We zouden elkaar met godsdienstkwesties niet meer lastig moeten vallen dan nodig is. Waarom dan toch dit artikel? Omdat godsdienst niet uit de lucht komt vallen en niet zo'n onschuldig fenomeen is als het lijkt.

 

De Amerikaanse socioloog Peter Berger schreef in 1963 het boek ‘Het hemels baldakijn’. De erin ontwikkelde these komt er eigenlijk op neer, dat mensen om hun angsten en onzekerheden te bezweren, een hemel boven zich projecteren. Godsdienst is daarmee niet iets, dat ons van buitenaf wordt aangereikt, maar een menselijke constructie.

 

 

De wetenschap heeft ons wat dit aangaat nog meer inzichten te bieden. Leon Festinger maakte in de jaren vijftig studie van een Amerikaanse sekte, die geloofde dat op een bepaald moment de wereld zou vergaan. De voorspelling bleek niet uit te komen en de volgelingen zaten enige tijd terneergeslagen bij elkaar. Tot de leidster van de sekte de boodschap kreeg, dat de voorspelling dankzij het standvastige geloof van de sekte niet uit was gekomen. Was de sekte tot dan toe in zichzelf gekeerd, vanaf dat moment begon men breeduit hun geloof te verkondigen. De analogie met het Christendom is treffend. Was daar ook niet de verwachting van Gods Koninkrijk op aarde? Met de kruisiging van Christus was die verwachting niet uitgekomen. Na de ten hemel opneming van Christus met Pinksteren gingen zijn volgelingen, tot dan toe eigenlijk ook een sekte, breeduit het geloof verkondigen. We hebben hier te maken met een diep menselijk mechanisme, dat we soms ook in Griekse tragedies aantreffen.

 

De geschiedenis

 

Moet dit tot de conclusie leiden, dat godsdienst onzin is. Iets, waarmee we onszelf bedotten? Misschien wel, misschien niet. Feit is wel, dat de geschiedenis ons leert, dat wanneer A iets gelooft en B dat geloof deelt, ze samen maar al te vaak op zoek zijn gegaan naar on- of andersgelovigen om die op basis van dat gedeelde geloof de hersens in te slaan. In de islamitische wereld is het nog schering en inslag.

 

Atheïsten en agnosten

 

Er zijn er, die mede op basis van dergelijke argumenten zich atheïstisch noemen en die opvatting met overtuigingskracht verdedigen. Probleem is alleen, dat het atheïsme daarmee soms de vorm aanneemt van wat het bestrijdt. Namelijk een geloof. Daar is wat voor te zeggen. Je kunt namelijk niet bewijzen, dat God wel bestaat en ook niet, dat ie niet bestaat. Daarmee kom je uit bij het agnostische standpunt (‘ik weet het niet’). Een protestantse theoloog bracht daar ooit tegen in, dat, als dat zo is, je beter het zekere voor het onzekere kunt nemen en dus geloven. Tot welke conclusie moet dit leiden? Misschien alleen maar, dat we elkaar met geloofszaken niet meer lastig moeten vallen dan nodig is.

 

 

5
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

dirkbali schreef op 25 Jan 2012 om 15:25

Wie beweert dat iets bestaat, moet dit bewijzen. De bewijslast ligt bij de gelovigen. Iedereen is trouwens atheist, want gelovigen geloven niet in Zeus en Apollo, of Ra, of Odin en Thor. Ik ga een god verder : ik geloof niet in de god waar jij over spreekt. Duim!

+1 -0- x

Jack-Hage-Sr schreef op 25 Jan 2012 om 15:27

Geloven kun je alleen met respect en naastenliefde! D voor het onderwerp.

+0 -0- x

Toontjehoger75 schreef op 25 Jan 2012 om 16:18

"de wederopstanding van Christus met Pinksteren"?
Bij jou vallen Pasen en Pinksteren op één dag! ;-)

+0 -0- x

Weltevree schreef op 25 Jan 2012 om 17:10

Geloof, is net als alles... fanatiek bedreven staat het anderen naar het leven. Onverschilligheid daarentegen lijkt tegenwoordig het nieuwe 'Geloof' Of zullen we het dan toch maar de vooruitgang noemen?

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: