Het verhaal van een 15 jarig meisje, die haar tranen verborgen houd voor de buitenwereld. Hoe het allemaal begon..

Het is weer hetzelfde verhaaltje zoals altijd. Ik heb alles verkeerd gedaan. Het is inmiddels zo ver dat ik elke dag doodmoe opsta, nergens nog zin in heb en het allemaal niet meer zie zitten. Ik ben vijftien jaar en zit in de derde klas van het voortgezet onderwijs, havo. Ik gedraag me zoals ieder ander maar om eerlijk te zijn voel ik me van binnen verschrikkelijk. Van school moet ik een uur terug naar huis fietsen. Ik fiets alleen. Op school heb ik wel vrienden maar ik praat me er onder uit om met ze te fietsen. Ik heb tijd nodig om na te denken over alles wat er thuis kan gebeuren en als het mis gaat, wat ik dan moet doen.

Bij thuiskomst was er niemand thuis. Iets later dan mij kwam mamma thuis. Binnen no time had ik al ruzie met haar. Mijn gedrag was niet normaal, volgens haar. Ik dacht terug aan de afgelopen weken waarin mijn ouders me keer op keer vertelden dat ik ze pijn deed, ook al wist ik niet waarom of wat ik dan verkeerd deed. Het was zo vaak ‘mijn gedrag’. Mijn broer, Jayden, had die middag een televisie gekocht voor op zijn slaapkamer. Ondertussen liep mamma onrustig door de kamer te schreeuwen. Ik was te laat weg, ze had mij al in het vizier en begon tegen me te schreeuwen.
‘Jij ruimt hier ook helemaal niks op! Je ziet toch dat het hier een troep is?!’
‘Dat valt wel mee, dacht ik’.
‘Nee, Danique dat valt niet mee! Heb je al die stofwolken door het huis zien vliegen! Wat ben je ook een luie hond!’, tierde ze. Ik keek naar Jayden die vrolijk doorging met zijn televisie uit de doos te halen.
‘Heb je het vlees nou nog niet gebakken? Wat ben je ook een egoïst!’, schreeuwde mamma vanuit de bijkeuken.
‘Nee, moet dat nu al? Je hebt daar niks over gezegd..’, zei ik en zweeg vervolgens. Ik begon op te ruimen, schoon te maken en eten te koken om mamma tevreden te houden. Ondertussen liep mamma onrustig om me heen en bleef aan een stuk door tegen me te schreeuwen over wat allemaal fout was aan mij.
‘Jij bent altijd maar chagrijnig!’, ging ze verder. 
‘Dat is niet zo, mamma’, antwoordde ik zachtjes.
‘Je doet alleen maar waar je zin in hebt, trut! Wanneer doe je nou eens wat voor ons? Je loopt alleen maar rond met een lang hoofd! Denk je dat ik dat leuk vind?!’
Ik zweeg.
‘Geef antwoord!’
‘Nee, dat denk ik niet.’ zei ik en keek op de klok, wetend dat mamma zes uur weg moest. Tegen die tijd was ze nog steeds razend op me, schreeuwde en sloeg met de deuren. Ik ging naast de tafel staan om zoveel mogelijk uit haar buurt te blijven terwijl zij nog haar laatste minuten thuis gebruikte om mij af te kraken. Ze vertrok, mij achterlatend met een rotgevoel. Ik realiseerde me dat ik zou gaan huilen, voor de zoveelste keer in een paar dagen dit gevoel. Deze keer liet ik mijn tranen toe nadat ze weg was. Waarom is mamma niet blij met me? Vroeg ik me af. Niemand zag de tranen die ik verborgen probeerde te houden. De woede in mijn binnenste werd overstemd door een vermoeide gedeprimeerdheid. Ik voelde me zo moe en ongelukkig. Ik wilde weg thuis, maar ik kon nergens anders heen.
‘s avonds deden we voornamelijk alsof er niks was gebeurd en aten we gewoon samen. Hier was er geen plek voor mij doordat ik buiten het gezin stond. Als er aandacht voor mij was, was dat alleen geschreeuw of rotopmerkingen doordat ik er niet uit zag of om ‘mijn gedrag’.  De ruzie werd de volgende dag hervat nadat mijn ouders thuis kwamen vanuit hun werk. Het ging over dat ik ‘deed alsof’. Daarnaast vonden ze dat ik me aanstelde en zo lang ik door zou gaan met stil zwijgen, zwaaide er wat voor me. Dit zou niet veel goeds betekenen. Ik was bang voor mijn ouders en voelde me niet langer thuis met deze mensen in dit huis.


Nieuwe dag, nieuw begin, dacht ik toen ik de volgende morgen opstond. Maar ik voelde me down en wilde niks liever dan verlost zijn van dit rot leven.
Het eerste wat mijn moeder die dag tegen me zei was: ‘Jij kan net zo goed geen leven hebben, je vindt toch niks leuk’.
Ik zweeg.
‘Je stelt je aan, zolang jij door gaat met dat zwijgen van je, zwaait er wat voor je’, zei mamma met verheven stem. Mijn ouders hadden totaal geen respect meer voor mij, zoals ze vroeger wel hadden gehad. Ik begon terug te denken aan de mooie tijd die al ver achter me lag. Ik werd uit mijn gedachten gehaald door mamma die nog tegen me schreeuwde. Ik sloot me af voor haar woorden en liet het mijn ene oor ingaan en mijn andere uit. Tegen de tijd dat ik eindelijk weg kon uit dat pesthuis was er even het gevoel van opluchting, gevolgd door wanhoop. Het was de laatste schooldag voor de kerstvakantie wat zou betekenen dat ik de hele week met mijn ouders moest doorbrengen. Op school was iedereen enthousiast en blij dat het bijna vakantie was. Ik zag er als een berg tegen op door alles wat er thuis kon gaan gebeuren. Bang dat alles mis zou gaan deze vakantie. De laatste schooldag probeerde ik me nog maar groot te houden, maar bij het horen van de laatste bel wilde ik niks liever dan sterven.
Bij thuiskomst begon mijn moeder gelijk weer te schreeuwen. Ik sloot me weer af op mijn kamer. Wat er ook zou gebeuren, ik moest en zou geloven dat mijn ouders goed voor me waren en ik moest van ze houden. Al twijfelde ik soms erg aan het waarheidsgehalte wanneer ze mooie verhaaltjes vertelden over hoe het zou kunnen worden. Ik moest het geloven maar eigenlijk vond ik het vreselijk als mijn ouders zulke dingen tegen me zeiden. Hoe lang ga ik dit nog volhouden? Vroeg ik me af. Mijn gedachten werden onderbroken door mamma die schreeuwend mijn kamer binnen kwam.
‘Waarom heb je niks verteld over een kerstviering op school?’
‘Kerstviering?’
‘Ja kerstviering, of doen jullie daar ook al niet meer aan?!’
‘Ik weet niks van een kerstviering, mamma’, antwoordde ik zachtjes.
‘Ik vertrouw jou voor geen meter, je liegt alles aan elkaar vast!’, tierde ze en sloeg mijn deur met een klap dicht.  Ze ging school bellen en hen vragen of we nog wat met kerst deden, en ja dat deden ze wel. Iets wat mij nooit was opgevallen. Mamma vond het gemeen dat ik daarover had gelogen. Ze begonnen me weer te vernederen. Mijn ouders maakten me geestelijk helemaal kapot, en dan moest de vakantie nog beginnen. Alles wat mij nog een volwaardig persoon maakt werd kapot gemaakt met opmerkingen en als dat niet genoeg was: klappen. Ik begon me af te vragen of er nog wel iets goeds in mij zat. Boven alles had ik mijn ouders voor de zoveelste keer teleurgesteld. 

Tegen de tijd dat mijn ouders thuis kwamen van hun werk begon het allemaal nog een keer. Ik zat in bad, wat gelijk al commentaar opleverde. Ze hadden me nog niet eens gezien en ik had al de zoveelste rotopmerking van die dag gekregen.
‘Danique! Je komt nu uit bad! Jij houdt ook nooit rekening met anderen!’, schreeuwde mijn moeder onder aan de trap. Ik begon me gelijk razendsnel af te drogen en aan te kleden. Al wist ik toen gerust al wat me allemaal te wachten stond. Mijn ouders waren boos. Het volgende irritatiepunt was dat ik niet blij keek toen ik beneden kwam. We moesten praten. En was het maar ‘praten’ geweest, want het werd alleen maar geschreeuw en gescheld. Ik moest op de stoel zitten. Mijn ouders gingen beide op een andere bank zitten. Mijn moeder begon als een gek allerlei vragen op me af te vuren die ik moest beantwoorden en wel snel een beetje, anders had ik een nog groter probleem. Het waren vragen over mijn gedrag. Mijn ouders vonden mij ondankbaar en chagrijnig. Daarnaast kon ik alleen alles doodzwijgen, had ik nooit een positieve inbreng, nam ik dingen te serieus op, luisterde ik niet goed, gaf ik nooit antwoord, stelde ik me aan, deed ik alsof ik in de knoop zat, loste ik niks op, deed ik nergens mijn best voor, begreep ik dingen niet goed, kon ik geen problemen hebben doordat er nooit iets was gebeurd, misbruikte ik mijn ouders, hing ik alleen maar de ‘etter’ uit, hield ik geen rekening met andere mensen, had ik geen respect en praatte ik nooit met een normale toon. Wegkijken wanneer zij spraken maakte het nog erger. Het was een hele opgave voor mij om ze aan te blijven kijken wanneer ik me zo gekwetst voelde. Hun ogen spuwden vuur als je ze aankeek. Daardoor probeerde ik dat zo veel mogelijk te beperken. Toen ik voor de zoveelste keer wegkeek gingen mijn ouders recht voor me zitten op de tafel, nog geen halve meter van me af. ‘Kijk me aan als ik tegen je praat!’, tierde ze terwijl ze mijn kin naar haar toe trok zodat ik haar aankeek. Ik begon ongelofelijk in paniek te raken, maar ik mocht mijn gevoelens niet laten zien.
‘Je kijkt me aan als ik wat zeg, verwend kreng dat je bent!’
Mijn frustraties en woede liepen zo hoog op in mijn binnenste. Ik voelde het, maar wist dat ik het weg moest slikken. Mamma begon aan me te zitten, dit maakte me nog bozer. Ze moest met haar poten van me af blijven, dacht ik.

Ze ging door tot ik mezelf niet meer onder controle had en haar handen van me af duwde. Haar ogen werden groot en ze bleef naar me staren en schreeuwen. Ik probeerde haar van me af te duwen, wat haar nog bozer maakte Er vloog een pijnscheut door mijn lichaam op het moment dat ik een klap in mijn gezicht kreeg.
‘Je geeft ons nooit de kans, trut! Je verpest je leven helemaal zelf!’ Het was allemaal zo verwarrend.
‘Het is jou schuld, je hebt niks ergs meegemaakt waardoor jij het recht hebt je zo te gedragen!’ Mijn gedrag was niet bepaald ernstig, vond ik zelf. Het enigste wat ik deed was zwijgen. Zwijgen doordat dat de beste uitweg was thuis.
‘Je kan niet in de knoop zitten met jezelf omdat er niks ergs is, stel je dus niet aan!’
Ik sloot me voor de zoveelste keer af van de buitenwereld.
Aan het einde van de avond besefte ik dat de ruzie niks had opgelost, sterker nog het was er alleen maar slechter op geworden. Het ging helemaal niet goed meer met me. Ik had een geheim. Een paar maanden geleden, in Augustus, was ik mezelf pijn gaan doen. Lichamelijke pijn was dragelijker en door deze pijn te maken had ik een reden voor de pijn die ik in mij voelde. De geestelijke pijn was me zoveel, het maakte me gek dat ik pijn had maar niks had waaraan je kon zien dat ik pijn had. Wanneer ik lichamelijk pijn had voelde ik de geestelijke pijn niet. Op dat moment had ik een reden om pijn te voelen, wat een soort opluchting was. Mezelf verdoven van de pijn was wat ik nodig had. Ik wist dat het niet goed was maar ik kon geen kant meer op. Ze maakten me kapot thuis. Na de ruzie van de dag ervoor had ik tegen de muur geslagen tot het bloedde. Dit was niet genoeg pijn om de pijn in me te verdoven. Beneden pakte ik uit de keukenla een mes waarmee ik op mijn pols een paar diepe sneeën maakte. Ik schaamde me er zo voor en niemand mocht dit weten.
Om mijn moeder blij te maken had ik gezegd dat ik de volgende dag positief zou beginnen, om er vanaf te zijn.
Die ochtend werd ik wakker met een rotgevoel en ik was nog hartstikke moe. Ik had nog één uur in mijn bed naar het plafond liggen staren maar mijn gevoel werd er niet beter op. Ik dacht lang na hoe ik mijn ouders gelukkig kon maken, maar ik kwam er niet uit. Ik zou mijn ouders niet gelukkig kunnen maken. Wat deed ik in godsnaam verkeerd dat ze elke dag weer begonnen? Mijn gedachten werden onderbroken door mamma die mijn kamer in kwam. Ze deed alsof er niks was gebeurd wat zo onbegrijpelijk voor me was. Ik hield me in en zei er niks van aangezien ik zou positief doen. Ik was toch degene die zich aanstelde. Ik moest maar eens normaal doen. De spanning liep weer zo hoog op dat ik mezelf weer sneed. Ik kon niet meer. Ik zat echt op het eind. ‘s Avonds was ik met mijn vriendin gaan oppassen bij haar buren. Mijn vriendin heette Sara en was al mijn vriendin sinds we in groep zeven bij elkaar in de klas kwamen. Inmiddels was ze nog steeds mijn vriendin en ik sprak zo af en toe na school wat met haar af. Sara was een lieve meid met gevoel voor humor, net als ik eigenlijk. We konden altijd wel met elkaar lachen. Ook al had ik die avond helemaal geen zin om wat te doen, toch ging ik. Het was achteraf bekeken ook niet echt een succes. Dat lag niet aan Sara want ze deed echt wel haar best en ik ook maar ik voelde me helemaal niet goed. We keken naar TMF, en spraken ondertussen over normale dingen waar iedereen van mijn leeftijd zich mee bezig hield. Mijn gedachten dwaalde steeds af naar heel andere dingen, zoals de pijn die weg moest en mijn ouders. Mijn enkel had erg veel gebloed en het was door mijn sok heen gebloed. Ik verdiende niet beter dacht ik, toen ik het bloed op mijn sok zag. Rond één uur ’s nachts ben ik weggegaan, zonder dat ik Sara ook maar wat had laten merken van mijn gevoelens. Ik gedroeg me zoals iedereen zou doen.
De volgende dag deden pappa en mamma weer onbegrijpelijk aardig tegen mij. Het ene moment was ik een trut, bitch, of een kutwijf. Het volgende moment een lieverd en een schatje.
Het was half December, tegen Kerst aan. Het idee van samen zijn en elkaar cadeautjes geven leek me verschrikkelijk. Ik had niets meer van mijn ouders nodig. Alsof ik daar recht op had, maar we zouden de schijn wel weer ophouden en kerst vieren alsof wij een geweldig gezin waren.


Op eerste kerstdag besefte ik dat mijn leven overdenken geen zin meer had. Ik lag nog in mijn bed, zoekend naar oplossingen, wetend dat het geen zin had. Het zag er zo nutteloos en waardeloos uit. Ik vond mezelf een mislukking en ik haatte het wie ik was. Wat ik ook wel aan mezelf te danken zou hebben. Alles wat er was gebeurt, was mijn eigen domme schuld geweest. Het had geen zin om verder te leven als ik toch niks goed kon doen en altijd alles verpeste. Ik kon beter dood gaan, dan had niemand nog last van mij en kon niemand boos op me zijn. Dood was gewoon het beste. Mijn ouders zeiden dat ik alles zelf deed in mijn leven en zelf degene was die het tot een hel maakte.
Waarom doen mijn ouders nu aardig tegen me en anders niet? Ze mogen kwaad op me zijn, me helemaal verrot schelden.. Me slaan.. erger dan het gevoel kan het niet worden. Eerst scholden ze me ook uit. Waarom nu niet meer? Nee, ik ben geen lieverd! Ik ben toch een bitch? Een teringwijf? Een grafkop? Een tyfustrut? Was ik maar dood.


Om acht uur werd ik wakker van mijn ouders die mee gingen doen aan een georganiseerde wandeling in ons dorp. Van uitslapen kwam ook helemaal niks terecht in mijn vakantie. Zodra ik wakker was kon ik onmogelijk in slaap komen. In plaats van de dag met een ontbijt te beginnen, begon ik de dag door naar beneden te gaan om een mes te halen, waar ik me op mijn kamer mee sneed. De oude sneeën waren nog niet genezen en dat maakte me ook niks uit. Zelfs dat deed me weinig.

Vervolgens liep ik weer de trap af naar beneden. Jayden zat als een zombie achter de computer. Mijn humeur was al zo slecht en aangezien ik deze dag slecht was begonnen, was een blik naar Jayden al genoeg voor ruzie over hoe chagrijnig ik wel niet was en hoe chagrijnig Jayden wel niet was. Ik besloot het te negeren en een boterham te eten. Tegen de tijd dat mijn ouders thuis kwamen tintelde het in me, gevoelens van boosheid en verdriet. Gevoelens wegstoppen, doen alsof er niks is gebeurd. Het was zwaar om ze weer onder ogen te komen.
‘We hebben Sara gezien, dat kan je ook geen vriendin noemen als ze je niet eens heeft meegevraagd, je had ook gewoon mee moeten gaan’, merkte mijn moeder op. Mijn vrienden waren nooit goed genoeg, dat wist ik allang. Dat had ze me al zo vaak verteld. De rest van de dag bracht ik mijn tijd door op mijn kamer, zo hoefde ik met niemand te praten, viel ik niemand lastig en kon niemand boos op me worden. Mijn ouders waren dan alsnog wel boos op mij doordat ik niks anders deed dan leren voor school. Tenminste dat dachten ze want ik was gerust niet al die tijd aan het leren. Tijdens het avondeten kregen we de volgende ruzie. Waarom dat was wist ik niet meer. Ik deed alsof ik daar niet was en sloot me af voor de woorden die ze tegen me zeiden. Ik was volledig geconcentreerd op het eten op mijn bord. Ik wilde niet bij deze mensen horen. Van binnen huilde ik. De meeste ruzies gingen voornamelijk over helemaal niks. Ik zou niet weten wat ik verkeerd had gedaan. Ik was het leven zo zat en ik zou niks liever willen dan doodgaan. Terwijl pappa de borden van tafel begon te ruimen zei hij met verheven stem: ‘Jij moet echt normaal doen en wel wat gaan doen in de vakantie. Je gaat je dus niet afzonderen in je kamer en je mag niet chagrijnig zijn, daar heb je geen enkele reden voor.’

Vervolgens waren de dagen die volgde vol met spanning. We moesten op verjaardag bij oma en dat betekende stress. Het was de moeder van mijn moeder, niemand vond het leuk om naar haar toe te gaan. Mijn oma was heel erg gesloten en echt zo’n type dat niet mee gaat met de tijd. Ik kwam eigenlijk nooit meer bij oma. Behalve vroeger toen ik nog wel eens met Jayden bij oma bleef slapen maar voor mij was dat nooit zo leuk. Jayden mocht altijd mee met ome Ben, de broer van mijn moeder. Zij gingen trekker rijden in het weiland. Jayden vermaakte zich wel en hij had het wel naar zijn zin. Oma vond dat dat jongens dingen waren, daar deden meisjes niet aan mee. Meisjes zaten aan de keukentafel om tekeningen te kleuren. Dus wanneer ik bij oma kwam mocht ik alleen maar kleuren en daar bleef het bij. De laatste paar jaren had ik altijd een goede smoes om niet langs te hoeven; ik mocht van mamma niet de grote, drukke weg over steken. Nu ik vijftien was, was dat niet echt geloofwaardig meer. Mijn moeder had geen goede band met haar moeder en dat was erg te merken aan haar gedrag wanneer we daarheen moesten. Ik had mijn best gedaan om mamma gerust te stellen en ik was zelfs meegegaan naar de supermarkt. Bij oma was het, zoals verwacht, niet leuk. De tijd leek stil te staan. Terwijl de ene pijnlijke stilte naar de andere volgde.. Iedereen keek boos en de spanning was voelbaar in de kamer. Na anderhalf uur had ik een goede reden om te gaan. Ik had een toernooi met zaalvoetbal. Dat was elk jaar opnieuw rond deze tijd. Deze keer zat ik er erg tegen op doordat ik me zo down voelde. Achteraf was het wel erg leuk geweest. Toch dacht ik veel aan mijn ouders. Ze dachten dat ik aan de drugs zat doordat ik me zo gedroeg. Het voelde erg rot dat mijn ouders zulke dingen van mij dachten, terwijl dat niet zo was. Na het toernooi kwam ik best enthousiast thuis tot mijn vader weer begon.
‘Je kan beter je mond houden, daar ben je anders ook altijd zo goed in dus dat kan je nu ook beter doen’, zei hij zonder op te kijken.

