Zomaar een wandeling op de vroege ochtend, een impressie van een stadse die het boerenland verkent in de ruime zin des woords. En schrikt er zelfs van. Die stilte, die enge stilte doet iets met een mens...
DE STILTE
Als ik in de vroege morgen om half vijf wakker wordt en het licht buiten al op zie komen voel ik mij in het paradijs zo God het bedoeld zal hebben met zijn wereld. Vogels die je wakker kwetteren, een zachte waas van witte wolken mist boven de grasvelden en in de verte hoor ik de eerste koe die zich al meld om haar uiers leeg te laten trekken omdat het haar tijd is.
Ook in de verte het geluid van een haan die naar mijn gevoel te vroeg is, maar wie let daar op als je net wakker wordt in een groen paradijs.
Snel neem ik een douche en zodra ik mij aangekleed heb pak ik mijn fototoestel en loop zacht naar buiten, alsof ik de stilte vermoord met de deur dichtdoen, of dat mijn partner wakker wordt.
Mijn laarzen zijn al doornat van het natte gras voordat ik ons entreehekje bereik, veertig tegels verwijdert van ons huisje. Achter mij schrik ik op van een oehoe geluid. Een verdwaalde nachtuil die ik stoor in zijn slaap en nu boos wegvliegt, zo mooi en sereen met zijn vleugels wappert terwijl zijn boze blik naar mij geheel terecht is. Hoe durf ik als mens zijn bos te laten ontwaken met mijn gestamp in het grote groene bos?

Ik schaam mij haast en zacht open ik het hekje, uitkijkend dat ik de trekbel niet raak, want dat ding maakt zo een herrie dat zelfs de brandweer erop afkomt als je niet uitkijkt. Al wat ik wil is lopen in een stil en vochtig net wakker wordend bos waar de witte wieven ook bezig zijn om hun spullen van de nacht te pakken en dan plaats te maken voor het zonlicht dat al heel voorzichtig door de takken probeert te gluren.
De zon zal het winnen van de bomen straks. Nu is het nog te vroeg. De druppels dauw vallen van de bladeren die ik voorzichtig aanraak. Het water is helder en koud. Ik ril. De stilte is zo eenzaam, zo kalmerend, dat je als het ware gewoon jezelf tegenkomt met alle gedachten die in je hoofd zitten.
Ik maak ondertussen wat foto’s van het vochtige sterrenmos, loop langs de wei waar een enkele koe met mij meeloopt. En praten durf ik niet, bang om die stilte te verbreken die er heerst.
Deze natuurgeluiden zijn zo natuurlijk dat stadsmensen zich waarschijnlijk een ongeluk schrikken van angst als zij dit eens zouden meemaken. Het is eens wat anders dan het geluid van een auto of een sirene van een ambulance. De stilte is hier de baas op deze kille ochtend midden in het bos. Het doet spookachtig aan maar het alleen zijn doet mij goed. Zo goed, dat ik ineens merk dat ik loop te huilen. Ik huil om alles wat er de afgelopen tijd op ons afgekomen is.
Het verdriet neemt de overhand in mij. Ineens kan niets mij meer bekoren, de stilte niet, de koe die nog steeds meeloopt en mij met haar lodderige ogen blijft aankijken alsof ik het achtste wereldwonder ben. Ik stap op haar af en aai haar voorhoofd, zie haar lange wimpers en praat mijn verdriet van mij af. De koe luistert en laat zich gewillig aaien, terwijl zij af en toe met een zwieper staart de vliegen van haar lichaam mept. Mijn tranen blijven vloeien net als mijn woordenschat. Ik vertel haar alles. Over het gemis van mijn zusters en broer, over mijn relatie, gewoon over mijn in de knoop zitten met mijzelf. En de koe hoort het allemaal aan, zonder enkel bezwaar luistert zij in de stilte van die eenzaamheid die mij ineens overvalt en zich omzet in uithalen van het gehuil.

Niemand die mij ziet of hoort behalve mevrouw Koe en die kijkt mij alleen maar aan. Wat een goede vriendin! Zij luistert zonder commentaar te geven en laat zich ondertussen gewillig aaien terwijl ik steeds harder sta te janken. Ik kan niet meer stoppen. Lange uithalen, lange snikken. Alle bagger van jaren komt vanuit mijn tenen.
En Lieve Heer wat lucht dit op. En die lieve arme koe hoort dit allemaal aan.
Als ik eenmaal rustiger word draait de koe zich om en ik weet nog steeds niet of ik het mij nou verbeeld heb of dat het waar is maar ik hoor haar duidelijk zeggen: ” Kijk dat is nou stank voor dank, morgen lig ik als een biefstukje op jouw bord." En sjokt van mij weg, zonder nog eenmaal om te kijken.
Hoe kan ik die lieverd nou vertellen dat ik geen vlees van dieren eet? Zou zij mij begrijpen?
Ik kijk haar na en begrijp de frustratie. Zij heeft naar mij geluisterd, maar wie luistert naar de dieren?
Laat een reactie achter
MeLWrite schreef op 06 Feb 2012 om 16:53
Prachtig neergezet, je subtiele beeldspraak verraadt de ware kern al snel... Ik heb er van genoten!
leny schreef op 06 Feb 2012 om 17:15
Berna in de stilte kom je heel vaak jezelf tegen, zeker in de natuur. Dank voor je reactie, groetjes van leny
leny schreef op 06 Feb 2012 om 17:57
tipgever83, dank voor je duim en voor je reactie, groetjes van leny
chrisrik schreef op 06 Feb 2012 om 22:55
je hebt dit héél mooi geschreven! We staan te weinig stil om "stil te zijn" en één met de natuur!
En aan dieren kunnen vertellen hoe men zich voelt, kan opluchten!
En dikke duim voor je artikel
Lid sinds 5 maanden
393 reacties geplaatst
440 artikelen beoordeeld
133 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
leny beveelt aan
- Doortjes reply op de schrijfopdracht: hoe gaat dit aflopen?
- Weetjes met betrekking tot mijn werk voor sekslijnen
- Het alfabet: van A tot Z!
- De trap, mijn eerst geschreven verhaal
- Intiem, liefde, onverwachts
- De lekkerste tompoezen aller tijden!
- Seks in de natuur en dan in slaap vallen?









Berna schreef op 06 Feb 2012 om 16:43
Mooi en beeldend geschreven.
Stilte brengt je dikwijls bij het diepste van je gevoel. Het zou kunnen dat er daarom mensen zijn die constant drukte om zich heen wil hebben om de pijn niet te voelen.
Toch is het heel goed om gebeurtenissen te verwerken of in ieder geval een plaatsje te geven. Ik denk dat dieren op zich trouwer zijn dan mensen. Mooi de vraag die je op het laatst stelt vanuit de koe. En ik dan?
Je schrijft heel mooi. Duim!