De werking van de Speltheorie
De theorie
Bij de speltheorie wordt er van uitgegaan dat een speler intelligent is en oneindig veel informatie kan verwerken. Het gaat over het spelen van een spel met minstens 2 spelers. Bij het spelen van het spel kunnen de spelers zelf een keuze maken uit een aantal strategieën. Het kiezen van een dergelijke strategie heeft een uitbetaling tot gevolg, wat ook wel het verwachte nutwaarde genoemd word. Het doel van elke speler zal dan het maximaliseren van zijn individuele nutwaarde zijn. Maar de beslissingen die een speler neemt hangt sterk van de beslissingen die door de andere spelers in het spel zijn genomen.
Er bestaat een onderscheid tussen het coöperatieve spel en non-coöperatieve spel.
Bij het coöperatieve spel maken de spelers onderling afspraken over hun manier van handelen. De stappen die elke speler zal maken zijn bekend bij de andere spelers.
Bij een non-coöperatief spel ontbreken deze onderlinge afspraken tussen de spelers. Desondanks is het voor alle spelers niet onmogelijk een gunstig resultaat te behalen, volgens Nash. Zolang er maar wordt uitgegaan van de rationaliteit van de andere spelers en het streven naar een redelijk resultaat. Dat is dan ook waar het Nash Equilibrium op neer komt.

De speltheorie kan goed toegepast worden in de economie. De spelers zijn zich er dan van bewust dat hun beslissing af hangt van de beslissingen van de anderen.
Een van de toepassingen van het Speltheorie in de economie is het prijszettingspel. Als producent breng je een product op de markt, de prijs van jouw product hangt dan sterk af van de prijs van de concurrerende producenten.
Bij het bepalen van de verkoopprijs zal het niet gunstig zijn voor de afzet om een veel hogere prijs dan de concurrentie vast te stellen. Dit zal leiden tot het wegjagen van de klanten naar de concurrentie. Ook het vaststellen van een veel lagere prijs zal geen gunstig effect tot gevolg hebben, omdat dit weer leidt tot een verlaging van de verkoopprijs van de concurrerende producenten, wat uiteindelijk kan uitlopen tot het starten van een prijzenoorlog.

Het gevangenendilemma.
Het gevangenendilemma is een van de bekendste voorbeelden van de speltheorie. Het is heel simpel. Er zijn twee gevangen die samen een misdrijf hebben begaan. Ze worden beide apart gezet en verhoord door de politie. Nu hebben ze de keuze: of ze kunnen ervoor kiezen om te zwijgen of ze beslissen elkaar te verklikken. Zwijgen ze beide dan heeft de politie minder bewijs en gaan beide gevangenen vrijuit. Klikken ze beide dan krijgen ze allebei 3 jaar cel. Maar klikt de ene en houdt de ander zijn mond dicht dan gaat degene die geklikt heeft vrijuit en degene die zwijgt krijgt vijf jaar. De dominante strategie is hier klikken.

Toepassing van de Speltheorie
Volledige vrije mededinging.
Bij de volledige vrije mededinging, oftewel de volkomen concurrentie, is sprake er van veel aanbieders (en veel vragers) die allemaal een heterogeen product aanbieden. De consument ziet dan geen verschil in het product. Daarom hebben we hier te maken met een transparante markt.
Bij deze marktvorm heeft elke aanbieder maar een beperkt marktaandeel waardoor hij zijn prijs niet zelfstandig kan vaststellen, maar zich moet aanpassen aan de prijs die op de markt tot stand komt. De producent zelf heeft dus geen invloed op de prijs.
Maar hij kan wel zelf beslissen hoeveel hij zal gaan produceren. De producent vergelijkt dan zijn productiekosten met de tot stand gekomen marktprijs en vervolgens besluit hij hoeveel hij zal aanbieden, om een maximale winst te behalen.
Bij deze marktvorm komt er een evenwicht wanneer de totale maximale winst 0 bedraagt. Nu zullen er geen nieuwe aanbieders op de markt toetreden, omdat er haast geen winst meer te behalen valt. Eveneens zullen de bestaande aanbieders niet verdwijnen.
Omdat er geen sprake is van onderlinge afspraken is dit een vorm van een non-coöperatief spel.
Oligopolie
De oligopolie is een marktvorm waarop slechts een beperkt aantal aanbieders actief is die allemaal een heterogeen goed aanbieden. De consument merkt dat er verschil is in producten van de diverse aanbieders. Door de heterogeniteit van producten wordt de markt ondoorzichtiger en zijn er prijsverschillen mogelijk. De producenten zullen proberen zoveel mogelijk informatie over hun eigen producten geheim te houden voor de andere concurrenten. Oligopolisten zullen elkaar meestal niet via de prijs beconcurreren, omdat dat uiteindelijk kan leiden tot een opeenvolging van prijsverlagingen.
De oligopolist weet dat hij zijn concurrenten moeilijk uit de markt kan prijzen en dat alleen de consument er op korte termijn bij gebaat is. Daarom zal hij een andere strategie kiezen, bijvoorbeeld het voeren van intensieve reclamecampagne.
Wel is het mogelijk dat een van de oligopolisten de prijs bepaalt en de rest van de producenten zich aanpassen aan deze prijs. Om te voorkomen dat de overheid ingrijpt worden kleine bedrijven niet weggeconcurreerd, maar expres op de markt behouden, zolang ze zich maar aanpassen aan de prijs van de aanbieder die een heersende positie heeft ingenomen. Hierdoor lijkt het dan voor de overheid alsof er nog steeds sprake is van concurrentie
Nu zijn er wel onderlinge afspraken tussen de producenten en dus is dit een vorm van coöperatief spel.

Laat een reactie achter
Josh schreef op 07 Sep 2011 om 13:51
Als er gezwegen werd in de klas,kreeg de hele klas straf , dat zou bij een gevangenendilemma ook zo moeten zijn.
Lid sinds 12 maanden
83 reacties geplaatst
90 artikelen beoordeeld
26 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
Emmia beveelt aan
- Het zal je ex maar zijn in dat rokje!
- Mijn man heeft een vriendin!
- Elkaars zielsgelijke zijn
- Hoe snel geld verdienen online.
- Wat kiest u? Gelijk of geluk?
- De Pen : 22







Big-Up schreef op 06 Jun 2011 om 07:43
Goed artikel. Echter, een kartelvorming is bijna nooit mogelijk. In de olie-industrie is er 1 goed voorbeeld, nergens anders werkt het.
Het is namelijk zo dat bedrijven inzien dat als zij de productie nog een beetje verhogen of hun prijs een beetje doen dalen, dat ze uiteindelijk meer winst maken dan het bedrijf waarmee ze dan zogenaamd een kartel vormen. Het andere bedrijf zal niet lijdzaam toezien hoe de consumptie overal gelijk is, maar hun inkomen sterk daalt en zal de prijs ook doen dalen. Het uiteindelijk effect hiervan is dat ze beide minder winst maken dan wanneer er een kartel is. Toch zie je dit vaak gebeuren uit honger naar meer winst.
Zeer goed artikel.