Amsterdam gaf door de gemeente aangekocht BKR kunstwerkken terug aan de kunstenaars

AMSTERDAM GAF KUNSTENAARS BKR-WERK TERUG

Artikel W. E. op 05 december '94, 00:00, bijgewerkt 15 januari '09, 20:47

Geannoteerd door Fred van der Wal 5 jan. 2011

Op stellingen in de kelders van een oude (Amsterdamse) havenloods liggen 60.000 schilderijen, beelden, objecten, wandkleden en werken op papier opgeslagen. Vroeger lagen ze in het veem Willem I aan de Cruquiusweg in een niet al te beste conditie, het vroor er binnen even hard als buiten. Loods 6 van de opgeheven Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij in het oude havengebied van Amsterdam is geklimatiseerd, de bewaarconditie is nu redelijk. De verzameling omvat werk van 1200 kunstenaars uit een reeks opeenvolgende generaties.
Karel Appel zit erin, Corneille, Lucebert, Jan Sierhuis, Jan Dibbets, Ger van Elk, Pieter Holstein, Fred van der Wal en Armando. Bijna iedereen van betekenis in de beeldende kunst in Amsterdam is er wel met werk in vertegenwoordigd.
Een kritikaster van mijn weblog beweerde dat de hele verzameling BKR werk bestond uit rotsooi van zoveelste rangs kunstenaars.De slechte kunstenaaars kregen vaak honderden werken terug.  Ik heb van het door de gemeente Amsterdam bijna niets terug gekregen, niet meer ddan tien stuks, de goede werken hebben ze gehouden, een gedeelte van het aan gekochte werk van mijn hand  is naar het ICN, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Rijksmuseum Amsterdam en diverse gemeentelijke instellingen gegaan.
AMSTERDAM
Het is de verzameling, die de stad verwierf uit de contraprestatie en de latere Beeldende Kunstenaars Regeling. Geen mens die op den duur weg wist met de hoeveelheid. De belangrijkste werken zijn inmiddels wel opgenomen in de collectie van het Stedelijk Museum of uitgeleend aan artoteken, ziekenhuizen, scholen en gemeentekantoren, maar het grootste deel verdween in het anonieme depot. Niemand nam er meer kennis van. De 'voorraad' wordt nu aan de kunstenaars terug gegeven.
Ik kreeg slechts een tiental werken terug waaronder enkele die beschadigd waren. In het Stedelijk Museum zijn drie van mijn werken via aankoop Amsterdam koopt kunst beland en zes via de BKR. Het zegt genoeg over mijn kwaliteiten. Ik hoef niet te bluffen en een leeuw bekommert zich niet om kleine kunstvlooien in zijn pels maar zwiept even met zijn staart
Op karretjes staan kunstwerken klaar om afgehaald te worden. Op lange tafels wordt grafiek in dozen gepakt. Amsterdam wil, net als het rijk, van zijn BKR-collectie af en alles in één keer opruimen.
Het overgrote merendeel van de BKR kunstwrken was rotsooi, slechts een 6 à 8 % verwierf de begeerde BCW status ( afk. Bijzondere Culturele Waarde) waaronder tientallen van mijn kunstwerken, hetgeen betwijfeld werd door een uit Friesland afkomstige weblogger die vond dat hij het veel beter wist. Na het publiceren van  formuieren met de vermelde BCW status van mijn werk zweeg hij. Een andere beta  wetenschapper meende dat Fred van der Wal zich alleen maar “belangrijker wilde voordoen dan hij was”. Niet dat hij het werk van Fred van der Wal kende of veel kennis van beeldende kunst had, in elk geval had hij zijn mening klaar. Zijn partner, een mevrouw die met een spintolletje schapenwol voor zelf gebrejen truien spon als typisch zeventiger jaren culturele activiteit schreef enkele weblosg vol denigrerende op- en aanmerkingen over Fred van der Wal.
 
