Allergieën geven een reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen die op zich helemaal niet schadelijk hoeven te zijn. Zoals stuifmeelkorrels, huidschilfers van dieren, de uitwerpselen van huisstofmijt, voedselbestanddelen en medicijnen.
Allergieën geven een reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen die op zich helemaal niet schadelijk hoeven te zijn. Zoals stuifmeelkorrels, huidschilfers van dieren, de uitwerpselen van huisstofmijt, voedselbestanddelen en medicijnen.
Allergenen komen vooral via de huid en luchtwegen binnen, waarna het immuunsysteem dan op een overdreven allergische reactie kan reageren.
Bij de type 1 reacties bestaat dit door de mestcellen uit te storten waardoor er een verhoging plaats vind in het lichaam van het histamine, serotonine en prostaglandine.
De klachten zoals loopneus, tranende ogen, jeuk, benauwdheid, diaree zijn niet afkomstig van het allergeen zelf, maar van de reactie van het immuunsysteem op het allergeen.
Bij ene type 1 allergie treedt ene reactie niet op bij een eerste contact ermee maar gaat het lichaam IgE antistoffen tegen de betreffende stof aanmaken. Pas naar herhaaldelijk contact met het allergeen te hebben gehad treedt de eigenlijke allergische reactie op.
Bij de type 2 reacties richten de antilichamen zich naar het oppervlak van cellen en weefsels op de aldaar aanwezige antigenen. Zo start een reeks reacties die uiteindelijk de afbraak van cellen en weefsels veroorzaakt. Deze reacties komen vaak voor bij bloedtransfusies waarbij verschillende bloedgroepen gebruikt worden of bij het gebruik van medicijnen. Het allergeen bindt zich dan aan ene lichaamcel en verandert de eiwitsamenstelling van het membraan. Hierdoor wordt de lichaamcel als lichaamsvreemd herkend en wordt deze aangevallen door het eigen immuunsysteem. Het betreft hierbij een directe reactie door IgG of IgM (antilichamen).
Het type 3 reacties ontstaan wanneer antistoffen neerslaan en witte bloedcellen aantrekken en zo het afweersysteem activeren en weefselschade veroorzaken. Er bestaan twee vormen van het type 3 reacties. Bij de eerste vorm worden antistoffen gevormd en komen deze terecht in de bloedbaan. Meestal ontstaan er dan klachten aan spieren, gewrichten en nieren. De andere vorm is de Arthus reactie waarbij de antistof in het weefsel wordt gevormd waardoor huidproblemen ontstaan.
De type 4 reacties ontstaan door het activeren van de afweercellen en daardoor een proteïnen aantrekt wat deel uit maakt van immuun afweer systeem. Deze proteïnen elimineren de antigenen maar veroorzaken tegelijkertijd weefselschade. Deze reactie is voornamelijk gericht tegen lichaamsvreemde cellen, zoals bij een virus of tegen cellen van een transplantaat

Bloedtest: Hierbij wordt gekeken wat de hoogte is van de IgE waarden in het bloed
Huidpriktest: Hierbij wordt een druppel allergeenhoudende vloeistof op de huid gebracht en doorgeprikt. Na 15 min kan men een eventuele reactie aflezen.
Intracutane huidtest: Door middel van injecties wordt allergeenhoudende vloeistof in (meestal) de rug geïnjecteerd. Na een 15 tot 30 minuten kan een reactie worden afgelezen. 6 uur na de test dient de 'late reactie' te worden afgelezen.
Neusprovocatie: Hierbij wordt een allergeen houdende vloeistof in de neus gespoten.
Eliminatiedieet: Dit wordt gebruikt bij onderzoek naar voedselallergie.
Patch test: Ook wel plakproef. Bij de patiënt wordt een aantal pleisters met allergenen aangebracht. Meestal wordt getest met de Europese standaard reeks, bestaande uit de meest voorkomende allergenen. Deze pleisters moeten 48 uur blijven zitten, waarna ze verwijderd worden en de voorlopige resultaten worden afgelezen. 24 uur later moeten de resultaten nog een keer worden afgelezen om tot een conclusie te kunnen komen. Bepaalde reacties ontstaan pas na contact met lucht, sporadisch ontstaat er een reactie na zeven dagen
Behandelingen van allergieën.
- vermijding van het desbetreffende allergeen
- medicatie : bestaande uit symptoombestrijding zoals een antihistamine, lokale ontstekingremmers of corticosteroïden.
-desensibilisatie: Desensibilisatie kan op aantal manieren worden gedaan: druppelkuur, tabletten, neusspray of met injecties.
De therapie bij een hevige acute allergische reactie (anafylactische reactie) bestaat uit het toedienen van adrenaline zoals een Epipen. Hierdoor gaan de bronchiën zich weer verwijden, vernauwen de bloedvaten in de huid zich en wordt de activiteit van het hart gestimuleerd. Corticosteroïden zoals prednison hebben een snelle werking, maar door negatieve bijwerkingen worden deze medicijnen pas voorgeschreven wanneer duidelijk is dat er geen alternatief meer voorhanden is.
Alternatieve manieren van behandelen.
Acupunctuur
Homeopathie
Fytotherapie
Bioresonantie
Mesologie; combineert alternatieve en reguliere geneeskunde
(Experimentele) behandeling met mijnwormen
Nambudripad's Allergy Elimination Techniques (NAET)
Toegepaste kinesiologie (Touch for Health)
Emotional Freedom Techniques( EFT)
Tapas Acupressure Technique (TAT)

Verschil tussen voedselintolerantie, allergie en malabsorptie
Bij intolerantie reageert het lichaam ongewoon op een bepaalde stof, zonder dat hierbij het immuunsysteem is betrokken. Dat kan een reactie zijn op een onnatuurlijke of op een natuurlijke stof.. Hierdoor ontstaan dan stofwisselingsproblemen. In de huisartspraktijk wordt gewoonlijk pas gesproken van intolerantie als er daadwerkelijk klachten optreden. Echter wordt nog steeds vaak door huisartsen aangegeven dat de klachten tussen de oren zitten omdat allergietesten niets uitwijzen.
Malabsorptie betekent alleen, dat het lichaam een bepaald voedingsmiddel niet kan opnemen. Dat kan komen door een ontbrekend enzym, maar kan ook een andere oorzaak hebben, zoals een ziektetoestand van de darm. Zo kun je problemen hebben met medicatie door een of niet werkend Cyp460 enzym. Waardoor er dus zelfs een analytische reactie kan ontstaan bij gebruik van bepaalde groepen medicijnen. .
Allergie is iets heel anders. Daarbij reageert het immuunsysteem op een bestanddeel waarmee het in aanraking komt als op een gevaarlijke indringer. Het lichaam maakt dan antistoffen aan, die via het bloed de ingenomen stof proberen te vernietigen. Vaak is het moeilijk om uit te maken, of iemand lijdt aan een allergie, een malabsorptie of een intolerantie. Dat komt omdat de ziekteverschijnselen erg op elkaar kunnen lijken, hoewel de oorzaken heel verschillend zijn.
Mogelijke oorzaken van intolerantie
Pseudo-allergie, veroorzaakt door:
- Natuurlijke afbraakprodukten van eiwitten in vlees, vis en kaas, zoals histamine en tyramine
- Andere natuurlijke stoffen in voeding, zoals fenylethylamine (een biogeen amine), schaal- en schelpdieren
- voedingsadditieven, zoals kleur-, smaak- en conserveringsmiddelen
- geneesmiddelen, verdovingsmiddelen, contraststoffen voor röntgenopnames, vaccins
Onvermogen van het lichaam om bepaalde enzymen aan te maken
Aversie, afkeer van bepaalde voedingsmiddelen (psycho-somatisch)
Voorbeelden van intolerantie
-Geneesmiddel-intolerantie.
Hierbij heeft een persoon een verhoogde gevoeligheid voor een geneesmiddel, waardoor hij er sterker op reageert dan normaal. Meestal komt dat doordat het middel minder snel wordt afgebroken door het onvoldoende functioneren van lever en/of nieren. Cyp460 Daardoor is er langer een hogere concentratie van het geneesmiddel in het bloed. Ouderen krijgen daarom meestal een lagere dosering voorgeschreven.
-Lactose-intolerantie.
Bij Lactose-intolerantie ontbreekt het suikersplitsende enzym lactase, dat normaal wordt gemaakt door de cellen in de dunne darm. Daardoor is het lichaam niet in staat om lactose (melksuiker) te verteren. In een cultuur waar weinig melk wordt gebruikt zijn de meeste mensen in meer of mindere mate lactose-intolerant.
-Fructose-intolerantie (HFI).
Het lichaam kan het enzym fructose 1-phosphate aldolase niet aanmaken, waardoor fructose (vruchtensuiker) niet wordt opgenomen
-Histamine-intolerantie.
Door een tekort aan het enzym diaminoxidase (DAO) kan de stof histamine onvoldoende worden afgebroken, waardoor de histamine-spiegel in het bloed te hoog wordt.
-Gluten-intolerantie (coeliakie).
Het lichaam verdraagt niet het gluten van de granen in het voedsel. Daardoor ontstaan er ernstige afwijkingen aan het slijmvlies van de dunne darm, waardoor de absorptie van veel voedingsstoffen in het geding komt.
Ondanks de naam hoort gluten-intolerantie eigenlijk niet helemaal in dit rijtje thuis, omdat er ook aspecten van allergie en van auto-immuunziekte aan zitten. We spreken bij coeliakie daarom liever van gluten-overgevoeligheid. Bovendien bestaat er ook een gewone allergische reactie tegen gluten, de officiële glutenallergie. Deze heeft niets te maken met coeliakie.
-Tuinbonen-intolerantie.
Sommige mensen kunnen niet tegen een bepaalde stof uit tuinbonen. Als ze toch tuinbonen eten krijgen ze bloedarmoede, omdat hun rode bloedlichaampjes spontaan barsten (favisme), een gevolg van een deficiëntie van het enzym G6PD.
Pseudo-allergie
Bij een allergie maakt het immuunsysteem antistoffen aan, die mestcellen en/of granulocyten activeren. Deze zetten vervolgens een reactie-mechanisme in gang, waarbij mediatoren worden uitgestort. Bij pseudo-allergie worden deze mestcellen of granulocyten rechtstreeks geactiveerd, zonder tussenkomst van antistoffen
copyright Nederland2011@gerda Verstraeten
Laat een reactie achter
Marinus schreef op 21 Oct 2011 om 11:14
Weer wat bijgeleerd. Klasse dat je het probleem duidelijk weet te maken zonder je te bedienen van die vaak onbegrijpelijke potjeslatijn.
Mag schreef op 21 Oct 2011 om 13:19
Wat een helder en duidelijk artikel. Ik voeg het toe aan mijn favorieten. Duim!
Lid sinds 8 maanden
2460 reacties geplaatst
1441 artikelen beoordeeld
170 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
Chayenna beveelt aan
- Drakenenergie en hun totems
- Omgaan met onmacht
- Ik heb ‘het debat’ gevolgd gisteravond.
- Waar nieuwe wetenschap oude filosofie ontmoet (1)
- Ik stond laatst voor een poppenkast
- Het dagboek van mijn associatie.
- Ooooh wie helpt mij nou . 50 plus








Sandra-Philippo schreef op 21 Oct 2011 om 09:34
Goed uitgebreid informatief artikel!