Fantasieën waar maken kan een geweldige belevenis zijn.

‘Há, há, vol in haar hol!’

 

Eric werd met een glimlach rond zijn mond uit Sylvia de Wit geboren. Na aanvankelijke verbazing liep iedereen in de kraamkamer te glimlachen om het vrolijke kind. De glimlach week ook later niet meer van zijn snoet, Eric was voor het geluk geboren werd door zijn trotse vader Geert beweerd.Er zat een keerzijde aan het geluk, Eric bleek dom te zijn geboren. Niet dat het Eric iets kon schelen, hij groeide groter vervult met kinderlijk geluk.

Een gewone basisschool was voor Eric te hoog gegrepen, hij snapte maar niet waarom hij moest proberen om net zo slim als andere kinderen te worden. Slimme kinderen hadden blijkbaar als levensdoel om via pesterijen zijn geluk te verknallen, niet dat hen dat lukte, Eric bleef tot grote ergernis van de slimmeriken ook om de meest verschrikkelijke pesterijen domweg lachen.

Na drie jaar op de basisschool te hebben vertoefd werd Eric overgeplaatst naar een school voor bijzonder basisonderwijs. Daar was hij niet meer het domste jongetje van de klas, anderen konden zelfs van hem wat leren. Eric kon zijn geluk niet op en kreeg nog meer lol in het leven. Ook zijn klasgenoten beleefden aan alles plezier, zij leefden net als hij een volmaakt gelukkig leven.

Naarmate hij ouder werd begonnen slimme volwassenen hem met pesterijen te plagen. Ze stuurden hem voor Piet Snot op pad om plintenladders en vierkante gaten boren te gaan halen. Daaraan beleefden slimme mensen kortstondig heel veel pret. Na hun gelach werden ze onverbiddelijk weer geconfronteerd met hun eigen dwaze gedrag als te grote schulden, ruzies en conflicten. Slimme mensen waren vergeten hoe het is om als gelukkig mens tevreden te leven.
Zijn ouders lieten alles maar begaan, het pesten van geestelijk minder bedeelden bood mensen blijkbaar houvast in hun uitzichtloze bestaan.

Eric trok zich nergens iets van aan en glimlachte zich een weg naar een volwassenen bestaan. Hij zag voortdurend de meest fantastische dingen waar slimmeriken alleen maar kortstondig van konden dromen. Als ze zich zouden vastklampten aan een mooie droom, dan lag de weg naar een gelukkig leven voor hen open. Maar dat deden de slimmeriken niet, ze vergaten hun dromen en kozen voor een sacherijnig, somber bestaan.

De feestdagen kwamen er weer aan, Eric kon zich daar enorm op verheugen. Elfjes en gezellige dwaalgeesten dwarrelden door de kamer en ook de Sint kwam dan bij hem langs om zijn advies te vragen. Hij kende de Sint maar ook de Kerstman en zijn schaars geklede vrouw redelijk goed, anders dan mensen dachten reisden die twee permanent rond op zoek naar mooie geschenken en niet te vergeten originele wensen. Soms maakten ze bij hem een stop om even bij te komen van een lange reis. Dan voerden ze heerlijke gesprekken over wat ze wel niet allemaal in hun avontuurlijke drukke leven beleefden.

‘We hebben een vierentwintigjarig kind’, zei zijn moeder Sylvia met berusting in haar stem.
Vader Geert knikte. ‘Zijn geest vertoeft hoofdzakelijk in een soort sprookjesland.’
Moeder Sylvia knikte. ‘We hebben voor de rest van ons leven de zorg voor een kind.’
Eric deed vergeefs zijn best zijn ouders uit te leggen dat voor kinderen en mensen zoals hij, er nog een wereld bestond.

Zomervakantie
Ooit hadden Geert en Sylvia tijdens de zomervakantie een afgelegen vakantiehuis op de Veluwe gehuurd. Het huis lag aan een boszoom waar een aantal ruïnes lagen te wachtten tot ze werden opgeruimd. Niemand nam de moeite dat te doen, dus de ruïnes bleven een onderdeel vormen van het boslandschap .
Sinds die ene vakantie wilde Eric minstens één keer per jaar terug naar die plek. Zijn ouders konden hem niets weigeren, dus één keer per jaar keerden ze voor een paar weken terug naar die stek.
Ook dit jaar namen ze weer hun intrek in het vakantiehuis. De broer en zus van Sylvia waren met hen meegegaan, ome Joop en tante Sjaan, daar sprak Eric hen mee aan.

Al de eerste ochtend stond Eric te popelen om op pad te gaan. Maar eerst moest er stevig worden ontbeten. Het was prachtig weer, dus werd er buiten aan de picknicktafel gegeten. Eric schrokte zijn ontbijt naar binnen. ‘Mag ik nu gaan, mijn vrienden rekenen op mij?’
Zijn vader knikte. ‘Ja, zodra ik je de gps-zender heb omgedaan, dan kan ik op mijn mobieltje zien waar jij je bevindt en kun je niet verdwalen.’
Eric had geen idee waarover zijn vader sprak, maar vond het best en liet zich een apparaatje aan een ketting om zijn nek hangen. ‘Mag ik nu gaan?’ vroeg hij met een stralende glimlach op zijn gezicht.
‘Ja jongen, leef je maar lekker uit.’

Eric liep naar het bos dat bij zijn nadering van aanzien veranderde, hij kwam in zijn eigen wereld terecht, een wereld waar hij zichzelf kon zijn. Hij sprong over een goudkleurig getrokken grens en belandde midden in een paddenstoelendorp. Aan een lange tafel op het Kabouterplein, zaten tientallen kabouters druk met elkaar te overleggen. De kabouter met de langste baard stond op. ‘Há, die Eric! Je komt als geroepen, we zitten met een groot probleem, misschien weet jij daarmee raad!’
‘Ik wil best met jullie meedenken hoofdkabouter Romboud.’ Eric genoot, hier werd hij niet door slimme mensen geplaagd, hij werd door de kabouters behandeld als een wijze vol goede raad.
Een elfje landde op zijn schouder en gaf Eric een kus op de wang. ‘Wat leuk dat je er weer bent Eric, we hebben je enorm gemist!’
‘Ik vind het ook fijn om weer bij jullie te zijn Tweekie! Maar Romboud sprak over een groot probleem, laar maar horen Romboud.’
‘Zoals je weet komt eens per jaar trollin Grombol uit de grond omhoog om te zien of ze een eenhoorn kan scoren als maaltijd voor haar trollengezin.’
Eric haalde zijn schouders op. ‘Ze kan toch onmogelijk langs de door de drie heksen aangelegde heksenkring rondom de ingang naar haar hol?’
‘De heksenkring is inderdaad honderden eeuwen een perfecte bescherming voor eenhoorns geweest. Maar de heksenkring legt het af tegen de alsmaar stijgende gemiddelde temperatuur in het land. Voor trollen is de heksenkring geen obstakel meer, alleen alle andere bewoners van het bos moeten voor de heksenkring oppassen.’
‘Ach, de heksen kennen vast wel een spreuk om de heksenkring te beschermen tegen de warmte!’
Drie gele wolken verschenen op het plein. Uit de wolken stapten drie heksen, geen monsterlijke heksen met lange dunne neuzen vol wratten zoals in sprookjes, nee drie prachtige vrouwen met toverstokjes in hun handen keken Eric vriendelijk aan.

‘Helaas is het antwoordt daarop nee Eric’, zei een zilverkleurige jurk gehulde heks. ‘Onze toverkracht legt het af tegen door slimme mensen veranderde natuurkracht. Er zal een menselijke oplossing moeten komen voor het probleem.’
‘Kunnen de eenhoorns niet naar elders verhuizen?’
‘Nee’, antwoordde een heks in goudkleurige outfit, ‘heel vroeger had dat wel gekund, maar mensen hebben onze wereld geblokkeerd met gebouwen, ‘daadoor zijn de eenhoorns gebonden aan dit bos.’
De derde heks gekleed in een zwarte jurk, stak een arm naar voren en opende haar hand waarin een gouden eikenblad verscheen. ‘Voor een oplossing van het probleem, schenk ik dit toverblad dat iemands leven voor altijd kan veranderen.’
‘Geschenken hoef ik niet, ik puzzel met suf of ik een oplossing kan bedenken. Het lijkt me dat we de trollin met geweld moeten verslaan.’
Vanonder de vergadertafel liepen twee vossen weg. ‘Als er sprake is van geweld, dan drukken wij slimme vossen onze snor’, zei Reintje met een akelige sarcastische lach. De vossen zetten het op een lopen en verdwenen in het bos.
‘De laffe vossen hebben gelijk Eric’,  zei Romboud vermanend, ‘wij gebruiken nooit fysiek geweld.’
‘Dat hoeft toch ook niet, wij kunnen toch de gang naar het trollenhol met stenen blokkeren, dan moeten de trollen wel in hun onderwereld blijven, daar horen ze tenslotte ook thuis. Daar verderop ligt een enorme berg stenen waarmee we de gang kunnen vullen.’
Romboud schudde nee. ‘Kijk naar ons formaat, dat is niet groot en sterk genoeg om stenen te kunnen versjouwen.’
‘Ik dacht ook nier aan jullie, maar aan Gigant, de verlegen reus van het bos. Voor hem is het een peulenschil de gang met stenen te vullen.’
Er klonk wat schamper gelach. ‘De verlegen reus laat zich in nabijheid van anderen echt niet zien.’
‘Maar je weet waar hij woont neem ik aan?’ vroeg Eric.
‘Uiteraard, hij woont op de reuzenweide een kilometer of wat hiervandaan.’
‘Dan wil ik naar hem toe om te overleggen, voor een gesprek hoeven we elkaar niet recht in de ogen te zien.’
‘Hum!’ zei Romboud, ‘niet slecht bedacht. Ik kan eenhoorn Walt vragen of hij jou naar de reuzenweide wil brengen.’ Romboud blies een paar tonen op een fluit.
Na een paar minuten week het struikgewas opzij, een hagelwit paard met een gedraaide hoorn op zijn kop keek schichtig om zich heen.
‘Er is nog geen gevaar te duchten Walt’, zei Romboud geruststellend, ‘trollin Grombol komt altijd exact om noenuur boven de grond, dat duurt dus nog twee uur.’
‘Met trollen weet je maar nooit of die zich aan de spelregels houden.’ Voorzichtig om zich heenkijkend liep Walt naar Romboud. ‘Waarom heb je me hierheen laten komen Romboud?’
‘Eric heeft een plan bedacht om trollin Grombol voor altijd in haar eigen woonomgeving te laten blijven. Nu de heksenkring ons geen bescherming meer biedt, wil hij de gang naar haar hol met stenen afsluiten. Stenen liggen er genoeg, we hebben alleen een sterk iemand nodig die de stenen in de gang kan gooien.’
Walt knikte. ‘Geen slecht plan’, zei hij waarderend, ‘maar wie is er sterk genoeg om de stenen op te tillen? Wij kunnen met onze koppen de stenen naar de gang toeschuiven, maar voor het optillen van stenen heb je toch echt een paar sterke handen nodig!’
‘Die zitten aan mij en aan Gigant de verlegen reus. Samen zijn we prima in staat de gang met stenen te vullen. Als jij me naar de reuzenweide wil brengen probeer ik de verlegen reus over te halen zijn medewerking te verlenen.’
‘Het valt te proberen maar ik betwijfel of Gigant daaraan mee zal werken.’ Walt zakte door zijn vier poten. ‘Neem plaats op mijn rug, dan breng ik je naar de reuzenweide.’Lenig klauterde Eric op de rug van Walt. ‘Het gaat je vast lukken Eric’, zei elfje Tweekie die nog steeds op zijn schouder zat bemoedigend in zijn oor.
Voorzichtig liep Walt het bos in waar het een drukte van belang was. Op boomtakken zaten ontelbare elfjes zich met elkaar te vermaken. Hun hoge stemmetjes vlogen als harpmuziek door het bos. De immer arrogante feeën wandelden door het bos. De meeste feeën waren zwart, die kleur gaf aan dat het boze feeën betrof. Witte feeën moesten de schimpscheuten van de zwarte feeën gelaten incasseren, ze waren veruit in de minderheid.‘Waarom zijn er eigenlijk slechte feeën Walt?’
Walt draaide zijn kop een stukje om. ‘Er is nu eenmaal geen goed zonder kwaad, in de wereld waar jij vandaan komt is dat niet anders. Het staat een ieder vrij te kiezen voor het goede of het kwaad, dat is de natuurlijke cyclus van het leven. Soms krijgt het goede de overhand en soms het kwaad. Deze parallelle wereld is een weerspiegeling van de mensenmaatschappij.’
Ze reden langs de eenhoornweide waar de eenhoorns in een cirkel stonden opgesteld, de punten van hun hoorns wezen recht vooruit, het was duidelijk dat een vijand het niet zonder slag of stoot van de eenhoorns zou kunnen winnen.‘We zijn op onze hoede Eric.’
‘Heel verstandig.’
Het leven verdween uit het bos. ‘We naderen de reuzenweide Eric, Gigant duldt niemand in zijn woonomgeving.’ Uiterst voorzichtig liep Walt de reuzenweide op.
Over de toppen van de bomen kwam een boomstam aanvliegen die met een dreunende klap midden op de reuzenweide terechtkwam. ‘Dit was een waarschuwing, verdwijn uit mijn gebied!’ galmde een stem tussen de bomen. ‘De volgende boom belandt anders bovenop jullie!’
‘Gigant, hoor mij even aan!’ riep Eric. ‘Er is een noodsituatie die we alleen met jouw hulp het hoofd kunnen bieden. Trollin Grombol komt straks boven de grond om de eenhoorns kwaad te doen. Gezien het slechte karakter van de trollin zal ze het daar zeker niet bij laten. Wij denken dat ze een slachting in het bos zal gaan aanrichten.’
‘Mooi, dan heb ik eindelijk rust.’
‘Ja, maar dan heb je ook niets meer om voor te leven. Jij moet vanwege jouw verlegenheid schuilen voor de andere bewoners in het bos. Als je dat niet meer hoeft te doen, ga je dood van verveling. Dus het is ook in jouw belang dat trollin Grombol onder de grond blijft.’
Het bleef even stil in het bos, toen liet reus Gigant weer van zich horen. ‘Je hebt daarmee wel een punt. Maar wat kan ik doen om het gevaar te keren?’
‘Het plan is de gang naar haar hol met stenen af te sluiten, daardoor zit ze voor altijd opgesloten onder de grond. De eenhoorns schuiven met hun hoofden stenen naar de ingang die door ons in de gang moeten worden gegooid.’
‘Ons zeg je? Je weet dat ik een probleem heb met andere boswezens in mijn naaste omgeving. Of ben jij soms Eric, het volwassen mensenkind waarover ik vaker heb gehoord?’
‘Ik ben die Eric ja!’
‘Hum, dan kan ik jou wel in mijn omgeving velen. Maar alle anderen moeten uit mijn blikveld verdwijnen!’
‘Geen probleem, dat kan geregeld worden.’
‘En die heksenkring, is die nog actief?’
‘Niet meer voor trollen, maar een ieder ander moet nog op zijn tellen passen ben ik bang voor.’
‘Oké, dan mikken we vanaf een veilige afstand de stenen in de gang. Walt, laat jij jouw kudde stenen op een hoop schuiven?’
‘Zeker, geen probleem.’
‘Afgesproken. Eric, je ziet me over een half uur verschijnen, je kunt me niet missen!’ Een daverende lach klonk vanuit het bos.

Walt keerde zijn  schreden en ging op weg naar de eenhoornweide waar hij kort en krachtig aan de kudde uitleg gaf wat er moest gebeuren. Met Walt op kop liep de kudde naar het Kabouterplein. De kudde begon gelijk stenen naar de heksenkring te schuiven.
Walt liet Eric afstappen en bracht Romboud van de afspraken op de hoogte. Romboud zorgde ervoor dat iedereen van het Kabouterplein en uit de omgeving uit zicht verdween. Ook elfje Tweekie ging ervandoor, maar niet nadat ze Eric alle succes had toegewenst.
Nadat de eenhoorns enorme hoeveelheden steden richting heksenkring hadden verplaatst, gingen ook zij er spoorslags vandoor
Reus Gigant kwam met een boomstam in zijn rechterhand uit het bos gelopen. Hij vergewiste zich ervan dat er geen pottenkijkers waren en liep naar Eric die met open mond omhoog staarde, wat was de reus reusachtig groot!‘Ik kan de spanning van de heksenkring voelen. O, o! Merk je dat Eric? De trollin komt omhoog zetten!’ Gigant gooide zijn boomstam op de grond, raapte een grote steen op en gooide de steen weg.  Met een sierlijke boog verdween de steen in de gang.
‘Aú! Welke pleurislijder heeft dit geflikt!’ kwam uit de gang omhoog zetten.
Gigant schoot in de lach. ‘Há, há, vol in haar hol! Kom Eric, stenen gooien!’ Eric gooide steen voor steen de gang in, Gigant deed dat met tientallen stenen per worp. De berg stenen naast hen slonk zienderogen, pas toen er een kop of de berg stenen in de gang verscheen vonden ze het genoeg.
‘Van dat monster zullen we voorlopig geen last meer ondervinden’, zei de reus tevreden.
‘Hoezo voorlopig?’
‘Het kwaad weet altijd een uitweg te vinden, het kan eeuwen duren, maar dan is het kwaad weer volop aanwezig. Ik ga snel terug naar mijn kluizenaarsplek Eric. Hopelijk niet tot ziens, ik ben nu eenmaal erg op mijn rust gesteld.’
‘Namens iedereen bedankt Gigant!’
‘Het is wel goed.’ De reus liep met grote passen naar het dichte bos.

Als eerste lieten de vrolijke elfjes van zich horen. Tweekie zocht de schouder van Eric op. ‘Goed gedaan  Eric, je bent mijn held!’
‘Een tikje teveel eer Tweekie, alleen door samen te werken hebben we iets bereikt.’
Het Kabouterplein liep weer helemaal vol. ‘Het plan heeft uitstekend gewerkt Eric’, zei hoofdkabouter Romboud die daarbij tevreden aan zijn baard frunnikte. ‘De trollin zit opgesloten onder de grond, dankzij jouw geniale plan kunnen wij weer veilig leven. Als blijk van grote waardering heeft de kabouterraad besloten jou te onderscheiden met de eikel van verdienste. Alsjeblieft!’ Eric kreeg een grote eikel overhandigd die hij bescheiden in ontvangst nam. ‘Ik zal deze prijs koesteren Romboud.’

Drie gele wolken verschenen waaruit de drie heksen tevoorschijn kwamen. De heks in een zwarte jurk liep naar voren en opende haar hand waarin een gouden eikenblad verscheen. ‘Ik heb je een belofte gedaan die ik na wil komen. In mijn hand houd ik het leven dat het jouwe kan zijn. Als je dit blad aanvaardt ga jij behoren tot de normale slimme mensen waaruit jouw wereld hoofdzakelijk bestaat. Jij wordt dan bovenmatig slim. Uiteraard wordt onze wereld dan voor jou gesloten, dat is de prijs die je ervoor betaalt.’Eric dacht een poosje na eer hij antwoord gaf. ‘Als beloning word ik mogelijk een slim mens die er genoegen in schept de geestelijk minder bedeelden te schofferen en te kleineren. Ook ik ga dan misschien op jacht naar het grote geld en schuw niet om geweld dat doel te bereiken. Misschien word ik wel gevuld met haat naar alles dat niet op mijn evenbeeld lijkt. Homoseksuelen, asielzoekers, kleurlingen en zwakbegaafde mensen moeten mijn redeloze haat dan maar leren verdragen. Misschien dat mijn stem wel naar de Partij Voor Vreemdelingenhaat gaat. Lieve zwarte heks, als dat het gene is wat jij voor mij in petto hebt dan bedank ik vriendelijk voor de eer. Ik wil niet aan het einde van leven moeten constateren dat ik uitsluitend en alleen voor de haat en hebzucht heb bestaan.’
De zwarte heks verpulverde het eikenblad in haar hand. ‘Mijn heksenzusters en ik hadden ook niet anders van je verwacht. Jij kiest voor het leven zoals je dat is gegeven. Maar toch krijg je iets van ons cadeau, na jouw stoffelijke leven zal deze parallelle wereld voor eeuwig jouw Walhalla zijn. Je moet nu gaan, ik voelde de ongerustheid van jouw ouders over mij komen.

Eric zwaaide gedag en ging op weg naar de gouden grens. Toen hij die passeerde zag hij hoe de Kerstman in zijn door rendieren getrokken arrenslee langs de zomerhemel scheurde. ‘Jahoi, jahoi’, riep de Kerstman uit volle borst, ‘heb je zin een korte trip naar het speelgoedparadijs?’Eric zwaaide en schudde nee. ‘Een ander keertje graag!’
De Kerstman zwaaide terug en verdween uit zicht.
Eric liep richting zijn ouders, tante en oom die op het terras in luie stoelen zaten.

Ome Joop liet zijn verrekijker zakken. ‘Wat  is jullie zoon toch een merkwaardige, leeghoofdige man. Ik heb hem zien praten tegen lucht, zien hollen door het bos waarna hij die oude waterput met ruïnestenen begon te vullen. Daarnet voerde hij een gesprek met een wolk die overdreef.’
Geert knikte. ‘Ik ben bang dat hij het verstand heeft van een klein kind, hij beseft zelfs niet dat hij bestaat. Het leven gaat helaas ongemerkt aan hem voorbij.’
Eric liet de eikel aan zijn moeder zien. ‘Van hoofdkabouter Romboud gekregen mam, omdat ik hen heb gered van een agressieve trol!’
‘Heel dapper van je knul. Als we thuiskomen moet je de eikel maar bij de andere eikels op je kamer plaatsen.’
‘Doe ik!’ Op zijn gezicht straalde de glimlach van een volwassenen kind.


 

15
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

mlproductions schreef op 24 Nov 2011 om 18:25

haha leuk verhaal ik heb genoten

+0 -0- x

madamex schreef op 24 Nov 2011 om 19:39

Ik hou van Erik. Maar zeker ook van zijn ouders.

+0 -0- x

bjorn1312 schreef op 24 Nov 2011 om 20:13

tof verhaal

+0 -0- x

Mijler schreef op 24 Nov 2011 om 20:53

Mooi verhaal met rijke fantasie

+0 -0- x

arcade2202 schreef op 24 Nov 2011 om 20:57

Heel mooi, weet geen andere woorden,Duim !

+0 -0- x

trudybrinkman schreef op 24 Nov 2011 om 21:56

Wat een heerlijk verhaal. En ik kan me helemaal vinden in de woorden van Eric over het afstand doen van zijn beloning.

+0 -0- x

Surfingann schreef op 24 Nov 2011 om 22:24

Wat een mooi verhaal. Eric heeft groot gelijk dat hij die beloning heeft geweigerd. Als ik hem was, had ik dat ook gedaan.

+0 -0- x

Riettian schreef op 24 Nov 2011 om 23:35

Het was een lang verhaal, maar ik heb mne geen moment verveeld.

+0 -0- x

Marinus schreef op 25 Nov 2011 om 10:09

Allemaal bedankt voor jullie reacties!

+0 -0- x

Linda-P schreef op 25 Nov 2011 om 12:59

leuk geschreven

+0 -0- x

Apeldoorn schreef op 25 Nov 2011 om 14:33

ja wel erg groot

+0 -0- x

Falanx schreef op 20 Dec 2011 om 13:21

Mooi, en in een toffe stijl geschreven.
Pluim, duim, en fan!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: