Een mens heeft vele levens gehad. Ik was een keukenmeid in Duitsland in de vijftiende eeuw, een Massaikrijger in de negentiende en in de achttiende eeuw woonde ik in Frankrijk, in een niet al te groot landhuis. Ik was gelukkig tot die dag in 1790...

In de bibliotheek heerst een weldadige warmte. De butler had mij hierheen gebracht, zich verontschuldigend dat dit het enige verwarmde vertrek was. Op de keuken na.
Maar het is ongepast om daar tussen het personeel te zitten en toe te kijken hoe die zich voor de nacht klaarmaken om dan naar de zolder te verdwijnen waar ze gehuisvest zijn.
 
Ik zit in één van de diepe leunstoelen die bij de haard staan en wacht op heer des huizes, me afvragend wat hij ervan zal vinden dat ik plotseling in zijn huis ben.
Hij kent me amper, ik had hem een paar keer ontmoet toen hij mijn vader bezocht en mijn oudere zuster het hof maakte. Mij zag hij amper. Kleine meisjes horen in de kinderkamer met hun kinderjuffen en gouvernantes. En daar bleef ik ook.
Het huwelijk was nooit doorgegaan. Amelie was voor ze zich konden verloven bezweken aan de pokken en monsieur Faversham was daarna met een landgenote van hem getrouwd.
 
Ik nip aan de wijn die de butler me had aangereikt en kijk naar de haard die hij voor me had opgerakeld. 
De wijn is warm en smaakt naar kruiden, het verwarmt me niet alleen maar brengt me terug naar de dag dat alles veranderde. Dit is de wijn van de wijngaarden van mijn vader en –  ik kan er niets aan doen – ik verpest het door de tranen die ik al die maanden niet had vergoten.
 
Was het nog maar drie maanden geleden dat de revolutie – de terreur – onze chateau had weten te bereiken?  Dat ik na een lange wandeling terugkeerde naar een scene vol chaos en plundering?
Als ik slaap – áls ik slaap, hoor ik mijn dromen het gelach, het gejoel, het gezang en daarboven uit het gehuil van Maman.
Ik kon niet zien wat er met haar gebeurde, zag wel het lichaam van mijn vader op het grint, in groteske pose met onnatuurlijk gebogen ledematen en liggend in een plas helderrood bloed.  Niemand kan zoveel bloed verliezen en het overleven.
 
Ik zag hoe  Letarde, de rentmeester, werd vermoord toen hij mijn jongste broer probeerde te redden van een  lakei die op hem insloeg met een steen.
Later zag ik hoe mijn broers, bloedend en wel met  Maman op een platte kar werden gezet, haar kleren en kapsel wanordelijk, wat voor een dame als mijn moeder een gruwel moest zijn.
 
De kreten en leuzen die de opgehitste dorpelingen scandeerden sneden diep in mijn ziel
“Vive la Republique!! Liberté, Egalité …. Vrijheid, gelijkheid... Voor wie eigenlijk?
Ik had gehoord dat de armoede in Parijs net zo erg was als voor de revolutie begon, en dat niemand iemand nog kon vertrouwen. Volgens mijn oudste broer was het gepeupel een achterlijke meute die geen idee had hoe ze een land moesten besturen. Had God niet Frankrijk niet een koning gegeven om dit te doen?
Maar God was net als de adel en de kerk vogelvrij geworden en Robespiere en de zijnen hadden het nu voor het zeggen. En ze regeerden met bloed en terreur.
 
Pas toen iedereen verdwenen was kwam ik in beweging en liep mechanisch naar het brandende huis. Er was geen levende ziel meer te bekennen, niet eens de kat die in de keuken woonde.
Ik had toegekeken hoe alles wat waarde had in de ogen van de plunderaars werd meegenomen en hoe de rest werd vernield. Ik zag dat ze van de schilderijen en de meubels een vuur hadden gemaakt waar ze met luid gejuich het lijk van mijn vader en die van de rentmeester op hadden gegooid.
 
Toen wendde ik mijn ogen af en gaf net zo lang over tot  er niets meer in mijn maag zat uit te braken.
Toch moest ik het huis in, om te overleven moest ik op zoek naar zaken die ik kon gebruiken voor mijn vlucht door wat eens mijn geliefde Frankrijk was geweest.
 
Over de reis wil ik nu niet nadenken. Ik heb dingen gedaan die nooit van  aristocrate verlangd mogen worden. Had me verlaagd en vernederd voor eten, een slaapplaats en veiligheid. Om te overleven heb ik me tot mijn grote schande zelfs voorgedaan als een vurige republikeinse.
Maar het lukte me om Engeland te bereiken en het huis te vinden van de enige familie die ik in dit vreemde land ken.
 
Ik kan alleen maar hopen dat monsieur Faversham mij goedgezind is, en mij wil helpen een nieuw bestaan op te bouwen.
 
8
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

Ingrid2 schreef op 09 Jan 2012 om 10:43

Hardstikke goed!, zou best een vervolg willen lezen :-))

+0 -0- x

dirkbali schreef op 09 Jan 2012 om 10:46

Mooi sfeerbeeld over die tijd. Een duim, ondanks de fout : Vive le Republique moet zijn LA République

+0 -0- x

Karazmin schreef op 09 Jan 2012 om 10:48

@dirkbali: je hebt natuurlijk gelijk. Ik zal het veranderen.

+0 -0- x

verbijsterend62 schreef op 09 Jan 2012 om 10:58

Prachtig geschreven, zou ook wel meer willen lezen. Wat me wel opvalt is dat mensen nu gaan schrijven over hun vorige levens, dit bedoelde ik eigenlijk niet met de schrijfopdracht. Het ging er juist om dat je je fantasie gebruikt om jezelf voor te stellen in een ander leven en een andere tijd. Duim!

+0 -0- x

verbijsterend62 schreef op 09 Jan 2012 om 11:03

ik bedoel: het is anders als je je vorige levens echt herinnert, en daarover schrijft, dan wanneer je geheel uit je eigen fantasie een verhaal schrijft waarbij jezelf plaatst in een andere tijd en een andere persoon.

+0 -0- x

Kirsti schreef op 09 Jan 2012 om 11:06

Mooi geschreven, prettig om te lezen, wie weet vervolg?

+0 -0- x

Rose_love schreef op 09 Jan 2012 om 12:09

Heel erg mooi geschreven, ik hoop ook op een vervolg:)

+0 -0- x

Jojo48 schreef op 09 Jan 2012 om 12:23

mooi

+0 -0- x

PACO schreef op 10 Jan 2012 om 08:15

Heel mooi geschreven

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: