Hier lag ik, geliefde dochter en zuster, teruggefloten uit de dood.

Ik ren.
‘Waar ben je naar op zoek?’ piept een stemmetje opgewonden. ‘Nergens naar!’ brult een ander.
“Houd toch allemaal je kop,” hijg ik. Met samengeknepen ogen ren ik de begroeting van de zon tegemoet. ‘Veel te vrolijk,’ wordt er nors geconstateerd. ‘Adembenemend, zal je bedoelen!’ wordt er verheugd verbeterd.
Een overvloed aan lieflijkheid kleurt de lucht roze en doet mijn maag keren. Een gemeende glimlach speelt op mijn gezicht.
‘Je was boos, weet je nog?’ Een terechtwijzing. ‘En gedeprimeerd. Roze is kwaadaardig en niets om bij te glimlachen, tenzij bespot.’ Oh, dit keer geen irritant opgewekte tegenhanger?
“Bespottelijk.” Langzaam rolt het woord uit mijn mond, verpakt in een sarcastische toon. Een schaterlach ontglipt me.
‘Nu komen de tranen hoor,’ zucht een geïrriteerde stem. ‘Tranen vertellen het verhaal beter dan jij,’ zucht de ander dromerig.
“Tranen? Waar heb je het over?” vraag ik verontwaardigd, terwijl het zoute vocht mijn ogen ontglipt, een druppel vormt en vastberaden over mijn wang richting mijn kin afdaalt. Als een traan gekarakteriseerd kan worden, dan was deze goedgemutst en vol goede moed rap op weg naar zijn afdaling en ondergang. Misschien floot hij er wel een liedje bij. Wat een idioot.
‘Net zoals jij,’ wordt er bot aan toegevoegd. ‘Kijk, er komen er meer!’ roept de ander gespannen. ‘Ik ga er eens goed voor zitten. Pak jij de popcorn?’  ‘Popcorn blijft tussen mijn tanden zitten.’
“Worden jullie nooit moe van jezelf?” De idiote traan wordt vergezeld door meer idioten. Waarschijnlijk het nageslacht, bedenk ik me. “Kunnen er ook niets aan doen,” mompel ik. “Zit in de genen. Stelletje schapen van tranen.”
‘Om je vraag nog te beantwoorden; nee. Wel van jullie.’ ‘Oh, ik ben nooit moe. Maar ik houd wel van slapen! Want als ik slaap, dan droom ik romantische dromen vol romantiek...’
“Houd op!” schreeuw ik.
‘Een eenhoorn hier en daar...’  wordt er gezongen. ‘Noten stelende dieven, zijn het!’ bromt de boze stem.
Een eenhoorn met een mond vol noten galoppeerd mijn gedachten voorbij.
‘Gestoord is ze. Ik zei het toch!’ ‘Wat een leuke advertentie voor gehoorapparaten!’
Mijn gezicht wordt bestormd door een heel leger van idiote tranen die inmiddels ook afdruipen naar mijn hals, klaar om nog een gebied te veroveren.
“Ik wil jullie niet meer horen!” schreeuw ik. Een dreigend gegrom en hysterisch geschater is het antwoord. “Houd op,” smeek ik.
Ik ren zo snel als mijn benen kunnen bewegen. De snelheid zorgt ervoor dat de wind als een ruwe handdoek langs mijn gezicht gaat en de tranen van hun pad veegt, weg van hun bestemming, weg van hun roekeloze keuze van een lot want een lot was nog altijd een keuze, houd ik mezelf voor.
‘Dat kan n...’
“Houd je mond!” Mijn arm strekt zich naar voren, naar het lieftallige roze, als een reflex. Mijn voeten komen van de grond en snellen me naar boven. Met iedere pas kom ik dichter bij de oh-zo-gehate roze lieflijkheid. “Lieflijkheid verwoest,” fluister ik mistroostig.
‘Eng omdat je het niet toe laat.’ ‘Eng omdat je het nooit gekend hebt.’
Mijn eerste stap in het roze geeft nieuwe kracht, neemt een hap uit de grauwe angst en spuwt het als transparant uit. Mijn pas versnelt, brengt me hoger en hoger tot het roze plaats maakt voor meer, maar niet verlaat. Paars en groen overgoten met oranje en geel, stralend en krachtig. Rood en blauw spetteren vuur van goud en zilver uit een stam van aardse kleuren. Een oceaan van dansende kleuren, iedere golf verwarmend en verkoelend daar waar nodig. Duizelend tuimel ik in het allesomvattende kleurenfestijn, als Alice down the rabbit hole maar ik val niet naar beneden en er zijn ook geen haastige konijnen. Nee, ik val niet maar vul wel de rol van het haastige konijn in. Uitzinnig van vreugde ren ik zo hard als ik kan naar dat wat goed is, dat wat mij nooit verlaten heeft maar waar ik zo hard van weggelopen ben. Mijn leven, daar in het glorieuze lied van kleuren, ligt op mij te wachten en omarmt me zo liefdevol dat het leger van kleine, lieve, toch-niet-zo-idiote tranen mij vergezellen uit de dood; mijn dood.
Hier lag ik, geliefde dochter en zuster, teruggefloten uit de dood. Wedergeboren in kleur.
Was het grijs zat.

13
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+1 -0- x

Hondfikske schreef op 03 Sep 2011 om 04:55

mooi verhaal! Dikke duim!

+1 -0- x

Mereltje schreef op 03 Sep 2011 om 08:34

Mooi geschreven

+1 -0- x

robxead schreef op 03 Sep 2011 om 09:16

mooi hoor

+1 -0- x

mr-van-der-Schaft-Raadsman- schreef op 03 Sep 2011 om 10:24

Een wonderlijk verhaal. D

+1 -0- x

Merel schreef op 03 Sep 2011 om 10:50

mooi geschreven

+1 -0- x

Tascha schreef op 03 Sep 2011 om 11:15

prachtig...

+1 -0- x

owliane schreef op 03 Sep 2011 om 11:34

Wow, net een magisch realistisch schilderij, mooi!

+1 -0- x

Lovely schreef op 03 Sep 2011 om 11:51

Zeer mooi!

+1 -0- x

madje88 schreef op 03 Sep 2011 om 13:11

Breathless... Schitterend geschreven. Echt schitterend. Ik hoop op meer. Liefs!

+0 -0- x

Shamaya schreef op 03 Sep 2011 om 17:34

Bedankt voor alle lieve reacties! :)

+1 -0- x

rinajansen schreef op 03 Sep 2011 om 18:41

super mooi !

+1 -0- x

ikkiedikkie85 schreef op 03 Sep 2011 om 21:44

Heel mooi geschreven. klasse

+0 -0- x

Tandra schreef op 05 Sep 2011 om 17:34

Mooi verhaal en wat een prachtige naam heb jij!

+0 -0- x

AnnabelV schreef op 09 Oct 2011 om 17:09

prachtig verhaal, echt zeer mooi ben fan! :D zou je alsjeblieft ook eens naar mijn gedichtjes willen kijken? alvast bedankt!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: