Oh, wat was ze kwaad zeg. Dacht ze maanden geleden dat ze niet bozer of verdrietiger kon worden, nu was ze dat gevoel van toen allang vergeten. Dat was niks geweest vergeleken bij de woede die nu in haar binnenste woedde.

 

~Gerechtigheid~

 

Ze had geloofd in gerechtigheid, iedereen had haar ook bevestigd dat de dader zijn straf niet zou kunnen ontlopen. De zaak was klip en klaar. Daar had ze al die tijd vertrouwen in gehad en nu... Nu geloofde ze nergens meer in.

De rechtszaak had maanden geduurd en al haar energie was verloren gegaan aan het zichzelf bij elkaar houden en ondertussen voor haar tweeling van drie te zorgen. Daar stond ze nu alleen voor door deze gestoorde randdebiel.

Hij had geen moment spijt betuigd. Hij, die de vader van haar kinderen het leven had ontnomen, beweerde dat hij handelde uit noodweer. Natuurlijk wist ze dat dat onzin was. Oké, haar man was dan wel eens agressief, maar tegen anderen was hij altijd heel netjes en correct. Dat wist ze zeker.

De jury wist het echter niet zo zeker en tot haar ongeloof was de uitspraak slechts Dood door schuld. De bewijzen waren miniem, maar afdoende en er waren verzachtende omstandigheden. Haar wereld stortte in. Hoe kon ze ooit tegen haar kinderen vertellen dat hun vader zelf aandeel in zijn eigen dood had gehad? Dat kon ze niet.

Ze moest en zou zijn nagedachtenis beschermen en op de dag dat de uitspraak van het vonnis zou plaatsvinden, had ze in haar handtasje een mooi klein pistooltje meegesmokkeld. Het had haar verbaasd hoe eenvoudig ze het mee de rechtszaal in had kunnen nemen.

Hij zou, met aftrek van voorarrest, waarschijnlijk niet eens moeten ‘zitten’. Als er dan vanuit de maatschappij en vanuit Justitie geen rechtvaardigheid zou zijn, dan zou ze zelf zorgen dat de dader zijn deel kreeg.

In de rechtszaal dacht ze echter de hele tijd aan haar kinderen. Als zij zou schieten, dan moesten ze verder zonder moeder. Was ze zelf niet net zo erg als ze dit nu deed en moest zij nu juist niet nog verantwoordelijker zijn? Ze zou zeker veroordeeld worden voor moord en zelfs met compassie nog altijd genoeg tijd moeten uitzitten.

Haar liefde voor haar kinderen liet haar het verstandigste doen. Ze liet het pistooltje waar het was en liep de rechtszaal uit. Al haar gevoel en levensvreugde waren verdwenen, maar ze was vastbesloten het te gaan redden.

De straf van de moordenaar zou dan wel veel te mild zijn, alles had zo zijn redenen en ze besloot zich er bij neer te leggen. Ze wilde niet dat hun hele leven verpest zou worden door de vuige moord op haar man en de vader van haar kinderen.

Het leven kabbelde voort. Langzaamaan heelde haar hart en ze begon het leven weer mooi te vinden. Haar man miste ze nog elke dag, maar de kinderen boden veel troost. Ze kon zich een leven zonder hen niet voorstellen.

De kinderen werden groter. Er moesten regelmatig nieuwe kleren worden aangeschaft en op een dag, ze waren bijna zeven jaar, liepen ze in de stad om inkopen te doen. Niet haar meest geliefde bezigheid, zelfs voor zichzelf bestelde ze alles al liever per post.

Ze had zich een beetje vergist in de drukte, het was veel drukker dan ze had verwacht. Ze moest ogen in haar achterhoofd hebben om de tweeling in de gaten te houden. Nu waren ze sowieso al nooit zo volgzaam, maar het leek wel of ze op drukke plaatsen nog eens extra opstandig werden. Ze liepen met elkaar te ruziën en terwijl ze liepen te vechten letten ze niet goed op. Ze zag het gebeuren, maar was verstard.

Een grote vrachtwagen denderde met volle vaart op de tweeling af, die door hun geruzie allebei niks van dit alles zagen. Haar mond ging open en ze wilde gillen, maar er kwam geen geluid. Mensen keken en zagen het gebeuren, maar niemand deed iets.

Op het moment dat de vrachtwagen de tweeling zou scheppen, vloog een man als een bliksemschicht op ze af en griste ze op het nippertje weg. Mensen zeiden, bewonderend en opgelucht tegelijk, “Ohhhhhhhhhhh!!” en “Ahhhhhhhhhh!!” Ze bibberde op haar benen en liep langzaam, bijna strompelend, op de man af. Ze wreef hem op zijn schouder en zei: “Ik weet niet hoe ik u moet bedanken. Oh, mijn Goh wat ben ik U vreselijk dankbaar. U heeft mijn kinderen gered. U bent een Engel!”

De man draaide zich om en keek haar aan. Ze keek recht in de ogen van de moordenaar van haar man.

2
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

Sandra-Philippo schreef op 09 Oct 2011 om 13:57

Goed geschreven dit! Wat een bizar einde....

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: