Dit is het eerste deel van een volgverhaal dat ik samen met mijn partner in Crime aan het schrijven ben. Sommige stukken kunnen als schokkend ervaren worden. Laat je daardoor niet van de wijs brengen. Het gaat om pure fictie voor ons. Jammer genoeg is dit voor niet iedereen het geval.

Moeder natuur laat zich vandaag van haar beste kant zien. De strakblauwe lucht wordt slechts hier en daar onderbroken voor een op een wattenbol lijkende wolk. De zon strooit uitbundig zijn gouden stralen in de rondte, een zacht briesje laat de langzaam naar roodgeel verkleurende bladeren ritselen aan de kaler wordende takken van de machtige eik die eenzaam in het midden van het grasveld staat. Rond de voet van deze majestueuze boom ligt over het groene tapijt een deken van eikeltjes en de bijbehorende dopjes.
Over het witte grindpad dat zich door het stadspark slingert loopt Constanze genietend van de frisse nazomerlucht gedachteloos met het knopje van de rekbare hondenriem te spelen.
Op ongeveer tien meter afstand loopt een stoere wolfshond Kiernan over het grasveld te snuffelen. Zijn reflecterende halsband schittert opvallend tussen de lange donkergrijze haren van zijn dikke, ruige vacht. Die band heeft ze aangeschaft om de hond makkelijker in het donker terug te vinden. Vooral in de schemertijd valt zijn grauwe kleur weg tegen de bossages langs het voetpad waar ze elke avond haar laatste rondje maakt.

Ze ziet dat ze het groepje bomen nadert waarachter zich een klein vennetje bevind. De laatste keer was Doenja daar het water in gesprongen om achter een koppel eenden aan te jagen. De geur van de rottende waterplanten had zich vastgezet aan de haren van zijn poten. Na een dag was de geur in huis niet te harden meer geweest ondanks de wasbeurt met de speciale hondenshampoo die ze hem gegeven had.
Om een herhaling van de stankoverlast te voorkomen roept Constanze de hond bij zich. Ze ziet de machtige kop omhoog komen en met kennelijke tegenzin komt hij langzaam haar kant op. Op twee meter afstand ziet ze dat de kop weer omlaag zakt. Kennelijk heeft hij een geur geroken die hij interessanter vind dan haar commando om voor te komen.
Constanze doet een stap in zijn richting, ze kent hem langer dan vandaag en als hij iets ruikt dan wil hij er wel eens in gaan liggen rollen. En meestal zijn dat de geurtjes die voor een hond erg aantrekkelijk zijn, terwijl voor een mens op zijn zachtst gezegd onaangenaam.
Verder als één stap komt ze niet omdat het machtige lijf van  zich in een draf  richting de bomen, en dus ook het vieze water begeeft.
"Hè verdorie Kiernan. Kom hier!" Er komt zelfs niet de kleinste reactie in het tempo of de richting die de hond volgt. Er zit niets anders op dan achter hem aan gaan. Misschien kan ze op die manier de schade beperken tot een minimum.

Ze ziet hoe het grote lijf zich moeiteloos door de struiken begeeft. Zelf heeft ze daar wat meer moeite mee en de doornen van de slingerende braamstruik haken zich vast in haar spijkerbroek. Van enkelen voelt ze hoe die zich door de stof heen dringen en haar huid open halen.
Over de takken heen kijkend ziet ze iets vreemds liggen aan de rand van het water. Het lijkt wel een zwarte glimmende berg. Als ze naderbij komt ziet ze dat het een groot stuk landbouwplastic is. Van onder het plastic steken de punten van een aantal grijze vuilniszakken uit.
Kiernan loopt zacht jankend om de zakken heen te snuffelen. Kennelijk zit er iets in wat zijn aandacht heeft maar waar hij toch zijn tanden niet in durft te zetten. Wanneer het gewone zakken met huisvuil waren geweest dan had hij zich er al op uitgeleefd en de stukken uit de zakken gescheurd om te zien of er iets eetbaars voor hem tussen zit.

Constanze twijfelt. Haar eerste reactie is de politie inlichten over deze illegale dump. Haar onderbuikgevoel vertelt haar iets anders.

Voorzichtig nadert ze de plek er goed oplettend waar ze haar voeten neerzet. Rond het zwarte plastic is de grond vertrapt door verschillende mensen. De voetafdrukken die in de natte grond zijn achtergelaten laten zien dat hier zeker drie mensen aanwezig zijn geweest.
Met een stok die ze vlak naast de dumpplek heeft gevonden, tilt Constanze voorzichtig het zwarte zeil wat omhoog. Eén van de vuilniszakken is niet helemaal dichtgebonden. De lucht die uit de berg omhoog stijgt is die van rottend vlees. En wat ze ziet van de inhoud van de half geopende vuilniszak laat haar maag in opstand komen.
Het lijkt wel de poot van een klein dier. Maar dan bijna zonder vel. En waar nog wel vel zit zijn diepe afdrukken te zien van verwondingen.
Van schrik laat ze de stok vallen. Op dat moment probeert Kiernan zijn neus onder het plastic te schuiven. Constanze grijpt hem bij de halsband en trket hem zo goed als maar lukt, weg. Met haar andere hand voelt ze in haar zak naar haar telefoon. Haar vader heeft vroeger recherche werk gedaan. Die zal haar wel kunnen zeggen wat ze moet doen.

De telefoon gaat over.
"Met van Diepen" klinkt het aan de andere kant van de lijn.

‘Pap, je moet meteen hierheen komen.’
Zonder inleiding geeft ze haar vader helemaal geen verklaring over het hoe en waarom. Haar vader, herkend de paniek in zijn dochters stem. En begint meteen met zijn recherchestem haar te kalmeren.

‘Hallo, liefje. Ik begrijp dat er iets ernstigs is gebeurd. Anders zou je me niet op deze manier bellen. Maar begin bij het begin en dan kom ik zo naar je toe.’

Constanze vertelt haar vader, dat ze zoals gewoonlijk met Kiernan haar avondrondje door het park aan het lopen was. Plotseling ging de hond er als een speer vandoor en vondt ze de grijze zakken bij het vennetje. ‘Je weet toch wel dat is pap? Je moet nu hierna toe komen. Er is iets vreselijks gebeurt.’ Haar vader hoort dat de paniek weer opnieuw opkomt en stelt haar gerust door te melden dat hij al op weg is naar de auto en er binnen 10 minuten zal zijn.

Als haar vader heeft opgehangen, blijft Costanze vertwijfelt naar de zakken staan staren. Ondertussen heeft ze de grootst mogelijke moeite om Kiernan bij de zakken vandaan te houden. Ze besluit om Kiernan vast te maken aan een boom door haar riem om de boom heen te halen. Haar armen waren al aan het trillen van het in bedwang houden van de grote wolfshond. Vertederd moest ze ondanks alle ellende denken aan de dag dat ze voor hem viel.

Hij was de laatste pup uit een nest van negen. Ze had altijd al een wolfshond willen hebben, maar het was er gewoon niet van gekomen. Met een vriendin was ze een keertje gaan wandelen en toen kwamen ze langs een boerderij. De vader, een formidabele reu, stond aan de poort te blaffen. Constanze aaide hem en hij liet zich de aanrakingen wel bevallen. De boer kwam al aanlopen en zag hoe zij met de hond omging. Het gesprek kwam van het een op het ander en toen kwam naar voren dat er nog 1 pup over was. En Constanze en haar vriendin werden uitgenodigd om te komen kijken.

Een blik op het “kleine” puppie en ze was verkocht. Ze mocht hem zo meenemen van de boer met als enige voorwaarde dat ze heel goed voor hem zou zorgen. En zo had ze Doenja mee naar huis genomen en waren ze onafscheidelijke vrienden voor het leven geworden.

Kiernan zat een beetje te piepen en af toe laat hij een grom horen. Hij is het er absoluut niet mee eens dat hij hier vastgebonden zit aan een boom. Normaal is zijn baasje niet zo wreed en mocht hij overal vrij rondlopen.

Constanze hoopt maar dat haar vader er snel aan zal komen. Ze vind de plek griezelig en bij ieder geluidje schrikt ze op om schichtig over haar schouder te kijken. Ze besluit om bij Kiernan te gaan staan om zijn geruststellende warmte te voelen. Zou er onverwacht iemand te voorschijn komen, heeft ze de riem zo los en weet ze zeker dat hij haar zal beschermen.

Tien minuten zijn normaal zo om, maar als je in een donker bos zit te wachten, lijken het wel uren. Plots hoort ze iemand aan komen lopen. Haar vader vermoedde wel dat zijn dochter een beetje bang zou zijn en roept al haar naam zodat ze weet dat hij het is.

Ze springt op en werpt zich in zijn armen om getroost te worden. Na een tijdje laat haar vader haar los en vraagt waar de zakken liggen.

Samen lopen ze er naar toe en Kiernan begint nu toch echt te janken en wil met hen mee.

‘Hier is het pap. Wat denk jij dat dit te betekenen heeft?

3
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

doortje schreef op 01 Nov 2011 om 07:39

Prachtig geschreven Trudy!
Tja, ik ben bang dat hier geen teddyberen inzitten ...
Duim!

+0 -0- x

Marinus schreef op 01 Nov 2011 om 11:51

Jij (jullie) springen qua schrijfstijl ver boven de middelmaat uit. Dikke duim en (volg) fan.

+0 -0- x

marion1002 schreef op 01 Nov 2011 om 13:40

Je hebt mijn eerste stuk ook geplaatst, leuk meid en wat een mooi compliment van Marinus, dank je wel hoor

+0 -0- x

Kirsti schreef op 01 Nov 2011 om 22:31

Heel mooi ga het volgen en tevens nog binnenkort je eerder verschenen artikelen lezen!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: