En toen was er stilte. Een verhaal over afasie. Hoe een mens niet altijd begrepen kan worden...
Witte broze haren pieken naar beneden
Witte broze haren pieken langs zijn gerimpelde hoofd naar beneden. Licht trillende handen met knokkelige vingers zoeken een weg in het niets. Zijn wazige ogen, met heel in de verte nog een ondeugende twinkeling, dwalen af naar de plek waar ooit nog een rechterbeen zat. Door bloedvatenvernauwing en een wond die niet meer heelde is dat been afgezet. De tijdelijke thuishulp had nagelaten om de procedures te volgen en had te laat een arts ingeschakeld. Zijn lieve meiske Trijntje had het al die tijd tegen haar gezegd, nota bene. Hij probeert bij die onzichtbare voet te komen, welke hem steeds zo irriteert. Jeuk, de hele dag door. Dagelijks wordt hij geplaagd door die kriebelende fantoom. Ouder worden komt met gebreken, dat weet hij als geen ander. Deze gebreken kan hij ook best wel hebben. Dat hoort erbij, nu eenmaal.

Ineens kon ik niet meer praten
Het laatste plaagstootje, echter, lieten de ooit zulke krachtige schouders van deze voormalige marktkoopman hangen. Uiteindelijk heeft dan toch een tekortkoming hem klein gekregen. Na zijn beroerte ziet opa Meijer het niet meer zo zitten. Door de afasie, een gevolg van zijn attaque kan hij zich nog moeilijk verstaanbaar maken, of gebruikt hij zomaar de verkeerde woorden. Hij weet echt wel wat hij zeggen wil hoor, maar de woorden, hoe het te zeggen, die kan hij niet meer vinden. Ook kan hij een ander nog steeds goed begrijpen,ook al denkt men van niet.
Alsof er een deur op slot is gegaan en de sleutel is weggegooid
Het lijkt alsof er in zijn hoofd ergens een deurtje op slot is gegaan. Dat is een grote worsteling voor hem, want sinds die beroerte, waardoor ook de helft van zijn gezicht verlamd geraakt is, heeft hij het gevoel dat hij niet meer voor vol aangezien wordt. Praten doet hij steeds minder, omdat steeds de verkeerde woorden uit zijn mond komen. Dat is een werkelijk drama, want praten, praten, praten, dat deed hij altijd zo graag. Luisteren ook, maar de mensen spreken soms een verwarrende onbegrijpelijke taal sinds zijn attaque, net zo ongrijpbaar als de taal van de mensen van de desa uit zijn knil-tijd. Het geheugen van Meneer Meijer mankeert immers niets. Haarfijn waeet hij zijn jeugd en leven nog te herinneren.
Afscheid van mijn geliefde Trijntje
Vorige week heeft hij zijn vrouw begraven. Ze hebben nooit kinderen mogen krijgen. Er waren twee bezoekers op de uitvaart. Een buurvrouw van twintig jaar geleden en een achternichtje. Toch was het een mooie respectvolle uitvaart. De dame van het uitvaartcentrum heeft een prachtig levensverhaal over zijn Trijntje vertelt. Ze heeft het dan wel allemaal moeten gokken, toch, was het heel erg mooi en intens. De muziek was ook prachtig, hoewel opa eraan twijfelde of Trijntje deze muziek wel mooi gevonden had. Ze hield helemaal niet van klassiek.
Hij mist haar, zijn steun en toeverlaat. De schat werd maar zeventig jaar. In bed heeft zij heel plotseling haar laatste adem uitgeblazen; hij was 's nachts rond twee uur wakker geworden naast haar dode lichaam. Zo heeft hij tot de volgende ochtend tien uur naast haar gelegen tot de thuishulp kwam. Dat waren de stilste kwellende momenten van zijn leven, met het koude lichaam van zijn geliefde, waar hij zoveel warme momenten mee heeft mogen beleven, naast hem.

In de wachtkamer van het eindstation
Twee-en-negentig jaar is hij , alleen op de wereld en zit in de wachtkamer van het verpleegtehuis, want alleen wonen mag hij van de instanties niet meer. Zijn kamer wordt klaar gemaakt. De deur gaat open en er komt een vriendelijk ogende jongeman in een witte jas de wachtkamer in.
“Zo, meneer Meijer, dan gaan we u nu even uw mooie nieuwe kamer laten zien. Hoort u mij? Meneer Meijer”, klinkt het een toontje harder, onderwijl de jongeman overduidelijk oogcontact probeert te maken, op een manier zoals je bij zwakzinnigen doet. Pffft, denkt opa, weer zo één.. Ne, ne, ne, ne, met moeite kreeg bij het vijfde woord, het woordje ja over zijn lippen. Ogen vol medelijden kijken hem onderzoekend aan.
“Dan gaan we nu naar de lift, Meneer Meijer”. Terwijl hij, in zijn rolstoel door de gang geduwd wordt, vertelt Gert honderduit over het goede werk wat hij doet. Omdat hij geen respons krijgt, wordt Gert steeds stiller.
Inmiddels zijn we bij de lift aangekomen. “Nu gaan we naar de derde verdieping, Meneer Meijer, daar is uw kamer, een hele mooie kamer met doeken voor de ramen, dat zijn gordijnen.” Opa lacht stilletjes en denkt: “alsof het mij wat uitmaakt hoe het eruitziet” zich inwendig verzuchtend: "alsof ik niet weet van gordijnen zijn..." De deur van zijn kamer gaat open en hij wordt naar het raam gerold. “Zo meneer Meijer, dan kunt u hier lekker naar buiten kijken. Geniet er maar van. Over een paar uurtjes kom ik bij u langs om uw eten en medicamenten te brengen.”
Het nieuwe thuis van opa Meijer
Op antwoord wordt niet gewacht, voor opa het door heeft zit hij tegen een dichte deur aan te staren.
Rustig neemt opa Meijer de kamer in zich op. Best een mooie plek, mijn eindstation, constateert hij tevreden. Zou dat eigenlijk wat uitmaken, vraagt hij zich af. Hangt schoonheid wel af van decoratie en allerhande versierselen? Een glimlach verschijnt rond zijn lippen en zijn schouders rechten zich weer tot een stand als die van weleer. Schoonheid is betrekkelijk, dat wist opa, maar al te goed. Schoonheid is slechts afhankelijk van, hoe je de dingen waarneemt. In zijn hoofd heeft hij al besloten dat hij deze kamer mooi vindt. Een beslissing die opa iedere morgen in zijn hoofd zal nemen als hij wakker wordt. Het leven met zichzelf deert hem allerminst. Ook zijn laatste gebrek kan hem ook niet meer deren.
Het spaarpotje geluk van opa Meijer en Trijntje
Toen die deur van de wachtkamer open ging, herinnerde opa zich het potje geluk, waar hij samen met zijn Trijntje iedere week een dosis geluk instopte. Voor de toekomst, als het ooit minder zou gaan. Het zou zinloos zijn om de hele dag in bed te liggen en de moeilijkheden van zijn lichaam op te tellen. Dus tijd om geluk op te nemen uit het potje, zodat hij kan genieten van wat hij wel nog kan: "waarnemen."
Iedere nieuwe dag zien als een nieuw cadeau, zolang je de ogen mag openen, om kunnen terug te varen op de gelukkige herinneringen van het leven. Het spaarpotje als een banksaldo van geluk; je kunt ervan afhalen als het nodig is. Crisesbestendig bovendien. Ook actualiteiten kan opa nog prima volgen.
De deur gaat open. Daar is Gert weer, met een bord warm eten. “U wilt zeker op uw kamer eten, want praten kunt u toch niet, dus zou het op de eetzaal alleen maar ongezellig voor u zijn.” Het bord met de nodige eet-hulpmiddelen en pillen werd neergezet en Gert verdwijnt zo snel als hij gekomen is.

Opa neemt weer een beetje geluk uit zijn potje en kijkt naar die mooie dichte deur.
Laat een reactie achter
Lid sinds 8 maanden
5541 reacties geplaatst
4946 artikelen beoordeeld
259 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
Sandra-Philippo beveelt aan
- Hoe gaat dit aflopen?
- De Stargate in Peru, deur naar een andere wereld?
- Prijsvergelijkers op het internet: waar winkel je het voordeligst?
- Jubileum...honderdste artikel. Een mooi verhaal voor iedereen.
- Wie reist er mee door het Loire-dal? deel 2
- De Kikoy; de nieuwste trend uit Kenia voor op het strand
- Koeien huppelen naar buiten. Koeien willen een leven.









doortje schreef op 22 Sep 2011 om 17:26
Prachtig geschreven! Duim!