Het was mijn vrije middag. Mamma deed erg aardig tegen mij en dat maakte het nog verwarrender dan het al was. Alles zou een stuk makkelijker zijn wanneer ik wist wat me te wachten stond maar nu wist ik het totaal niet meer. Het ene moment kon het goed zijn maar het volgende moment kon ik alles fout hebben gedaan en zouden ze niks van me waarderen. Ik was bang thuis en ik moest goed opletten en blijven nadenken. Nog een week en dan zouden pappa en mamma de hele week thuis zijn. Dat was een echte domper want ik dacht dat ze zouden werken. Dat maakt deze vakantie nog erger dan dat het al was. Een week vakantie was al lang genoeg en ik kon niet wachten tot school weer zou beginnen. Mijn ouders vonden mij stom omdat ik in de vakantie leerde voor school en een werkstuk maakte. Voor mij was het juist een uitweg om maar niet bij mijn ouders te zijn.

Voor de zoveelste dag op rij voelde ik me verschrikkelijk. Ik zou die middag samen met Sara een film kijken bij mij thuis. Niet dat ik daar zin in had maar het leek me beter dan alleen zijn met mijn moeder. Mamma kwam rond een uur of één thuis van werken bij pappa, en ze begon zoals elke donderdag met schoonmaken. Ik was met de honden een rondje gaan wandelen om uit de problemen te blijven en daarna zou mijn vriendin langs komen. Sara kwam, zoals afgesproken en we besloten om naar Prison break te kijken, een serie die we allebei volgde. De telefoon ging en mamma nam op. Ik kon aan haar horen dat het Jayden was.
‘Ja ik geef Danique wel even’, zei ze en overhandigde mij de telefoon.
‘Ja?’, vroeg ik.
‘Kom je me aan mijn bed helpen?’, vroeg hij voor de zoveelste keer. Ik was het zat dat hij me bleef vragen om hem te helpen. Ik was totaal niet handig en bovendien was Jayden totaal niet vriendelijk tegen mij op de momenten dat ik hem wel hielp.
‘Ik ben nu met Sara, Prison Break aan het kijken en ze is er net. Ik ga haar nu dus niet naar huis sturen’.
‘Je wilt me nooit helpen! Je komt maar gewoon, ik heb het nu vaak genoeg gevraagd!’ schreeuwde hij door de telefoon. Mamma stond toe te kijken vanaf de deur en begon zich er ook mee te bemoeien.
‘Danique, ik vind dat je Jayden wel eens kan gaan helpen hoor. Hij heeft het nu al zoveel keer gevraagd en je zegt steeds: nee’. Nu mamma en Jayden allebei vonden dat ik moest helpen voelde ik me erg alleen. Jayden klikte het gesprek weg terwijl mamma ondertussen van alles en nog wat op begon te noemen waarom ik Jayden moest en zou gaan helpen. Sara zat er al die tijd bij en ik schaamde me er een beetje voor dat mijn moeder een hele discussie met mij begon over dat ik Jayden moest gaan helpen.
‘Ja maar mam..’, probeerde ik nog. Maar ze onderbrak me.
‘Je gaat, Danique’, zei mamma met een blik waarvan ik wist dat ik maar beter kon doen wat ze zei.
‘Hij kan me nu wel gebruiken hè, anders ben ik niks waard en kan hij me alleen maar uitschelden’, zei ik geïrriteerd.
‘Kan me niet schelen, je gaat’ zei mamma terwijl ze naar de hal liep, ‘En dat is niet waar, Danique! Jij vind nooit iets leuk en je gebruikt Jayden zelf!’
Ik liep achter mijn moeder aan en liet Sara achter in de kamer. ‘Mam, Sara is er net’
‘Dan stuur je haar maar naar huis. Je gedrag is onacceptabel’
Beneden vertelde ik Sara dat ze beter kon gaan. Ik voelde me ongelofelijk boos van binnen.  De vier daarop volgende uren stond ik Jayden te helpen met zijn bed. Ik probeerde nog interesse te hebben in wat Jayden allemaal kon. Jayden was wat dat betreft echt een handige jongen. Het was nog wel te doen tot ik op een gegeven moment iets verkeerd deed en Jayden hartstikke boos werd. Voor straf moest ik de volgende dag weer aan zijn bed helpen.
De volgende dag ging het weer helemaal mis. Jayden gaf me de opdracht om gaten te plamuren. Dus ik was keurig aan het plamuren, tot het op was en ik nieuwe pakte. Dit pakte ik op dezelfde plek als waar de plamuur eerder ook stond maar Jayden had daar de kit neer gelegd en op een plamuurmes gedaan. Ik met mijn domme kop zag geen verschil tussen plamuur en kit aangezien het allebei op een plamuurmes zat, dus ik ging ervan uit dat dat plamuur was en dat Jayden zo vriendelijk was geweest alvast nieuwe voor me neer te leggen. Jayden kwam erachter dat ik met kit de gaten dicht zat te plamuren.
‘Je hebt mijn bed verneukt, kutwijf!’
Ik kon wel door de grond zakken.
‘Sorry, ik wist dat ook niet’ Ik had zo mijn best gedaan en het ging echt perongeluk. De tijd die volgde werd ik voortdurend uitgescholden en vernederd tot we eindelijk konden gaan naar de werkplaats van mijn ouders. Mijn ouders waren net klaar met werken en we zouden daar met z’n vieren eten. Dat was vreselijk. Jayden vertelde alles tegen pappa en mamma.
‘Hoe heb je dat kunnen doen? Ik kan het echt niet begrijpen! Dat zie je toch! Je ziet toch dat dat geen plamuur is?!’ schreeuwde mijn moeder.
Ik was totaal niet handig en ik had het helemaal niet expres gedaan. Maar daar dachten mijn ouders en Jayden anders over.
‘Je deed het expres, trut!’, schreeuwde mamma.
‘Nee, ik kon dat toch ook niet weten’, zei ik.
‘Je ziet toch dat dat heel ander spul is!’
‘Nee’.
Mijn moeder schreeuwde zo hard dat het pijn deed aan mijn oren. Ik werd er erg bang van. Mamma ging door tot ze me aan het huilen had. Ik was echt niet iemand die zomaar begon te huilen maar deze keer gebeurde het wel. Ik voelde me een ongelofelijke mislukking na alles wat ik fout had gedaan. Tijdens het eten gingen ze met z’n drieën door over hoe dom ik wel niet was geweest.
‘Help je mee met op ruimen!’, schreeuwde mijn moeder. Het was niet echt een vraag, meer een bevel. Ik wist dat als ik het niet zou doen ze alleen maar bozer zou worden dus ik deed het. Ik ben bang en ik wil weg maar waar kan ik heen? Hopelijk ga ik vannacht dood. Ik ben het allemaal niet waard. Terwijl ik aan het schoonmaken was dacht ik na over de beste zelfmoordpogingen die zeker mijn einde zouden betekenen.

De volgende dag werkte ik voor het avondeten verder aan mijn werkstuk op de computer. Jayden wilde ook op de computer.
‘Je mag over vijf minuten’, zei ik tegen Jayden.
‘Nee, je gaat er nu af’, zei Jayden. Hij ging er duidelijk niet mee akkoord dat hij vijf minuten moest wachten. 
‘Je mag over vijf minuten’, zei ik opnieuw. Ik bleef rustig. Dit maakte hem nog bozer.
‘Je gaat er nu af!!’ schreeuwde hij en sloeg tegen de computer. Door de klap viel de computer uit. De bestanden van mijn werkstuk waren nog niet opgeslagen en die waren dus weg. Al mijn werk was voor niks geweest.
‘Wat doe je nou joh! Ik had het nog niet eens opgeslagen!’, zei ik met verheven stem.
‘Eigen schuld, had je me maar gelijk op de computer moeten laten’, schreeuwde hij.
Ik rende de trap op naar mijn kamer. Deur op slot. Beneden hoorde ik mijn ouders en Jayden schreeuwen. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik merkte aan mezelf dat ik zeer weinig kon hebben nu ik me zo slecht voelde en nooit de kans kreeg om mijn grenzen aan te geven. Mijn gedachten werden onderbroken door mijn vader. ‘Danique, we gaan nu eten, komen!’
 Aan de tafel ging de ruzie gewoon verder. Jayden had zijn bord snel leeg en ging naar boven. Ik bleef aan de tafel met mijn ouders. Ze gaven mij het gevoel dat het mijn schuld was. Ik had ook gelijk moeten stoppen. ‘Jij bent ook niet te vertrouwen, trut!’ schreeuwde mamma tegen me.  Ze zeiden zoveel.. ik was het zat en ik wilde weg dus ik stond op en liep naar de deur. Waarom gebeurde dit? Wat deed ik verkeerd? Vroeg ik me af. Mijn moeder sprong op en ging voor de deur staan om me tegen te houden. Ook pappa kwam naast mijn moeder staan. Nu kon ik helemaal niet meer door de deur. Pappa gaf mij een duw. Ik bleef staan en liet me niet wegduwen. Op dat moment was ik echt wel bang. Pappa duwde me nog een keer en weer bleef ik staan. Dit maakte hem echt kwaad. Hij sloeg me, trok me mee sloeg me weer en gaf me nog een duw. Mamma volgde en gaf me ook nog een klap. Ik werd weer van achteren geduwd en viel tegen een stoel waardoor ik struikelde. Het lukte me om me op tijd op te vangen voor ik met mijn hoofd op de tafel klapte. Mijn vader trok me weer omhoog aan mijn arm, duwde me op de stoel en gaf me nog een klap. Mijn moeder stond er aan de andere kant naast sloeg me en schopte nog een paar keer tegen mijn benen. Ik had geen tijd gehad om te kunnen begrijpen waarom dit gebeurde. Mijn ouders houden niet van mij, ging er door mijn hoofd. Het was chaos in mij waardoor ik mijn benen niet stil kon houden vanwege het trillen.
‘Dacht je dat ik dit van jou pik? Moet je kijken hoe je eruit ziet!’ schreeuwde ze.
Ik weigerde ook maar iets te tonen; geen pijn, geen verdriet. Ik liet het allemaal gebeuren.
‘Jij denkt misschien dat het niks met mij doet als mijn dochter erbij loopt als een zwerver! Nee, maar als je er zo bij gaat lopen krijg je misschien wel wat aandacht, aansteller dat je bent, jij doet alles om aandacht te vragen!’ Ik ben een slecht mens. Mijn thuis was niet veilig en ik wilde hier zo graag weg. Die avond was het Nieuwjaar en ik zag er erg tegen op. Ik zou het met een paar vriendinnen vieren, bij Loïs thuis. En eigenlijk was ik allang blij dat ik de deur uit kon.

4
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

tipgever83 schreef op 15 Feb 2012 om 10:38

duim van je fan erbij voor je artikel !

+0 -0- x

spiritlady schreef op 15 Feb 2012 om 20:48

ongelofelijk wat bezield zulke mensen , om zo met hun kind om te gaan, ik wordt er echt heel boos van als ik dit lees.

+0 -0- x

amiad schreef op 28 Feb 2012 om 16:30

pfff, ik ben sprakeloos. Sterkte is het enige wat ik kan uitbrengen.

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: