Hij kwam in 1939 aan de macht in Spanje, en zou deze macht feitelijk niet meer uit handen geven tot aan zijn dood in 1975. Met een dictatoriaal bewind dat maar liefst 36 jaar duurde, heeft Francisco Franco, ook wel ‘el Caudillo’ (‘de leider’) genoemd, zijn stempel duidelijk achtergelaten in het Spanje van de 20e eeuw.

Geboorte en achtergrond















Francisco Paulino Hermenegildo Teódulo Franco y Bahamonde Salgado Pardo werd op 4 december 1892 in Ferrol, een stad in de Spaanse autonome region Galicië. Zijn vader werkte bij de Spaanse marine, en ook zijn moeder kwam uit een familie met een maritieme traditie. Ook Franco wilde oorspronkelijk de maritieme familietraditie voortzetten, maar de Zee-academie aanvaardde geen nieuwe inschrijvingen tussen 1906 en 1913. Tot groot ongenoegen van zijn vader besloot hij om bij het leger te gaan.

Militaire successen
In 1907 werd hij ingeschreven in de Infanterie-academie in Toledo, waar hij in 1910 afstudeerde als luitenant. Twee jaar later werd hij naar Marokko gestuurd. Pogingen van Spanje om zijn nieuwe Afrikaanse protectoraat te bezetten leidden tot de slepende Rif-oorlog, die van 1909 tot 1927 zou duren. Franco kreeg hier al snel de reputatie van verdienstelijk officier en ging bij de pas gevormde 'regulares': koloniale troepen met Spaanse officieren. Zij dienden vooral als stormtroepen van het Spaanse Vreemdelingenlegioen.

In 1916 raakte Franco -die tegen die tijd reeds de rang van kapitein had behaald-  zwaar gewond in de strijd nabij El Biutz. Dat hij zijn zware verwondingen overleefde, was voor zijn Marokkaanse troepen het bewijs dat hij een man van 'baraka' ('goed geluk') was. Opvallend is dat Franco daarmee min of meer op dezelfde wijze een strijd wist te leven als de voormalige Duitse dictator Adolf Hitler, die ook keer op keer op uitermate gelukkige wijze aan de dood wist te ontsnappen, maar dan in de Eerste Wereldoorlog. Verder werd Franco voorgedragen voor de Cruz Laureada de San Fernando, de hoogste Spaanse militaire eer. Dat ging echter niet door, en in plaats daarvan werd hij opnieuw gepromoveerd, dit keer tot majoor (comandante). Daarmee zou hij de jongste majoor in het Spaanse leger van die tijd worden.

Op 24 juli 1921 leed het slecht uitgeruste Spaanse leger bij Annual een zware nederlaag tegen de Rif-stammen. Na een geforceerde mars van drie dagen redde het Vreemdelingenlegioen onder leiding van Franco de Spaanse enclave Melilla. In 1923 volgde er wederom promotie, en werd hij luitenant-kolonel commandant van het Spaanse Vreemdelingenlegioen.

In datzelfde jaar trouwde hij met María del Carmen Polo y Martínez Valdés. Zij kregen één kind, dochter Maria del Carmen (geboren in 1926). Zijn getuige op dit huwelijk, als eerbetoon aan Franco, was de Spaanse koning Alfons XIII. 2 jaar later, in 1925 leidde Franco de eerste golf van landingstroepen nabij Alhucemas. Deze landing, in het kerngebied van de stam van Abd el-Krim, betekende, mede dankzij de Franse invasie vanuit het zuiden, het einde van de korte Rif-republiek. Franco werd in 1928 als jongste generaal van Spanje hoofd van de pas opgerichte Verenigde Militaire Academie van Zaragoza, een nieuwe academie voor alle cadetten.

De Spaanse Burgeroorlog











Franco had zich tot aan die periode altijd apolitiek opgesteld, maar het sluiten van zijn militaire academie in 1931 door de -ironisch genoeg antimilitaristische- Minister van Oorlog, Manuel Azaña, was aanleiding tot een eerste politiek conflict tussen Franco en de Spaanse Republiek (die in datzelfde jaar in de plaats van de gevallen Spaanse Monarchie was gekomen). Bovendien was het onrustig in Spanje, en vonden er met regelmaat incidenten plaats met een politieke achtergrond. Uiteindelijk zou in 1934 een extreemlinkse opstand uitbreken als reactie op de verkiezingen van 1933, die waren geresulteerd in de totstandkoming van een centrum-rechtse regering. Deze opstand genoot de steun van stalinisten, andere communisten, en anarchisten. Het uitbreken van deze revolutie kan als de aanloop van de Spaanse Burgeroorlog worden beschouwd, want hoewel deze rode revolutie bijna overal meteen met succes werd neergeslagen, wisten de opstandelingen in Asturië stand te houden, daarbij gesteund door de anarchistische vakbond van mijnwerkers.

