacharias Ursinus en de Heidelbergse Catechismus, `s-Gravenhage
- W. von Loewenich, Martin Luther, der Mann und das Werk, Munchen 1983
- Diverse artikelen te vinden op het Internet, waarnaartoe enkele links zijn ingebracht
Bron: Nujij Blogger
Laat een reactie achter
Lid sinds 2 jaar
223 reacties geplaatst
170 artikelen beoordeeld
77 artikelen geschreven
Gerelateerde artikelen
Nils-Peters beveelt aan
- Is er trouwens iemand op het xead-feest , die madam-ex heeft gezien ?
- Houd je kankerkop!..het is geen vraag.
- Derek ogilvie - kan hij echt met onze nabestaanden praten of is het een pure oplichter.
- Wil je enkele knappe vrouwen bewonderen?
- Ik geef de pen door aan………(2)
- Kikafonie in de lappenmand, jack wil alle aandacht, komt dit wel goed met het xead geheim?
- Tien tips om \'computer blessures\' tegen te gaan
Gerelateerde onderwerpen
Wil je ook geld verdienen?









