9 mei 2011, een verschrikkelijk bericht bereikt de liefhebbers van het wielrennen. Wouter Weylandt, een jonge Belgische sprinter is dodelijk verongelukt in de Giro d'Italia. Weer tijdens een afdaling treft het noodlot een coureur.

9 mei 2011, een verschrikkelijk bericht bereikt de liefhebbers van het wielrennen. Wouter Weylandt, een jonge Belgische sprinter is dodelijk verongelukt in de Giro d'Italia. Weer tijdens een afdaling treft het noodlot een coureur. Zijn vrouw, in verwachting van hun eerste kind, blijft achter.

Wielrennen een extreme sport, waar het uiterste van de mens wordt gevergd. Daar waar normale stervelingen zelfs te voet niet omhoog te krijgen zijn moet een coureur op de fiets de tocht omhoog maken. Daar waar een normale sterveling in zijn auto in de twee of drie, met maximaal 50 kilomter per uur, omlaag rijdt, zoeft een coureur met een snelheid van 70 tot bijna 100 km omlaag. Dagelijkse tochten van 200 kilomter of meer moet een coureur afleggen als deelnemer aan een grote ronde.

Wielrennen, een sport met een groot publiek. Een sport waar de massa het uiterste vraagt van de deelnemers. Waar iedere dag weer de verwachtingen hoog gespannen zijn en de gekte deel is van het publiek. De sport waar de controle van de sporter het grootst is. Waar de deelnemers geacht worden op een broodje pindakaas, een bordje spaghetti en een flesje koude thee de grootste ontberingen te doorstaan. Een geteste coureur mag, bijvoorbeeld, geen sporen van caffeïne in zijn plas hebben. Maar, tja, dat kan toch niet, want een van de grote sponsoren is Coca Cola en regelmatig krijgt de renner een blikje van dat bruine spul in zijn handen gedrukt.

Men vindt nanosporen van het een of geen. Dat vereist dat men zeer geavanceerd moet zoeken. Zoekt omdat men iets wil vinden, want wielrennen is inmiddels synoniem verklaard aan gebruik van middelen. Controleert men voetballers ook op nanosporen glenbuterol of coffeïne? Natuurlijk niet, dat zou een lawine aan protesten veroorzaken.

Wielrenners moeten niet zeiken. Ze weten dat ze de meest absurde bergen op moeten, levensgevaarlijke afdalingen moeten volbrengen, ook al de weg spekglad is, harder moeten rijden dan verleden keer en zich letterlijk moeten uitkleden om te laten controleren op wat men net verzonnen heeft. De wielrenner wordt behandeld als zijnde de misdadiger onder de sporters.

Jonge mannen en vrouwen die een geweldige prestatie verrichten, iedere keer weer, worden op steeds steilere bergtoppen gejaagd, steeds gevaarlijkere afdalingen omlaag gebonjourd. Totdat, ja totdat het weer eens goed mis gaat. Valpartijen horen bij dit vak, dat weet iedereen. Regelmatig ligt een deel van het peloton op  straat. Regelmatig worden coureurs afgevoerd richting ziekenhuis. Vaker staan ze weer op, verbijten de pijn en rijden door, want je hoort hard te zijn.

Gelukkig gebeurt het zelden dat een coureur echt liggen blijft. Dan is het meestal ook goed raak. Wereldkampioen Jean Piere Monseré die op een tegemoetkomende auto klapt en op slag dood is. Een auto, die niets te zoeken had op het parcours. De Raborenner Kai Reus die tijdens een stage in de bergen ten val komt en het net overleeft. Joop Zoetemelk die na een uiterst zware val moeizaam weer terug kan komen. De Italiaanse renner Fabio Casertelli die in een afdaling de dood vindt. En nu Wouter Weylandt, een jongeman van 26 jaar, die tijdens een afdaling ten val komt en overlijdt.

Het leven kent een einde, de dood. De vraag die men zich moet stellen is of dat einde dichterbij moet worden gebracht omdat de toeschouwer nog meer spetakel wil en de organisatoren dat spektakel willen leveren. De vraag is wat nog net wel en wat niet verantwoord is. Mensen op een fiets een modderpiste opsturen in de hoop dat het de kijker zal bevallen, zoals we dat in de Giro 2010 zagen? Mensen op een fiets langs een afgrond jagen en hopen dat ze net niet vallen, want dan kijkt de halve wereld?

Of gaat men verantwoord om met de mooiste aller sporten? Iemand die zelf fietstochten heeft gemaakt weet dat het gevaar vaak schuilt in de onoplettendheid van de ander, in de toestand van het wegdek, in het risico dat men bereid is te nemen en in de onachtzaamheid, die ontstaat als men moe wordt. Al deze factoren gelden ook voor beroepsfietsers. Voor hen legt men de lat nog veel hoger door het parcour onverantwoord moeilijk te maken. Wordt de wedstrijd daardoor beter of spannender? Neen, want er zijn grenzen aan wat hij of zij kan presteren. De ultieme grens is gisteren weer eens bereikt: een beroepsrenner, die door die onverantwoordelijke optopping van de grenzen de hoogste prijs moest betalen.

Als wij, de wielerfans, de organisatoren nou eens zouden laten weten dat het voor ons niet nog erger en moeilijker hoeft, zou dat helpen de vele valpartijen te verminderen? Het maakt deze prachtsport vermoedelijk wel mooier, want de deelnemers kunnen zich dan richten op het winnen en niet langer op het overleven.

6
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+1 -0- x

robxead schreef op 10 May 2011 om 14:44

Mooi geschreven

+1 -0- x

rinajansen schreef op 10 May 2011 om 15:54

verschrikkelijk gewoon ik heb de beelden gezien zo erg :(

+0 -0- x

draak schreef op 10 May 2011 om 20:35

Indrukwekkend was de wijze waarop het peleton vandaag afscheid nam van een collega en een vriend. Hoe gruwelijk dit ongeluk weer was, hoe ongelooflijk de wijze waarop ze Wouter Weylandt vandaag hebben geëerd. Hulde!

+0 -0- x

thoff schreef op 27 Nov 2011 om 02:37

niets toe te voegen helemaal mee eens!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: