In augustus 2005 besloot ik een maand naar India te gaan in gezelschap van mijn zoon Chris die toen 18 zou worden. Het leek me een mooie aanleiding om samen een reis te maken. Daarna zou hij immers gaan studeren en wellicht niet meer op vakantie willen met zijn moeder.
Goa
Ik was al twee keer eerder in India geweest, in de deelstaat Goa aan de zuidwestkust, om een yogacursus te volgen. Goa is een tropisch paradijsje, regelrecht uit de Bounty-reclame. Eén van de rijkste streken van India ook. Van 1510 tot 1961 is het een Portugese enclave geweest. De sfeer is er dan ook veel westerser dan in de rest van het land. Mensen zeiden toen al tegen mij: “Goa is niet het echte India. Als je het échte India wilt leren kennen, moet je niet hier zijn.”

Sunny
In Goa had ik een Indiër ontmoet, Sunny genaamd, met wie ik via mail en MSN contact hield toen ik weer terug was. Sunny woonde in Gurgaon, een uurtje rijden van Delhi. Hij was net zijn baan als wedding planner kwijt en had dus volop tijd over. Daarom bood hij aan om ons te vergezellen en waar mogelijk onderdak te bieden bij familie en vrienden. Als tegenprestatie zou ik alle resterende kosten op me nemen want hij had als werkloze natuurlijk geen cent meer te makken. Voordat we daar aankwamen, had hij zijn laptop en zelfs een groot gedeelte van zijn (dure merk)kleding verkocht om zodoende een tijdje zonder vast inkomen te kunnen leven. Ik vond het een prima deal want voor Chris en mij was dit natuurlijk een buitenkansje om echt in aanraking te komen met de Indiase cultuur en te zien hoe de mensen in dit land leven.

Hier eerst even de twee overige protagonisten van dit verhaal. Mijn hoofd kennen jullie al, maar dit zijn dus Chris en Sunny.
Rondreis
Sunny had een hele rondreis voor ons uitgestippeld door Noord-India. Van Gurgaon/Delhi uit zouden we eerst richting Agra gaan. Daar woonden zijn ouders maar vooral staat daar de Taj Mahal, een van de zeven (of negen?) wereldwonderen. Dan zouden we een tocht door Rajasthan maken, langs Jaipur, Jodhpur (waar een oom en tante woonden) en Jaisalmer. Weer terug naar Delhi, een paar dagen bijkomen om dan onze tocht te vervolgen naar het noorden. Via Haridwar en Rishikesh zouden we eindigen in Dehradun, in de heuvels richting Himalaya, waar wederom een oom en tante van Sunny woonden, en ook zijn grootmoeder. Op de terugweg naar Delhi zouden we de laatste paar dagen van onze reis doorbrengen in een Indian Resort. Lekker luxe zwemmen en zonnen na wekenlang te hebben rondgereisd in stof en hitte. Het leek ons een prima plan. Ik had van tevoren een reisgids bestudeerd en de kaart van India, en we zouden duizenden kilometers gaan reizen gedurende ons verblijf. “Ik wil het liefst met bussen en treinen”, had ik overmoedig naar Sunny gemaild. “Dan zien we meer onderweg”. Hij ging er wijselijk niet op in en antwoordde alleen: “We zullen zien als je er bent.”
Aankomst in Delhi
We kwamen in de avond aan na een zeer vermoeiende reis met overstap in Londen. En de cultuurschok was groot. Wat een heksenketel was het daar, zeg! En wat een klamme hitte zo laat nog op de avond. Het krioelde er van de mensen, heel veel mensen. En al die waanzinnige kleuren, geuren en geluiden waren een aanslag op onze westerse zintuigen.
“Hoe gaan we die Sunny van jou herkennen?”, informeerde Chris. Ik had mijn Indiase vriend inderdaad al een paar jaar niet meer in levende lijve gezien. En bij de uitgang van het vliegveld stonden voor mijn gevoel wel duizend Indiërs andere reizigers op te wachten. Als het er niet meer waren. Een onafzienbare golf donkere gezichten waar we ons doorheen moesten worstelen. Maar Sunny was nergens te bekennen.
“Kom, we gaan eerst naar buiten”, zei ik. “Ik heb frisse lucht nodig. Krijg het Spaans benauwd van die mensenmassa hier. We bellen hem wel.”
Frisse lucht zoeken buiten het vliegveld was natuurlijk een lachertje. Buiten was het nog veel erger dan binnen. Ik belde naar onze vriend maar kreeg de voicemail. Eerst maar eens een sigaretje roken en het dan nog eens proberen. Weer geen reactie.
“Misschien komt hij helemaal niet opdagen”, opperde mijn zoon.
“In dat geval nemen we een taxi en gaan op zoek naar een hotel. Maar eerst blijven we rustig wachten. Misschien zit hij in de file”, zei ik zo rustig mogelijk. In werkelijkheid was ik lichtelijk in paniek. Zou het kunnen dat Sunny - die wel vaker de indruk wekte in een soort fantasiewereld te leven –helemaal niet had verwacht dat ik echt zou komen? Zou hij al die tijd er leuk op los hebben gefantaseerd met zijn uitgestippelde route? Dan zaten we nou mooi in de penarie.
Na anderhalf uur wachten en veel sigaretten later, en na ontelbare opdringerige mensen (steeds vinniger) te hebben afgewezen die ons van dienst wilden zijn of iets aan ons wilden verkopen, kreeg ik eindelijk een telefoontje van Sunny. Ik legde hem uit waar we precies stonden en ja hoor, vijf minuten later kwam er een stokoud autootje hortend tot stilstand voor onze neus. De vriend met auto die hij had geregeld om ons van het vliegveld af te halen, was niet op komen dagen. Moest waarschijnlijk overwerken. Dus had hij met heel veel moeite iemand anders kunnen charteren. En toen was zijn mobiel ook nog leeg dus kon hij niet bellen. Het kon mij allemaal niet schelen. Ik was zielsblij dat hij toch was komen opdagen. We werden met onze bagage zo goed en zo kwaad als het ging in en op het autootje geïnstalleerd en daar gingen we. Op weg naar Gurgaon, onze eerste logeerplek.
Even wat achtergrondinformatie:
Eind jaren 80, begin jaren 90 werd veel landbouwgrond even buiten Delhi door de boeren verkocht voor een prikkie. Niemand dacht dat er in dat gebied ooit iets van ontwikkeling zou komen. Maar toen was er een investeerder, Mr. K.P. Singh die het risico durfde te nemen en het land opkocht. Hij begon te bouwen en te ontwikkelen, en heden ten dage is Gurgaon uitgegroeid tot de tweede grote stad van de staat Haryana, na Delhi. Microsoft en Shell hebben zich er gevestigd. En ontelbare callcenters die werken voor grote buitenlandse bedrijven zoals General Electric. Omdat de stad in een razend tempo is gegroeid, is het nogal een chaos want de infrastructuur blijft achter en er wordt overal nog steeds bijgebouwd. Gurgaon trekt vooral jonge, hoogopgeleide Indiërs en expats aan en staat symbool voor India’s ongekende economische groei.

Gurgaon
De weg naar Gurgaon, de MG Road, is een soort snelweg. Maar niet zoals wij die kennen. Naast totaal losgeslagen krakkemikkige auto’s die proberen met zijn vieren naast elkaar op een tweebaansweg de anderen aan de kant te drukken, wordt de weg bevolkt door fietsers, geiten, riksja’s, varkens, hele koeienfamilies, psychedelisch beschilderde oude vrachtwagens, en bedelende kinderen die je met gevaar voor eigen leven bestoken vanuit de middenberm. En al het gemotoriseerd verkeer toetert zonder ophouden. Wat een chaos, en dat zo laat op de avond nog.

Bij het appartementencomplex aangekomen, worden we bij een slagboom aangehouden door een grimmig kijkende man in beige uniform met een ontzag inboezemend geweer over zijn schouder en een knuppel aan zijn riem. Vanuit het hokje naast de slagboom worden we belangstellend bekeken door drie andere mannen in uniform. Sunny zegt wat in één van de vijf talen die hij beheerst (een normale zaak in India. Bijna iedereen spreekt naast Hindi en Engels ook nog de taal van de staat waaruit hij komt, plus vaak nog een of twee andere hoofdtalen). De man knikt ons minzaam toe en we mogen doorrijden.
“Wat is hier aan de hand?” wil ik weten.
Sunny legt uit dat de meeste appartementencomplexen in Gurgaon dag en nacht bewaakt worden. Er worden veel inbraken gepleegd, en er zijn ook politieke spanningen en aanslagen. De auto wordt geparkeerd in de ondergrondse garage en nadat we onze bagage hebben uitgepakt, nemen we afscheid van onze chauffeur die een buurman blijkt te zijn. Sunny stopt hem een pakje roepies in handen. Ik begrijp dat hij echt erg veel moeite heeft moeten doen om iemand te vinden die ons kon afhalen. De buurman is niet echt een bekende van hem en krijgt dus een vergoeding voor zijn welwillende medewerking.
Eerste kennismaking
In het appartement maken we kennis met de overige bewoners. Ze wonen met zijn vijven in totaal in een flat met twee slaapkamers. Afgezien van Sunny vier jongens in de leeftijd van 25 tot 30 jaar. Eentje is er nog niet thuis want die draait afwijkende tijden in een callcenter. De flat ziet er kaal en ongezellig uit, met campingmeubels en hier en daar een kaal peertje aan een elektrische draad als verlichting. Maar de slaapkamer die voor Chris en mij is bestemd, ziet er goed uit. Er staat een normaal tweepersoonsbed met kleurige kleden en doeken, op een buffetkast hebben ze sfeervolle kaarsjes en allerlei prulletjes neergezet. We hebben een kast voor onze spullen. Aan het plafond hangt een ventilator, en in het raam staat een soort kleine koelkast die later een airco blijkt te zijn. In de badkamer hebben ze handdoeken en hotelzeepjes voor ons klaargelegd, en een paar rollen toiletpapier. Zelf gebruiken ze flessen water maar ze hebben gehoord dat westerlingen hun achterwerk met papier afvegen. Bizarre en enigszins vieze gewoonte vinden ze dat zo te horen aan hun giechelende commentaren.
Ik heb een fles Johnny Walker meegenomen van het vliegveld en die wordt in de loop van een paar uur snel en enthousiast soldaat gemaakt. Ze vullen steeds een limonadeglas met een bodempje whisky en vullen dat dan tot de rand aan met mineraalwater. In de klamme Indiase hitte een heel verfrissend drankje. En vast ook wel goed tegen bacteriën en zo. Om een uur of drie ’s nachts komt de vijfde bewoner thuis, drinkt gezellig een glas mee en dan gaan we allemaal slapen. Chris en ik hebben de meest luxe kamer voor ons alleen, Sunny slaapt op een keiharde bank in de huiskamer. En de rest ligt op dunne matrasjes op de grond in de andere slaapkamer. Ik voel me enigszins bezwaard maar begrijp ook wel weer dat ze het beste aan de gasten geven. Als ik zelf thuis gasten heb, sta ik mijn eigen slaapkamer ook altijd af aan koppels en ga dan op een matrasje op de vloer bij mijn dochter liggen.
Het blijkt nog niet zo makkelijk om in slaap te vallen. De plafondventilator doet qua lawaai nog het meest denken aan een opstijgende helikopter, alhoewel hij wel de benodigde verkoeling geeft. En de airco in het raam maakt het plaatje compleet met het donderend geraas van een vliegtuigmotor. Uiteindelijk vallen we uitgeput in een soort coma en dromen van vliegtuigen.
Wordt vervolgd.
Laat een reactie achter
verbijsterend62 schreef op 17 Jun 2011 om 19:55
prachtig, erg leuk te lezen en kijk ook uit naar het vervolg. Een vriendin van mij gaat elk jaar een maand naar India, meestal naar Kashmir en volgt daar dan ook yoga. Duim!
majda schreef op 24 Jul 2011 om 18:33
Wat een avontuur, zeer goed geschreven en vooral interessant! Duim!
Ingrid2 schreef op 29 Oct 2011 om 13:35
zag dat je al meer delen hebt geschreven, die ga ik nu gauw lezen, hardstikke leuk zo'n inkijkje in een voor mij vreemd land!
alleen-16 schreef op 01 Dec 2011 om 23:32
U heeft een goed beeld geschetst van de situatie aldaar. Niet direct mijn stek om op vakantie te gaan. ..dd..
Lid sinds 1 jaar
347 reacties geplaatst
254 artikelen beoordeeld
29 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
Mona beveelt aan
- Wordfeud, leuke en interessante weetjes.
- Merkwaardige ontdekking op Xead!
- Overleggen. Niet nodig? Hmmm...
- Dagboek van een hoer 13
- Mijn ervaring van een jaar Xead
- Welke smoes kun je aandragen voor titels waarmee je echt op je b*k gaat?








Mereltje schreef op 17 Jun 2011 om 19:39
Wat een avontuur, ik kijk uit naar het vervolg, mooi geschreven.