Het was ooit een ideale regeling, uniek in de wereld. De kunstenaar kreeg een inkomen in ruil voor werk. De contraprestatie dateert uit 1947 en werd later opgevolgd door de Beeldende Kunstenaars Regeling, die in 1987 buiten werking werd gesteld. De politiek keerde zich ervan af, er was geen geld meer voor. 
Er was wel degelijk geld voor maar de polltieke wil ontbrak om de BKR voort te zetten in steeds meer verrechtsend Nederland. Het lag politiek bij het grote, niet geïnformeerde publiek van Telegraaflezers goed om die zogenaaamde  luie kunstenaars eens flink te pakken. In Amsterdam was lange tijd de CPN als enige conser verende kracht in staat de BKR te behouden.
De inkomensregeling is omgezet in een beleid van incidentele opdrachten en aankopen, waarmee maar een klein deel van de vroeger aan de regeling deelnemende kunstenaars wordt bereikt. Het neerbuigende hangt er nog steeds omheen, de wethouder spreekt het oude verhaal na van kunstenaars die het er even tussendoor deden. 'Je kent het wel, de jongens in de kroeg die zeiden: ''Ik moet er effe een uurtje tussenuit om een doekie voor de gemeente te maken voor de poen''.' De kunstberg bestaat uit drie verzamelingen van samen 110. 000 werken. Zo'n 18.000 werken zijn in de artoteken terechtgekomen, 30.000 werken hangen in overheidskantoren, scholen en ziekenhuizen. De rest - de winkeldochters die niemand wilde hebben - is opgeslagen in de oude loods van de KNSM. 
Het belangrijkste deel van de verzameling - werk van 'uitzonderlijk culturele waarde' - heeft een plaats gekregen in de collectie van het Stedelijk Museum. De meeste grote namen zijn uit de boterberg verdwenen. Het verder uitgeleende werk kan worden verworven voor ƒ 200,- het stuk. Wethouder Ernst Bakker vraagt er geld voor, in tegenstelling tot het rijk dat zijn uitgeleende BKR-collectie weggeeft. Hij wil met schenking de markt voor actuele kunst niet verpesten. De artoteken zijn erop tegen, ze hebben geen financiële middelen om zo'n aankoop te doen. Ze moeten dat bedrag dan voor 18.000 kunstwerken neertellen. Er wordt nog naar een tussenoplossing gezocht. 
Een van de grootgebruikers van het gemeentelijk depot is het AMC. Een deel van de Collectie Brummelkamp, de door de eerste directeur van het academisch ziekenhuis aangelegde kunstverzameling, bestaat uit zo'n vierduizend werken uit de BKR.
Er zijn ex contrapestatie kunstenaars die zich er op beroemen “wel tien werken” in de collectie te hebben. Dat kan heel goed. De contraprestatie werken zijn ruim oververtegenwoordigd. Niet bepaald een aanbeveling voor het kwalitatieve nivo van de collectie, die het qua verzameling niet haalt bij de collectie van het Stedelijk Mu seum Amsterdam waar een hoge drempel geldt voor te verwerven kunst.
De beheerder van de loods, Frank Manusama, is nog bedroefd over de manier waarop zijn werken daarin werden opgeslokt: 'Ze maakten er mooie sier mee. In het begin hebben ze nooit gezegd wat van ons kwam, bij publikatie werden we niet genoemd. Het heeft mij altijd gestoord.'
De hoogtijdagen van de regeling lagen in de jaren zeventig. Er kwamen toen in het depot, dat nog naast museum Fodor was gevestigd, 800 kunstwerken per maand binnen. Beeldhouwers konden volstaan met één werk per jaar, maar van een schilder werden drie werken per maand verwacht, van een graficus tien. De beheerder herinnert zich nog dat ze op de inleverdagen een ketting moesten vormen om het werk naar binnen te dragen. Hij worstelt met een achterhaald adressenbestand uit 1987, toen de regeling werd opgeheven. Veel kunstenaars hebben sindsdien hun atelier moeten opgeven en zijn verhuisd, een aantal is overleden, via het bevolkingsregister moet hij de erfgenamen zien te achterhalen. Tot nu toe zijn ongeveer 500 kunstenaars benaderd en zo'n 10.000 werken teruggeschonken.
 
De teruggaaf werd met gemengde gevoelens ontvangen. Manusama: 'Veel kunstenaars vinden dat ze al die jaren voor niets hebben gewerkt.' Een aantal opgespoorde klein behuisde oudere kunstenaars weet niet wat ze met het werk moeten beginnen. Uiteindelijk blijft de vraag wat er gebeurt met het werk dat overblijft, het woord vernietiging is al gevallen. Ernst Bakker: 'De principiële vraag is of ieder kunstwerk eeuwigheidswaarde heeft. Ik ben er niet voor om kunst te vernietigen, maar wat doe je met werk waarvan de kunstenaar zegt: ''Hou het maar''.' In 1998 hoopt Bakker van 'de bulk' af te zijn. Overal in de loods staan wagentjes volgepakt met werk dat is teruggevraagd. In bij elkaar kilometers lange stellingen staan schilderijen in alle formaten. Op lange schappen liggen stapels tekeningen, ernaast staan beelden die te groot voor een stelling zijn. Er is veel klein plastiek bij, maar ook grote monumentale constructies die nog dromen van plaatsing in een park of op een plein. Allemaal hadden ze natuurlijk ooit de ultieme pretentie opgenomen te worden in de collectie van het Stedelijk Museum, deel uit te maken van de kunstgeschiedenis. Er zitten - ondanks de eerste keus die het Stedelijk had, waarbij 700 werken werden uitgezocht - nog wel bekende namen in de collectie van Loods 6, ook van mensen die inmiddels op een andere manier verder zijn gegaan. Hele levens en levensverwachtingen liggen er in besloten. In een gangpad staat een ingepakte familiezending klaar om opgehaald te worden.

0
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: