Het laatste deel van de serie over het griezelhuis en zijn bewoner. Vandaag wordt duidelijk wie er gaat winnen.
Eigendomsbewijs deel 4
De eigenaar, door Trudy Brinkman.
Zou het me lukken om te overwinnen van het huis? Ik krijg heel sterk de indruk dat de overwinning naderbij komt met elke onregelmatige slag van het hart onder me en elk vleugelgeklapper op de houten keldervloer boven me. Het gekrijs is toegenomen tot een oorverdovend volume.
Komt het daardoor dat ik mijn eigen stemgeluid niet meer kan horen. Mijn keel voelt rauw aan door de korte felle kreten die ik geef bij elke steek met de splinter en elk graaiend gebaar van mijn handen.
Wanneer ik mijn eigen stem wel weer hoor merk ik dat het gebons boven me af lijkt te nemen. Het geluid van de schreeuwende met kleine slagtanden gevulde bekjes boven me vervaagt. Alsof ze ergens anders naar toe trekken.
Een nieuw geluid dringt tot me door. Het is het gegil van een vrouw. Duidelijk hoor ik haar langgerekte 'Nee!!'. Het crescendo van krijsen neemt toe tot ik de vrouwenstem niet meer hoor.
En dan, stilte. Oorverdvende stilte.
Het bewegen onder me wordt minder en de gaten in de planken boven me lijken zich dicht te trekken. Dit kan toch niet waar zijn. Ik was er zo dichtbij.
Als ik probeer te gaan zitten om zo op adem te komen, merk ik dat mijn voeten vastgezogen zitten in de sponsachtige substantie onder me. Voorzichtig laat ik mijn handen langs mijn benen naar beneden glijden. Mijn broekspijpen zijn bedekt met een warme gelachtige voeistof. Mijn sokken doorweekt met ene kleverig vocht.
Maar wat me het meest angst aanjaagt is het op spinnenweb lijkende materiaal dat over mijn schoenen gespannen zit. Daardoor kan ik mijn voeten niet van hun plaats krijgen.
Het kloppen van de ondergrond is bedaard naar langzame bewegingen. De bewegingen worden wel krachtiger. Als het daadwerkelijk een hart is dan lijkt het zichzelf te genezen.
De moed zakt me in de vastgezogen schoenen.
Mijn enige mogelijkheid om los te komen is mijn schoenen uit trekken. Gelukkig zijn het instappers en hoef ik me niet druk te maken om veters die verstopt zitten onder de fijne draden die over mijn schoenen gespannen zitten.
Met alle kracht die ik in mijn benen kan verzamelen begin ik van de ene voet op de andere te wiebelen. Heel langzaam voel ik hoe er een klein beetje beweging in mijn voeten begint te komen. Het lijkt te lukken. Ik kom los. Door het kleine succesje lijkt mijn kracht terug te komen.
Hoe harder ik stamp, hoe sneller het hart onder me begint mee te bewegen. Het wordt weer onrustig.
Nog één laatste schop en mijn linkerbeen is los. Nu kan ik me wat makkelijker in evenwicht houden en een minuut later is mijn rechterbeen ook los. Nu moet ik blijven lopen om er vor te zorgen dat mijn sokken niet ook vast komen te zitten.
Half tastend, half struikelend loop ik verder.
Op een paar meter afstand voel ik een soort kabel omhoog lopen. Die kabel pulseert mee in het ritme onder me. Ik vraag me af of dit een soort bloedvat is dat het hart met het huis verbind.
Zo snel mogelijk trek ik de ceintuur van mijn huisjas los. Ik wikkel de band rond de kabel en trek het zo strak mogelijk aan voordat ik het vastknoop. Om extra kracht te kunnen zetten neem ik het risico om vastgezogen te worden, leun op één been en zet de andere tegen de kabel. Meteen merk ik dat het hart begint te protesteren.
Heftig gaat het oppervlak op en neer in woedend protest.
Zo snel mogelijk loop ik verder. Als er namelijk een aanvoerende ader is dan moet er ook een afvoerende zijn. Hopelijk vind ik die ook.
Lopen is niet meer mogelijk. De grond trilt alsof een krachtige aardbeving os losgebroken. Ik moet kruipen om verder te komen.
Door een stuiptrekking wordt ik opzij geworpen. Mijn hoofd knalt met kracht tegen iets aan. Het is de volgende kabel. Zo snel mogelijk trek ik de riem uit mijn broek en wikkel deze om de streng bloedvaten. Ik hoop dat de gesp het uithoudt.
De seconden duren uren.
Het lijkt te werken.
De bewegingen worden stuiptrekkingen en zodanig dat ik met kracht heen en weer geslingerd wordt.
Opnieuw slaat mijn hoofd tegen iets hards.
Het wordt zwart voor mijn ogen en ik zak weg in een inkzwarte duisternis.
Het huis, door Marion Franssen.
Ze kunnen eindelijk hun honger stillen. Hun geduld wordt beloond. Jammer van het meisje, ik had niks tegen haar, maar ze was hier op het verkeerde moment en op de verkeerde tijd. Gewoon domme pech.
Ik kan mijn vloerdelen weer sluiten, maar is dat wel zo een goed idee vraag ik me achteraf. Jeetje die man is wel heel inventief. Ik wilde hem hier houden door zijn voeten vast te zuigen en dan zijn bloed uiteindelijk in mij op te nemen, maar hij is ontsnapt. Hij heeft mijn slagaders gevonden. Dit is nog nooit iemand gelukt. Alleen is er nog nooit iemand zover in mij doorgedrongen. Ik word oud. Ik krijg niet voldoende zuurstof meer binnen. Is dit dan mijn einde. Hoeveel jaar ben ik er nu al. Altijd weer lukte het me om een ziel te werven voor mijn schepper. En na zoveel ervaring met de mensheid zal ik dan nu falen? Is er echt geen oplossing?
Langzaam voel ik me wegzakken, ik krijg mijn bloed niet meer gecirculeerd. Wat een rotzak om me zo een streek te leveren. Ik heb hem toch een prachtig huis gegeven. Hij had gewoon zijn lot moeten accepteren. Is dat nou echt zo moeilijk?
Mijn schatjes voelen de verandering. Ze schrikken. Vliegen rond en weten niet wat ze moeten doen.
Met een laatste krachtinspanning laat ik de vloer net genoeg wijken zodat ze er door kunnen. Ze voelen dat ik hun nodig heb.
Als een vleermuis storten ze zich op de man. Hij is al bewusteloos dus veel voelt hij niet. Jammer. Ik had hem willen zien lijden, net wat hij mij aandoet.
Ik kan niet genieten van zijn einde. Mijn eigen einde nadert. Langzaam voel ik niks meer.
Mijn schatjes hoor ik nog heel vaag zich te goed doen aan mijn eigenaar. De mensen die ik gevangen heb in mijn bed hoor ik al helemaal niet meer.
De vrouw in de schoorsteen van de keuken vervaagt helemaal.
Wat gaat er nu met mij gebeuren?
We hebben allebei verloren. Ik ga terug naar mijn schepper. Ik heb hem in de loop van de eeuwen genoeg zielen gegeven om niet al te boos te zijn dat ik het niet gered heb. De mensen zijn gewoon steeds slimmer geworden. Hoe dat weet ik ook niet. Ik heb mijn best gedaan.
Alles wat ik heb opgebouwd in de loop van de tijd vervalt.
De rode tegeltjes in de badkamer worden weer wit, het bloed sijpelt gewoon omlaag, naar mijn zijn.
De blinden voor de ramen hoeven niet meer vastgehouden te worden, ze vervallen tot stof.
Alles is binnen een mum van tijd weg. Echt alles.
Twee laatste zielen kan ik mijn schepper nog geven. Een jonge vrouw en een viriele man. Hij dacht mij te kunnen overmeesteren. Hij heeft zijn eigen graf gegraven, ik neem hem mee.
Mijn schepper ga ik nog om een speciale gunst vragen. Ik wil hem nog heel lang bij me hebben in het hiernamaals. Van zijn schreeuwen wil ik nog eeuwig genieten.
Nu maar hopen dat het mij gegund is.
Laat een reactie achter
rinajansen schreef op 28 Jan 2012 om 22:59
ik ben er nog even stil van ! maar even wachten met slapen
trudybrinkman schreef op 26 Apr 2012 om 21:49
Je hebt het gehaald hahaha. Nu lekker slapen Karazmin?
Lid sinds 10 maanden
760 reacties geplaatst
236 artikelen beoordeeld
49 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
trudybrinkman beveelt aan
- Super lekker recept: Kip om van te smullen
- Spiegeltje, spiegeltje aan de wand wat is er aan de hand.
- Huisarts geeft advies Een slecht nieuwsgesprek voeren
- Stof om even over na te denken
- Het is zover; Ik kom eindelijk uit de kast!
- Wat als verliefdheid een obsessie wordt
- Met cafésnollen kun je maar beter niet dollen!









Jack-Hage-Sr schreef op 27 Jan 2012 om 00:45
Als vanouds! D