In deze serie artikelen zal ik de Nederlandse Literatuur vanaf de Middeleeuwen tot het heden gaan behandelen. Mijn interesse voor deze periodes is op zich best wel groot, vandaar deze artikelen.

 

 

 

In dit artikel ga ik enkele schrijvers uit de Renaissance nader toelichten en wat meer informatie over ze verstrekken.


Anna Bijns (1493-1575)

Ze werd in 1493 geboren in Antwerpen, waar ze als ongetrouwde vrouw zich onderhield door het geven van onderwijs. In 1575 is de dichteres overleden. Zij is nooit lid geweest van een Rederijkerskamer, omdat vrouwen nu eenmaal geen lid hiervan mochten zijn. Haar poëzie is echter wel sterk beïnvloed door de opvattingen van de Rederijkers over de dichtkunst. Ze leefde in een periode waar er op religieus terrein veel revolutionaire ontwikkelingen plaatsvonden. Ze heeft niet uitsluitend religieuze poëzie  geschreven, ook gedichten over in ’t zotte en ’t amoereuze. Ze lijkt qua kenmerken wel in de Middeleeuwen geplaatst te moeten worden, maar toch hoort zij in de Renaissance: het was namelijk de eerste vrouw in de literatuur die zich bezighield met wereldlijke onderwerpen.


Jan van der Noot (1539-1600)

Deze schrijver werd in een adellijke familie te Antwerpen geboren. Hij bekeerde zich tot het calvinisme en in 1566 zou er een staatsgreep komen waar hij als leider zou optreden, maar dit mislukte. Hij is gevlucht naar Engeland en Duitsland. In 1578 keerde hij terug naar Antwerpen en hij werd Rooms-Katholiek. Hij schreef een bundel, Het Bosken, waar veel Renaissancistische kenmerken in gevonden zijn.

  • Grote belangstelling voor de Griekse mythologie.
  • Vernieuwende beeldspraak, vergelijkingen met hemellichamen.
  • Hij wil roem verwerven door zijn poëzie.
  • Hij is zelfbewust en hij dient betaald te worden.
  • De verheerlijking van de dichtkunst zie je goed terug.

 

 


D.V. Coornhert (1522-1590)

Bij hem komt de Renaissancistische opvatting om zich niet aan elk gezag te onderwerpen heel duidelijk aan de orde. Hij wil overtuigd worden met argumenten en niet met dogma’s. Hij was Rooms-Katholiek en verzette zich tegen het Calvinisme. Toch was hij het met bepaalde dingen niet eens van het geloof. Zijn opvattingen luidden als volgt:

  • Predestinatie. Volgens de opvattingen van Calvijn is de mens geschapen tot eer van God en weet God al van te voren welk mens zalig zal worden en niet. Hier geloofde Coornhert niet in, hij dacht dat God elk mens geschapen had en hem de kans gegeven had om zalig te worden.
  • Erfzonde. Volgens de Calvinistische opvattingen wordt elk mens in zonde geboren. Elk mens erft de zonden van zijn ouders en voorouders. Coornhert meent dat dit nergens in de Bijbel terug te vinden is.
  • Perfectisme. Coornhert was er van overtuigd dat de mens door de genade van God uiteindelijk zou slagen om totaal zonder zonde te leven. Volgens hem is zondigen geen kwestie van de natuur, maar van de vrije wil die beïnvloed wordt door de rede, het verstand.

Door beide richtingen (Rooms-Katholiek en Calvinisme) werd Coornhert gewantrouwd.

 

P.C. Hooft (1581-1647)

Hij werd geboren als zoon van de burgemeester van Amsterdam. Op achttienjarige leeftijd maakte hij een reis door Europa. Zo’n reis werd gezien als afsluiting van de opvoeding. Hooft had een rechtenstudie gevolgd en hij werd na enige tijd drost in Muiden. Rond hem verzamelde zich de zogenaamde Muiderkring, een groep Renaissancistische schrijvers die ervaringen met elkaar uitwisselden. Hooft was een voorstanders van de constitutionele monarchie, een koninkrijk met een grondwet, waarbij de onderdanen trouw verschuldigd zijn. Ook vond hij dat de onderontwikkelden geen recht hadden om zich te uiten, hij dacht dat zij geen mogelijkheid hadden om hun verstand te gebruiken. Hooft was een taalpurist. Hij vond dat alle termen in het zuiver Nederlands moesten zijn. Ook verwerpt hij het dogma van de predestinatie.

 

G.A. Bredero (1585-1618)

Bredero had een afwijkende manier van schrijven dan de meeste mensen uit de Renaissance. Hij beschreef voornamelijk de lagere sociale milieus, terwijl de andere schrijvers voornamelijk over de adel schreven. Hij hield zich ook niet altijd aan de regels van de klassieken voor het toneel. Hij geeft aan stoïcijnse opvattingen een Christelijke invulling, omdat hij meent dat God het leven bestuurd. Hij schreef naast veel serieuze stukken ook veel kluchten, waar zijn grote kracht lag. Hij gaf een realistisch beeld van de situaties die hij beschreef. Een klucht is een kort, grappig stuk.

8
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

Lovely schreef op 06 Feb 2012 om 16:02

Wow, een zeer interessant stukje hier! Duim!

+0 -0- x

Rose_love schreef op 06 Feb 2012 om 16:56

Interessant weer! Dat heb ik eens allemaal moeten leren... oeps!;)

+0 -0- x

sharonimus schreef op 06 Feb 2012 om 17:06

@ Rose_Love, ja, ik ook! Helpt me ook om het beter te onthouden, zulke artikelen schrijven :)

+0 -0- x

Mohamed112 schreef op 06 Feb 2012 om 18:17

Prachtig geschreven en zeker een duim. Zeerrr boeiend!

+0 -0- x

SamRain schreef op 06 Feb 2012 om 19:49

Interessante serie, leuk!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: