Nieuw Nederlands samenvatting - Hoofdstuk 2

Lezen

  • Een standpunt kun je met argumenten onderbouwen.
  • Feitelijke argumenten: Je kunt het argument controleren.
  • Niet-feitelijke argumenten: Je kunt het argument niet controleren.
  • Enkelvoudige argumentatie: Je onderbouwt je standpunt met 1 argument.
  • Meervoudige argumentatie: Je onderbouwt je standpunt met meerdere argumenten.
  • Onderschikkende argumentatie: Een standpunt met argumenten die weer ondersteunt worden door andere argumenten,
  • Signaalwoorden voor een standpunt: Ik vind..... / Volgens mij..... / Ik denk dat..... / enzovoort
Enkelvoudige argumentatie
Meervoudig nevenschikkende argumentatie
Meervoudig onderschikkende argumentatie

Voorbeelden van argumentaties. A = argument

 

Woordenschat

  • Metafoor: Een zin die beschrijft een object door gebruik te maken van een beeld. (bijvoorbeeld: Je haalt me de woorden uit de mond.) Het object wordt moeilijker beschreven dan het echt is. Dus eigenlijk betekent de zin ik dacht hetzelfde als jou.
  • Metoniem: 1 belangrijke eigenschap van het object wordt met meer aandacht beschreven. (Bijvoorbeeld: een goede boterham verdienden) De boterham verwijst naar eten en eten is een belangrijke eigenschap van het verdienen van een inkomen (= het object)

Woorden benoemen

Moeilijke woorden

Onomwonden Heel direct, zonder eromheen te draaien
Afpersing Iemand onder bedreiging dwingen om jou geld te geven
Simulatie Nagespeelde situatie
Openbaarheid Bekend maken
Intern Binnen de eigen kring, bijvoorbeeld binnen het eigen bedrijf
Legio Heel veel
Branche Bedrijfstak, bijvoorbeeld kapsalons, garages, verzekeringsmaatschappijen
In allerlijl  Zo mogelijk
Ton Honderduizend euro
Ondeuglijk Slecht van kwaliteit, gebrekkig
Onderschatten Te laag inschatten
Steken de kop in het zand Willen de problemen niet zien
Calamiteiten Noodtoestanden
Geconfronteerd  In aanraking gekomen met (meestal in ongunstige zin)
Omvangrijke Heel grote
Reputatie Goede naam, status
Accuraat Heel nauwkeurig, stipt
Afnemers Klanten
Overheden  Bestuursorganen van een land, provincie of gemeente
Traceren Opsporen, terugvinden

 

Spelling

Wanneer gebruik je -n en wanneer gebruik je -e

  • Als het bijvoeglijk naamwoord zelfstandig wordt gebruikt en het verwijst naar personen dan komt er -n achter een woord (Bijvoorbeeld: beiden, allen, sommigen)

  • Als het niet naar alle 2 de regels verwijst dan komt er niets achter (bijvoorbeeld: beide, alle, sommige)

  • Uitzonderingen die altijd eindigen op -n: tientallen, honderden, duizenden, tienduizenden, miljoenen

Meervoudsvormen

damesblad damesbladen
fobie fobieën
hyena hyena's
politiebureau politiebureaus
balade balades
kangoeroe kangoeroes
radio radio's
epidemie epidemieën
antibioticum antibiotica
stommerik stommeriken
porie poriën
rund runderen
zeeman zeelui
display displays
technicus technici
museum musea
hobby hobby's
kalf kalveren
havik haviken

 

Dictee

  • accuraat, branche, consequenties, conventies, gesteggel, porselein, stereotype, synestesie, traceren, virtuële

Voor Nieuw Nederlands - hoofdstuk 3

Geschreven tbv opleiding
8
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

Mc-suffie schreef op 09 Jan 2012 om 20:27

Leerzaam hoor. Had nog nooit van een Metoniem gehoord, laat staan dat ik de betekenis kende.
Inmiddels toch iets geleerd.

+0 -0- x

loesje190 schreef op 09 Jan 2012 om 21:03

Hé, dit ken ik nog wel! Goede samenvatting!

+0 -0- x

Rose_love schreef op 09 Jan 2012 om 21:40

Duidelijk verhaal!

+0 -0- x

Henie schreef op 09 Jan 2012 om 22:11

Prima verhaal!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: