In de vakantie gaan wij gristenmensen graag met de Porsche...
IK BEN EEN DOMINEE MET EEN LEGE KERK...
"In de vakanties gaan wij gristenmensen graag met de Porsche ..."
In de kerkbank is het beter één mossel in de hand, dan de lucht van tien als ik de kerkgangsters rook die zo vol puur natuur waren in the silver sixties! De geest waait waar ie wilt, maar ruiken dat het deed…
Als ik met Alice Kneuterdom in de ijskoude griffermeerde kerk zat in 1963 dacht ik altijd: In de kerkbank is het beter één mossel in de hand dan de lucht van tien als ik de zes weken ongewassen kerkgangsters rook die van uit hun mossels zo vol puur natuur waren! Vol van enthousiasme door het lekkere mee zingen, dat gevoel voor de ambiance ook, de bloemen, het mooie weer, de humor, die kinderlijke blijheid an sich, die van de beeldbuisdominee af spat. In één woord geweldig! De geest waait waar hij niet gaan kan net als het maagdenbloed dat kruipt waar het wèl gaan kan. Geweldig hoe meneer de dominee ons dan met zijn gebral de kerkgangers als heipalen twee uur lang moreel de grond in stampte tot we het duister in zagen en wij er weer een week tegen aan konden.
De keerzijde van dit alles is de haat en de nijd van de heidense buurman drie hoog achter in de Kinkerbeis te Amsterdam die op zaterdag met zijn tepelringen en tatoeages een walmende Opel Kadett van zeventien jaar geleden rijd, terwijl de man van haar (dat kankerwijf) van één hoog in een Peugeot 306 met open knalpot en rammelende versnellings bak van vijftien jaar geleden zich voort beweegt met rook pluimen van verbrande olie achter zich van hier tot Schin op Geul.
Weet U: dat is pas het ware leven en een lekkende pakking meer of minder maakt niets uit. Een en al brokken tragiek op wrakke balkonne tjes met kratten hoofd pijnpils onder het uitgelubberde onwelriekende zitvlak van de rotan stoel. Ik heb daar grote compassie mee, met die onderuit gezakte opblaasbare zitzakken met lekke ventielen, maar nooit voor langer dan een minuut of zo, want het is niet die maatschappelijke klasse waarmede ik mij gaarne encanailleer of besmeur.
Men wil niet anders in die volksbuurten en achterstandswijken, anders hadden ze zich vanzelf wel herpakt in het leven en gebeterd. Maar goed, zulke mensen moeten er ook zijn, al was het maar om de variatie mee aan te geven en de dranklokalen te bevolken of de geriatrische- hetzij klinieken voor geslachtsziekten, maar ook om het buro voor drugs verslaafden mee op te vullen. Ledigheid en leegstand vormen het Duivels oorkussen. Een dilemma.
Ik wil niemand dan ook hard vallen, ook niet die dozijnen uit het artiestenplantsoen die gemene praatjes over mij hebben rond gestrooid of onze overburen tegen ons op stookten met leugens, want waarom zou je. En niet iedere kunstartiest kan wonen in een huis van dertig bij tien meter op een kavel van een hec tare of zes, want verschil moet er zijn en om op een nieuw bouwkutkaveltje te huizen zoals mijn door de onderwijs inspectie zeer gewaardeerde ex-klasgenootjes te Meppel en omstreken of de artistieke collegaat jes, nou, nee, daar bedank ik dus voor.
Als er al eens onmin is geweest met een provinciale galeriehouder dan heeft het beslist niet aan de zachtmoedige Fred van der Wal gelegen, want welk normaal mens begint een galerie op het Friese platteland? Els B.? Pieter W.? Jeanne v.d. H.? De vol gevreten K.Z?
De Uytlandse Klub kunstennamakers?
Kennen we die dan?
Welnéén, die kennen we helemaaal niet!
Waar praten we dan eigenlijk over?
Ik zeg 't mijn overleden grootmoeder - God hebbe haar ziel, maar dat is niet zeker- met liefde na: "Ach, kind, wat jámmer van de tijd van al die malle mensen met al hun mensenwensen, waarom maken zullie toch altijd weer zo'n ruzie en matschudding met malkander, het leven is veels te kort vanzelf, dat doet toch alleen maar stof op waaien op je longen en voor je het weet heb je de kanker op je ballen en hangen je tieten met je schaamlappen in commissie ook nog tot op de grond!"
Het dierbaarste wat ik bezat, mijn twee begaafde broers, ben ik aan de dood kwijt geraakt. De een verongelukt op Ibiza, met de zilver gespoten Harley frontaaal tegen de bus op, nadat ik hem de luukse edietsie "Walging" van Sartre had uitgeleend, goud op snee en met nog niet open gesneden paginas, de ander dood geknuppeld als een zeehondje door een op hol geslagen junkie die net niet op tijd zijn shotje had gezet in een Haarlems portiek, al waar hij net met een kale liefdesvriend aan zijn gerief aan het komen was. Hij kon nog net drie seconden spuiten toen was het over een sluiten maar plus een enkele reis eeuwigheid. Modern Times, hè!
Ik heb onze dochters toen voor lehringe ende vermaeck in het licht van de Heilige Schrift maar mee genomen naar hun graven en ze gewezen op de noodzaak van een fatsoenlijk leven te leiden om ze vervolgens beurtelings uren lang hard op uit de Schrift laten voor lezen; Openbaringen dertien en Mattheüs 24, dat leek mij toen zó toepasselijk, dat zit er bij die meiden in gehamerd en konden ze het niet letterlijkf outloos reciteren dan naam ik ze wel even mee naar de badkamer om de scheerriem over de ontblote popos te laten spelen en daar zijn ze achteraf heel flink van geworden. Wie zijn kindereen lief heeft kastijdt ze zo spreekt de Bijbel, dus er op los turven tot de rechter arm er moe van wordt, mannen end an heb je op de resrevebank je linker arm ter vervanging. Zijn Woord is nog altijd mijn vaste grond. That's all, folks. De basis van het bestaan. En verder zijn wij als mensen niet meer dan weg geworpen papieren snotlappen met een reetveeg in Zijn Ogen. Ik heb het dan wel even over de Schepper van het Al. Proppen vloei papier gedrenkt in spiritus om de kachel mee aan te maken. Niksnutten in Zijn ogen.
Mijn ex-vriendinnen van jaren her? Hou nou toch gauw op met die relteven steeds maar were te noemen! Alice, Frieda, Ellen, Catharina en de rest ben ik vergeten omdat er niets aan te onthouden viel.
Monsters zonder waarde, die zichzelve maar eens regelmatig moeten gaan harsen en die plumeaus onder hun oksels eerst eens moeten fatsoeneren, want dáár ben ik niet van gediend bij het stof af nemen met mijn plumeau.
In de vakanties gaan wij met de hele famielje als goedgelovige gristenmensen graag met de Porsche of op de tandem naar een derde wereldland of de Oekraïne, lekker ddoortrappen, om die pure, autoch tone medemensen met de balalaika tot diep in de ongeschoren oksel en nog maar één tand in de bek aldaar van heel dichtbij eens goed te bekijken en de slums te bezichtigen, waar je de mensen met een halve scheet en een knikker al gelukkig maakt, want de digitale video is niet voor niets mee genomen om al die blije gezichten vast te leggen als we langs komen en vooral om ons zelf na afloop jaren lang weer veel beter te voelen.
Dan weet je weer; armoede houdt netjes. En de vrouwtjes zijn daar van acht tot tachtig voor een pijp drop te neuken in alle rangen en standen en kleuren van de regenboog, de pils is daar spotgoedkoop en een hoer zal je daar ook de kop niet kosten kosten als er slapte aan de beurs is, hoorde ik van een uitgetreden lid van de Pinkstergemeente te Heeren veen!
Die druiper, zakschurft, de schimmeltjes, platjes en luizen? Oooh, daar wist de huisarts wel raad mee met een bijtend pikzalluvvie. Volgend jaar gaan we weer!
Laat een reactie achter
oussamaz1 schreef op 21 Feb 2012 om 22:46
duim van je van groetjes ous en vooral voor die mmoie prekers stoel hahaha.
Lid sinds 4 maanden
66 reacties geplaatst
1 artikelen beoordeeld
62 artikelen geschreven










DRIMPELS schreef op 21 Feb 2012 om 22:35
Het mooie aan dit stuk is de foto, en dan bedoel ik de preekstoel, want die zag er nog gaaf en goed in de verf uit.
Die oudere man die er boven op hing ken ik niet maar hij is dichter bij het eind van zijn leven dan van zijn begin, aan de kleur van zijn pluizige haar te zien want ik ga er van uit dat een echte kerel zijn haar op die leeftijd niet meer verft.
Pork heeft de FOTO ook een paar keer bekeken en vond er niet veel aan.
Toch geeft hij de DUIM,maar ja dat doet hij aan alle zwervers die voorbij komen en ook aan hen die thuis blijven.
FAN blijft hij wel de laatste weken van deze oude man.
DRIMPELS.