Azaña was tegen die tijd geen Minister van Oorlog meer. Deze functie werd nu bekleed door Diego Hidalgo, die Franco opdracht gaf om een einde te maken aan de opstand in Asturië. Deze deed op zijn beurt een beroep op een grote groep oude bekenden: hij zette zijn Marokkaanse troepen van het Spaanse Vreemdelingenlegioen namelijk in als speerpunt. En met succes: na 2 weken van zware gevechten, waarbij aan beide zijden tussen de 1200 en 2000 doden vielen, wisten Franco en de zijnen de overwinning in de wacht te slepen. Voor zijn behaalde succes werd hij beloond met een functie als hoofd van het Spaanse Vreemdelingenlegioen in Afrika. 

De problemen waren echter nog lang niet voorbij, integendeel. In 1936 was het ditkeer het linkse Volksfront dat de verkiezingen (nipt) won. Dat is tevens het moment waarop we Azaña weer ten tonele zien verschijnen, ditkeer als premier van deze nieuwe, van oorsprong niet heel erg radicale regering. Het land verkeerde op dat moment echter in totale (economische) chaos. Voor links-extremistische groepperingen was de regering van Azaña klaarblijkelijk niet links genoeg (dit ondanks behoorlijk linkse maatregelen zoals het herstellen van de socialistische raden en de confiscatie van het land van grootgrondbezitters), en zij begonnen dan ook hun eigen milities te vormen, iets waartegen de regering-Azaña geen actie kon of wilde ondernemen. Als reactie begon ook alles en iedereen aan de rechterzijde van het politieke spectrum in Spanje zich haastig te bewapenen.

Ondertussen gingen Azaña en de zijnen stug door met het doorvoeren van het eigen beleid, dat onder meer een zodanige reorganisatie van het leger omvatte, dat onwelgevallige legerleiders zoals Franco minder belangrijke posities kregen. Toen deze hervormingen extreme vormen begon aan te nemen, was de maat voor veel legerofficieren vol: een groep legerofficieren onder leiding van Emilio Mola pleegde op 17 juli 1936 een staatsgreep die men van tevoren had voorbereid. Formeel was de aanleiding hiervoor de moord op de monarchistische politicus José Calvo Sotelo die een krappe week eerder had plaatsgevonden, maar de werkelijke reden was het in hun ogen onmachtige bestuur van Spanje, dat het land af liet glijden naar een anarchistische staat.

Zoals gezegd lagen de plannen voor de staatsgreep, waarmee de Spaanse Burgeroorlog definitief was begonnen, al klaar. Franco’s troepen uit Spaans-Marokko maakten daar deel van uit: ze staken de Straat van Gibraltar over en rukten op naar het noorden. Enkele maanden later, op 9 oktober, bekende het tot dan toe nog enigszins gematigde bewind van Azaña kleur door het Volksleger op te richten. Daarin werd min of meer alles dat links was -internationale brigades, arbeidersmilities, partijmilities en ga zo maar door- verzameld in één groot leger dat het hoofd moest gaan bieden aan de rechtse opmars. De staatsgreep van de legerofficieren lukte slechts gedeeltelijk, omdat een aantal delen van Spanje hardnekkig verzet bleven bieden. Vandaar dan ook dat de staatsgreep uitdraaide op een complete burgeroorlog.

Tussen alle gewelddadigheden door, vonden er echter gebeurtenissen plaats die een cruciale rol zouden gaan spelen in Franco’s opmars naar de macht: 2 kopstukken van de rechtse staatsgreep, José Sanjurjo en Emilio Mola, kwamen beiden afzonderlijk van elkaar om het leven tijdens een vliegtuigongeluk. Franco is er weleens van verdacht geweest dat hij degene was die daar achter zat om zo de weg naar de macht voor zichzelf vrij te maken, maar bewijs daarvoor is er nooit gevonden.

Nadat Mola als laatste van de 2 verongelukte, kreeg Franco de leiding over de rechtse staatsgreep aangeboden. Dit zou tevens grote invloed hebben op het verloop van de strijd, daar alleen Franco’s troepen de steun genoten van het nationaalsocialistische Duitsland en het fascistische Italië. Franco vond tevens een bondgenoot in het destijds eveneens fascistische Portugal van António Salazar, dat de Spaanse nationalisten van het begin af aan had gesteund.

Ondertussen kregen de Republikeinen echter te maken met ongeregeldheden binnen de eigen zijde, die ironisch genoeg mede werden veroorzaakt door de Sovjet-Unie, een bondgenoot die niets van anarchisten of trotskisten wilde weten en uitsluitend ruimte wilde laten voor het stalinisme. Daartoe werden er agenten van de NKVD, de uiterst beruchte staatspolitie van de Sovjet-Unie, naar Spanje gestuurd om zuiveringen door te voeren. Deze gebeurtenis, in combinatie met de steeds sterker wordende legers van Franco, zou er uiteindelijk mede voor helpen zorgen dat de strijd te veel werd voor de linkse Republikeinen om nog langer vol te houden. In januari 1939 deelden Franco’s legers middels de val van Barcelona de eerste doodssteek uit aan de linkse troepen. De definitieve genadeklap voor de Republikeinen volgde op 28 april 1939, toen ook Madrid in handen van Franco en de zijnen viel. Op 1 april werd het einde van de Spaanse Burgeroorlog met een opmerkelijke gebeurtenis bevestigd: op deze datum plaatste Franco zijn generaalszwaard voor het altaar in de kathedraal van Madrid, en zwoer dat hij nooit meer oorlog zou voeren, tenzij Spanje zou worden aangevallen. Het was een eed die hij zijn leven lang hield: Spanje bleef, ondanks de banden met Duitsland en Italië, neutraal tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Statistieken en kenmerken Spaanse Burgeroorlog
De Spaanse Burgeroorlog is een uiterst bloedige burgeroorlog geweest die naar schatting een half miljoen mensen het leven heeft gekost. Dat aantal is inclusief het aantal slachtoffers dat na de burgeroorlog door de repressie van Franco’s bewind om het leven is gekomen. Hoewel vaak wordt verondersteld dat Franco de grote boosdoener uit de Spaanse Burgeroorlog is, dien ik in het kader van de objectiviteit op te merken dat dit slechts gedeeltelijk waar is. Over en weer hebben er wreedheden plaatsgevonden. Wat bijvoorbeeld te denken van een herhaaldelijk begane actie van republikeinse zijde, waarbij men complete families (dus ook vrouwen en kinderen) van betere komaf (zoals notarissen, dokters, etc.) in een grote betonnen put gooide, en deze mensen vervolgens op genadeloze wijze dood-mitrailleerde? Alsof dat nog niet genoeg was, werden de lijken met petroleum overgoten en in brand gestoken. Echter waren lang niet alle lichamen in lijken veranderd; sommige mensen waren nog in leven...

Franco vestigt zijn dictatuur











Na afloop van de Spaanse Burgeroorlog slaagde Franco erin om de (ideologisch ver uiteenliggende) nationaal-syndicalistische Falange, de Alfons XIII-royalisten en de monarchistische Carlisten te fuseren onder zijn persoon. Deze nieuwe partij kreeg de naam Falange Española Tradicionalista y de las JONS. Franco's zwager, Ramón Serrano Súñer, slaagde erin om de clans in de verscheidene partijen tegen elkaar uit te spelen zodat ze geen bedreiging zouden vormen tegenover Franco. Al deze maatregelen voorkwamen echter niet dat er zich zo nu en dan stuiptrekkingen voordeden van het communistische verzet. Franco wist deze echter allemaal moeiteloos aan te pakken.

Reeds vanaf het begin van 1937 moest elke doodstraf door Franco persoonlijk bevestigd worden. Dit wil echter niet zeggen dat hij kennis had van elke officiële executie. Al sinds het begin van de opstand waren de Junta-generaals zeer enthousiast geweest in het uitvoeren van publieke executies ter afschrikking van eventuele opstandelingen. Recent onderzoek, gecombineerd met opgravingen van massagraven, schat het aantal officieel of uit wraak geëxecuteerden in de warrige periode na de oorlog tussen de 15.000 en de 27.000.

Na de Tweede Wereldoorlog waren er duidelijke veranderingen waar te nemen in het bewind van Franco. Zo werd de monarchie in 1947 in naam hersteld. Als gevolg van de eerste hervormingen werd Spanje een aanvaardbare partner voor de Verenigde Staten, waarbij het zelfs tot kleinschalige militaire samenwerking kwam. Diverse Europese bondgenoten van de VS voorkwamen echter dat Spanje lid werd van de NAVO. Spanje was ondanks de hervormingen immers nog steeds een fascistische dictatuur, waarin iedere vorm van oppositie hardhandig de kop werd ingedrukt. Daar stond tegenover dat Franco de Spaanse economie uit het slop wist te trekken: de industrie, landbouw, dienstensector en het wetenschappelijk onderzoek namen snel toe. De toegenomen welvaart in de jaren ‘60 leidde tot een nieuwe middenklasse die naast economische ook meer politieke vrijheid ging eisen. Bovendien oriënteerden vele leden van de nieuwe rijken zich richting de VS, Frankrijk, België en Engeland. Gedurende de laatste 5 jaar van zijn bewind nam de kritiek op Franco dan ook sterk toe. Toen de gezondheid van de Caudillo achteruit ging en in 1975 resulteerde in zijn overlijden op 82-jarige leeftijd, kwam er een einde aan de laatste niet-communistische dictatuur in Europa. Zijn opvolger had hij al lang van tevoren aangewezen: Juan Carlos, de huidige koning van Spanje. Hoewel deze een vertrouweling van Franco was, waren de (democratische) hervormingen die hij na diens dood doorvoerde zeer ingrijpend en uit een heel ander hout gesneden dan het bewind dat Franco had gevoerd.

Ikzelf over Franco
Een dictator blijft natuurlijk een dictator, maar persoonlijk beschouw ik Franco als een ‘mildere’ dictator dan vele van zijn (voormalige) collega-dictators. Zo haalde hij bij lange na niet de aantallen slachtoffers die bijvoorbeeld de heren Hitler en Stalin wel hebben behaald. Verder beschouw ik zijn bewind zonder meer als dictatoriaal en repressief, maar zet ik vraagtekens achter het fascistische gehalte ervan. Het historische feit dat hij na de burgeroorlog zwoer nooit meer oorlog te voeren en deze eed ook nakwam, is namelijk in direct conflict met één van de belangrijkste kenmerken van het fascisme: de verheerlijking van geweld. Daarbij hield Franco er geen enkele imperialistische neiging op na, en heeft hij zich na de burgeroorlog vooral met Spanje zelf beziggehouden. Ik denk dan ook dat het geweld dát Franco tijdens zijn bewind gebruikte eerder als noodzakelijk kwaad werd gezien dan als een manier om geweld daadwerkelijk te propageren. Verder vind ik het een knappe prestatie dat hij een einde heeft weten te maken aan de langdurige economische malaise die Spanje vóór zijn bewind in een ijzeren greep heeft gehouden.

Wat ik buitengewoon opvallend vind aan Franco, is de betrekkelijk vredige manier waarop hij is gestorven. De meeste dictators komen doorgaans op een op z’n zachtst gezegd onprettige manier aan hun einde. Zo pleegde Hitler en zijn vrouw zelfmoord in een bunker, was Stalin’s rechterhand Beria waarschijnlijk (al dan niet indirect) verantwoordelijk voor diens dood, en werd Mussolini op uiterst vernederende wijze samen met zijn maîtresse in het openbaar doodgelyncht. In meer recente dagen werd Mubarak in een ziekenhuisbed een kooi in de rechtszaal binnengereden, en werd Kadhafi door opstandelingen uit zijn schuilplaats gesleept, en even later doodgeschoten.

Voorts vind ik de berichtgeving over Franco in de media en in het onderwijs veel te eenzijdig. Had de burgeroorlog namelijk in het voordeel van de Republikeinen uitgepakt, dan zou Spanje een linkse dictatuur zijn geworden in plaats van een rechtse. Aanwijzingen voor mijn stelling zijn er genoeg, denk alleen al maar aan het feit dat de Sovjet-Unie tijdens de burgeroorlog zelf al was begonnen met het installeren van NKVD-agenten in Spanje om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen. Tel daarbij op dat het communisme veel meer slachtoffers heeft gemaakt dan het fascisme (een gegeven dat controleerbaar is!), en misschien, héél misschien, moeten we dan voorzichtig de conclusie trekken dat het relatief gezien goed was dat Franco het voor het zeggen kreeg in Spanje en niet de communisten. Als we dan immers toch uit een aantal slachtoffers moeten kiezen, dan bij voorkeur zo min mogelijk.

1
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

San-Daniel schreef op 04 Apr 2012 om 08:04

Goed artikel, goede tijdslijn en alles berust op feiten, daar houd ik van. Ik ben van mening dat Franco uit vaderland´s liefde handelde en niet zo zeer uit eigen belang alhoewel er uiteindelijk, natuurlijk dan, na verloop van tijd verstrengelingen tussen beiden optreden omdat macht in de regel corrumpeert

+0 -0- x

PauloHansseno schreef op 07 May 2012 om 09:25

Het is niet Sanjurjo die als laatste van de 2 verongelukt maar Mola!

+0 -0- x

Typisch_Ik schreef op 07 May 2012 om 09:34

Heb het even nagekeken en inderdaad, je hebt gelijk. Zal wel verkeerd gelezen hebben. Hartelijk dank voor de correctie, heb het meteen aangepast.

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: