Veel Italiaanse handelaren reisden naar verre streken. Zo kwamen ze in contact met onbekende culturen. Maar dat niet alleen..
In de grote Arabische bibliotheken werden bekende boeken uit de tijd van de oude Grieken en Romeinen teruggevonden. De boeken waren vaak vertaald in het Arabisch, maar voor de geleerden toch waardevol. Ze bleken namelijk een betere vertaling te zijn van de teksten uit de oudheid dan de Europese vertalingen uit de middeleeuwen. Kritische geleerden gingen op zoek naar de oorsprong en betrouwbaarheid van deze tekstbronnen. Dat deden ze door bronnenkritiek toe te passen. Ze bestudeerden zowel de herkomst als de inhoud van de boeken heel aandachtig. Zo hoopten ze veel verlorengegane kennis terug te vinden. Daar werden ze in 1453 bij geholpen toen de Turken Constantinopel veroverden op de Byzantijnen. Deze stad op de grens van Europa en Azië was in de middeleeuwen namelijk een centrum van wetenschap en kunst geweest. Geleerden vluchtten uit Constantinopel weg naar Europa en brachten veel kennis mee.Een nieuwe levensvisie
De Griekse filosoof Socrates had al meer dan vier eeuwen voor Chr. gesteld dat de mens van zijn eigen verstand moest uitgaan. Het geloof mocht er niet toe leiden dat mensen passief werden. Ze moesten zelf nadenken over hun eigen bestaan. De mens is zelfstandig en wijs en moet daarnaar leven, meende hij. Om deze 'goddeloze' ideeën werd hij in de oudheid ter dood veroordeeld. Maar de geleerden uit de renaissance namen dit mensbeeld graag over. Het christelijke idee dat de mens van nature zondig en slecht was, klopte volgens hen niet. Ze vonden dat de mens juist positieve kwaliteiten had en meer centraal mocht staan. Dit noem je humanisme. Dat komt van het Latijnse woord humanus, wat 'menselijk' betekent. Het verstand begon een opmars.
Erasmus
De Nederlandse monnik Erasmus was een bekende humanist. Hij had rond 1500 tijdens zijn studie ontdekt dat de Latijnse vertaling van de Bijbel onvolledig was. Hij kon Grieks lezen en besloot de oude Griekse Versie van het Nieuwe Testament te bestuderen om meer inzicht te krijgen in de zuivere Bijbelteksten. De kerk was bang dat de ontwikkeling van de wetenschap en het nieuwe mensbeeld ervoor zouden zorgen dat het geloof belangrijk zou worden. Daarom beschuldigden zij Erasmus ervan het geloof te beschadigen.
Van ambacht naar kunst
In de renaissance vonden geleerden dat de kunst, de wetenschap en het denken in de oudheid van een veel hoger niveau waren geweest dan in de middeleeuwen. Het humanisme gaf wetenschappers en kunstenaars de mogelijkheid om niet klakkeloos de ideeën van de kerk te volgen. De wetenschap hoefde dus niet meer op één lijn te zitten met de Bijbelteksten. De kunst hoefde niet langer christelijke verhalen af te beelden. De schilder was geen ambachtsman die zomaar een product afleverde zoals een timmerman of smid dat deed. Het maken van een schilderij deed je bovendien niet langer in dienst van God. Als schilder was je voortaan een kunstenaar met de vrijheid om te maken wat je wilde. Kunstenaars maakten nog wel vaak kunstwerken met religieuze thema's, maar de technieken en de vorm veranderen. Schilders gingen hun schilderijen zelfs ondertekenen. Voortaan mochten ze er trots op zijn!
Uomo universale
Dat de mens tot veel in staat was, bewezen wetenschapper die tegelijkertijd ook kunstenaar waren, zoals Leonardo da Vinci. Zo'n 'alleskunner' werd een uomo universale genoemd, een 'universele mens'. Van Da Vinci weten we al dat hij kunstenaar was. Maar dat hij zich ook met filosofie, wetenschap, schrijven en uitvinden bezighield, is minder bekend. Zo heeft hij waarschijnlijk de helikopter, tank en onderzeeboot bedacht. De uomo universale werd in de renaissance het ideaal. De mogelijkheden van de mens leken voortaan onbeperkt. Het individu vormde van vanaf toen het middelpunt van zijn eigen bestaan.
Laat een reactie achter
5.9
Mooi uitzicht over de gestrekte bossen van Zweden

[1].jpg&width=204&height=149)


