Het spreekrecht van slachtoffers in de rechtszaal bestaat sinds 2005. Wat houdt dit recht in en heeft het een toegevoegde waarde?

Mijn artikel is eerder geplaatst in SecJure, Onafhankelijk Faculteitsblad Universiteit van Tilburg, jaargang 25, editie 1, 08.10.2010 De originele versie is hier terug te vinden: http://www.magisterjft.nl/kamers.php?view=view_contents&menu=4&id=387&did=8

Gezien het een lang artikel betreft, is het opgedeeld in twee aparte stukken. De link naar Deel II kunt u onderaan dit artikel vinden.
.........................................

Slachtoffers en nabestaanden mogen in de rechtszaal sinds 2005 gebruik maken van het spreekrecht. Er was destijds veel discussie over dit onderwerp en de bezwaren waren niet van de lucht. Toch kwam het spreekrecht uiteindelijk tot stand. Nu, vijf jaar later, is de vraag hoe men tegenover dit recht voor het slachtoffer en nabestaande staat. Om te beginnen wordt besproken hoe het spreekrecht dat we heden ten dage kennen tot stand is gekomen. Vervolgens komt aan bod wie er nu aanspraak mag maken op dit recht en aan welke regels het slachtoffer zich moet houden. Daarna worden de belangrijkste bezwaren besproken die tegen het spreekrecht werden aangevoerd en ten slotte wordt gekeken naar hoe we nu tegen het spreekrecht aankijken. Gaat het recht ver genoeg of krijgt het slachtoffer of nabestaande een (nog) grotere rol in de rechtszaal?

Spreekrecht in de ogen van Dittrich

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad om het spreekrecht tot stand te laten komen. Een belangrijke stap in die richting was al de invoering van de Wet Terwee [1] in 1995. Hierin werden de bevoegdheden van de benadeelde partij in het strafproces aanzienlijk verruimd. De schadevergoedingsmaatregel werd ingevoerd en daarnaast was de verplichte verschijning van het slachtoffer ter terechtzitting niet langer noodzakelijk. De Wet Terwee zorgde ervoor dat het slachtoffer een duidelijke positie kreeg en er geen afbreuk wordt gedaan aan het strafproces. [2]

Hoewel de Wet Terwee al een hele stap vooruit was, ging het volgens Mr. Boris Dittrich niet ver genoeg. Zijn voorstel, dat in maart 2001 werd ingediend, leidde uiteindelijk tot de Wet Spreekrecht Slachtoffers. In de bij de wet horende Memorie van Toelichting worden de vier doeleinden van zijn wetsvoorstel naar voren gebracht. Allereerst kan de mondelinge verklaring van het slachtoffer of diens nabestaande bijdragen aan het begin van herstel van de aangerichte emotionele schade. Het gaat hier om erkenning van het slachtoffer. Daarnaast kan de rechter zelf direct waarnemen hoe het met het slachtoffer of nabestaande gaat. Verder kan de verdachte van het slachtoffer of nabestaande zelf horen wat het gepleegde misdrijf voor invloed heeft gehad en nog steeds heeft op hun leven. Als vierde punt beoogt het wetsvoorstel een preventieve werking door met het spreekrecht meer de nadruk te leggen op het slachtoffer.

Voor wie?

Op 1 januari 2005 trad het wetsvoorstel van Dittrich in werking en werd het in de wet verankerd als de Wet Spreekrecht Slachtoffers. Slachtoffers of nabestaanden van misdrijven waar acht jaar of meer gevangenisstraf voor kan worden gegeven, kunnen hierbij tijdens de zitting zowel mondeling als schriftelijk laten weten wat de impact van het delict is geweest op hun leven. [3] Daarnaast zijn het spreekrecht en de slachtofferverklaring bedoeld voor een aantal specifiek in de wet genoemde misdrijven zoals zedenmisdrijven, bedreiging, stalking, mishandeling en verkeersongeval met dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg.

In zaken als moord en doodslag mag de nabestaande een verklaring afleggen. Het betreft hier om te beginnen de echtgenoot of geregistreerde partner en in tweede instantie bloedverwanten in de eerste graad (kinderen of ouders) en tweede graad (broers en zussen). Uiteindelijk mag er maar door één persoon een verklaring worden afgelegd. Mochten de nabestaanden hier niet uit komen, dan wijst de rechter een persoon aan.

Naast een beperking in bloedverwantschap, is er ook sprake van een leeftijdsgrens. Kinderen vanaf 12 jaar mogen spreken in de rechtszaal, bij jongere kinderen wordt door de ouders en de rechter beoordeeld of het kind hiertoe in staat is. Ouders mogen niet namens hun minderjarige kind spreken en personen die niet zelf het woord kunnen of willen voeren, kunnen zich niet laten vertegenwoordigen.

Gebruikmaken van het spreekrecht

Om gebruik te mogen maken van het spreekrecht, dient het slachtoffer of de nabestaande conform art. 336 lid 1 Sv een schriftelijk verzoek in te dienen bij de officier van justitie. Het slachtoffer moet er rekening mee houden dat de spreektijd beperkt is (10 à 15 minuten), dat de rechter vragen kan stellen om het verhaal te verduidelijken en dat de (advocaat van) verdachte een reactie kan geven op het verhaal van het slachtoffer. [4] Daarnaast heeft het spreekrecht een beperkte reikwijdte; het slachtoffer of de nabestaande kan op zitting alleen maar een verklaring afleggen omtrent het gevolg dat het ten laste gelegde misdrijf bij hem of haar teweeg heeft gebracht. Hierbij kan worden gedacht aan een overzicht van medicijngebruik en therapieën, de gevolgen van het trauma in de vorm van depressies en nachtmerries en de sociale gevolgen die het misdrijf voor het slachtoffer of nabestaande met zich mee heeft gebracht, zoals achterstand in de studie of carrière en de inbreuk op het gezinsleven.

Het slachtoffer of nabestaande mag zich dus alleen beperken tot het bespreken van het gevolg dat het misdrijf op zijn leven heeft gehad. Door het spreekrecht van het slachtoffer te beperken tot een weergave, wordt de onschuldpresumptie, het fundamentele uitgangspunt van een eerlijk proces, gewaarborgd. Zo wordt namelijk voorkomen dat het slachtoffer uitspraak doet over de strafbaarheid of de op te leggen straf, terwijl nog niet over de schuldvraag is beslist. [5]

Referenties

[1] Genoemd naar de voorzitter van de Commissie Wettelijke Voorziening Slachtoffers, C.A. Terwee-Van Hilten
[2] R. Kool & M. Moerings, De Wet Terwee. Evaluatie van juridische knelpunten, Deventer: Gouda Quint 2001, p. 7. Voor meer informatie over de Wet Terwee wil ik graag verwijzen naar dit boek.
[3] Art. 302 lid 2 Sv
[4] http://www.slachtofferzorg.nl/rechten/Spreekrecht-en-schriftelijke-slacht/
[5] R. Kool & M. Moerings ‘Schriftelijke slachtofferverklaring of spreekrecht?’, in: TREMA, februari 2003, p. 53.

Voor Spreekrecht in de rechtszaal gewaardeerd of niet? Deel II kijkt u hier:

2
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: