Sommige vakanties zijn leuker dan andere en mijn meest recente staat met gemak in de top drie aller tijden. Voornamelijk omdat ik in tijden niet zo hard, zo veel en zo uitbundig gelachen heb. En geleden, dat ook...

Met vriendin Odylle uit Mestreech trok ik naar het altijdgroene Wales met de wandelschoenen in de kofferbak. Nou loop ik graag en veel, maar ik ben er eentje van het vlakke land, dus een beetje helling is al snel adembenemend. En in Wales hebben ze eigenlijk niets anders dan hellingen. Bovendien is de Welshe definitie van begaanbaar anders dan de mijne. Ter illustratie: het gemiddeld wandeltempo in Wales is zo'n 3 kilometer per uur. Voor geoefende wandelaars. Need I say more?

Maar ik was er nou toch en ik wou niet flauw doen, dus ik ook aan de wandel. Ik had mijn lot in handen gelegd van O. die nou eenmaal meer ervaring met wandelvakanties heeft dan ik. Nou, dat heb ik geweten! De eerste "kennismakings"wandeling was er gelijk eentje van een paar uur met hellingen tot 40% en veel geklauter langs enge afgronden en gesop door stroompjes. En onze eerste "serieuze" wandeling was 14 kilometer lang en kan nog het best omschreven worden met heuvelklunen. Over die 14 kilometer hebben we namelijk vrijwel de hele dag gedaan. Mooie uitzichten, prachtige omgeving, schitterende natuur, het gevoel alleen op de wereld te zijn: het was er allemaal. Maar met je tong op je schoenen, je hartslag op hol en je benen vol melkzuur geniet je daar op de een of andere manier toch minder van.

Het hoogtepunt van de vakantie kwam op onze laatste Walesdag. Toen zijn we namelijk Mount Snowdon opgegaan. Lopend. Want dat treintje, dat vonden we eigenlijk beneden onze waardigheid. Dat betekende 8 kilometer strak omhoog naar de 1089 meter en daarna 8 kilometer diezelfde 1089 meter strak naar beneden. Volgens het bord beneden duurde de round trip gemiddeld 6 uur. Zes uur?!? Ja, 6 uur! Nou is natuurlijk de ene helling de andere niet en deze berg had er verschillende in de aanbieding. Keiïg, rotsig, glibberig, modderig, eng steil, pal langs de afgrond, klauteren via rotsblokken en af en toe ineens een vals platje. Om even op adem te komen.

Nou beste lezers, halverwege omhoog deed alles al zeer! Goeie grutten, wat een kwelling! En dan dus niet op willen geven, hè? Gewoon doorgaan. Luctor et emergo, immers, ik worstel en kom boven! En inderdaad, boven kwamen we. Want aan alles komt een eind, dus ook aan Snowdon. Staan we eindelijk daarboven, is het zicht allerbelabberdst, een metertje of tien. Mist. Dus voor het uitzicht hadden we het niet hoeven doen.

Desondanks hebben we die dag bij vlagen de grootste lol gehad. Was het niet om onszelf, dan wel om onze medeklimmers. Zaten we op een gegeven moment op tweederde van die berg op een pijpleiding de slappe lach te hebben. Ja, toen wilden die beentjes helemaal niet meer! En toen ik op een gegeven moment amper meer vooruit kwam en O. verzuchtte dat ze wilde dat ze een zweepje had, toen hebben we ook even stil moeten staan.

Hoe dan ook, we zijn boven gekomen, we zijn beneden gekomen en toen was die dag ook alweer voorbij. En nu dus alweer de hele vakantie. Zó jammer! Volgend jaar willen we weer!

3
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: