Na de ontdekking van de vuilniszakken met dierlijke overblijfselen gaan Constanze en haar vader Peter op onderzoek uit. Ze komen al snel terecht in de wereld van hondengevechten, corruptie en afpersing. Gaat het goed aflopen? Lees zelf maar.

Peter laat een instemmend gebrom horen. Hij hoopt er op dat hij een beetje klinkt als de man uit het busje. Iets te zeggen durft hij niet. Niet alleen bang dat zijn stem hem zal verraden of dat hij iets zal zeggen wat totaal niet lijkt op het taalgebruik van de eigenaar van deze telefoon, maar ook dat ze in het huis zijn stemgeluid zullen horen en hij zichzelf op die manier verraad.
"Mooi, blijf op je post en blijf hem in de gaten houden. Laat mij direct weten wanneer die vent zijn huis verlaat. Ik denk niet dat hij iets zal durven te ondernemen. Daar is hij te oud voor en we hebben natuurlijk die dochter van hem. Dat grietje is buiten westen en ik heb er wel zin in. Ze kan nu toch niets doen om me tegen te houden. Daarnaast is ze geboeid, ik kan me dus even lekker uitleven." De bulderende lach die daarna volgt laat Peters bloed koken terwijl in zijn achterhoofd de naam 'van Velzen' om aandacht zeurt. Is dat niet die man die hij een paar jaar terug opgepakt heeft en die door de hulp van een stel dikbetaalde geslepen advokaten is vrij gesproken?
Terwijl hij de telefoon bijna fijnknijpt komt de zaak van die schoft hem weer haarscherp in zijn geheugen terug.

Hij had die vent opgepakt op verdenking van distributie van verdovende middelen onder de plaatselijke schooljeugd. Om dat te bewerkstelligen heeft die van Velzen gebruik gemaakt van de sociaal zwakkeren onder de jeugdigen. De buitenbeentjes die er alles voor over zouden hebben om aansluiting te vinden bij de populaire kids op school. De verdovende middelen waren tot kleine pilletjes vermomd en met een gekleurd suikerlaagje omhuld. Deze zwakkere kinderen werden door zijn handlangers aangesproken en omgekocht met patat, cola en sigaretten. Zij gaven hen het idee dat ze heel wat waren.
Na een poosje  werd hen verteld dat de gekleurde pilletjes onschuldige snoepjes waren die zij uit mochten delen.
Zo gauw als de rest van de groep een zekere mate van verslaving kreeg zou hij er voor zorgen dat ze regelmatig nieuwe "snoepjes" zouden krijgen. Tegen een flinke betaling natuurlijk.
Die betalingen werden al snel hoger en hoger naarmate de verslaving grotere vormen aan begon te nemen.
Enkele van de jongens waren begonnen met het stelen van autoradio's en mobiele telefoons die zij daarna probeerden te verkopen om zo geld bij elkaar te sprokkelen. Eén meisje was in de prostitutie terecht gekomen. Een meisje van vijftien die voor vijfentwintig euro haar magere lichaam aanbood aan iedere voorbijganger. Peter had haar ouders gezien bij de rechtbank. De vader was op zijn vijfendertigste al grijs van de zorgen. De moeder was een zenuwinzinking nabij.
En nu wilde die smeerlap zijn tentakels naar zijn Constanze uitstrekken.

Waar bleef die versterking toch? Met zijn gebalde rechterhand slaat Peter in zijn linker handpalm.

Een klein tikje op zijn schouder laat hem met zijn elleboog naar achteren uit halen.
"Je wordt traag Peter. Een jaar terug had je me geraakt." De gefluisterde woorden van Walter, de man die als versterking is aangekomen, laten Peter in de lach schieten. Snel slaat Walter zijn hand voor Peters mond. Het geluid zou hen kunnen verraden.

Wat Peter niet weet is dat er tegelijkertijd aan de andere kant van de stad ook een groep klaar staat om een inval te doen. Hier gaat het om het pand dat aangewezen is door zowel Ralf als Paco. De simpele bruine houten deur lijkt op menig andere deur in elke willekeurige straat. Toch gebeuren achter deze deur dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Dat de invalploeg bij de juiste deur staat zien zij duidelijk aan het zware hang- en sluitwerk dat op deze deur is aangebracht.
Op het teken van de leider van deze inval stoten drie sterke mannen een stormram tegen de deur. Bij de derde klap versplinterd het hout en zwaait de deur met een klap tegen de achterliggende muur.
Meteen rennen de mannen naar binnen.
In het schemerdonker onderscheiden ze de vierkante arena's waar de gevechten gehouden worden. Enkele mannen proberen weg te vluchten door alle kanten op te rennen, alleen is er geen andere uitweg en kunnen ze niets anders doen dan eieren voor hun geld kiezen. Al snel laten zij zich op de grind vallen. 
Achter in de ruimte is een deur waar licht door het glazen paneel schijnt. Wanneer één van de agenten binnen rent kan hij nog net voorkomen dat een stapel papier in brand gestoken wordt. Het zijn lijsten met namen van hondeneigenaren en met welke dieren zij deelgenomen hebben aan de gevechten van de afgelopen maanden. Een geluk dat iemand zo dom was om die lijsten uit de kluis te halen die nu uitnodigend open stond. In die kluis ligge grote stapels bankbiljetten.
Honden waren dat moment niet aanwezig. De bloedsporen op de wanden van de gevechtsringen vertellen genoeg.
Met de lijsten kunnen heel wat mensen ingerekend worden. En de walgelijke 'sport' kan een zeer gevoelige klap worden toebedeeld.


"Weet je al iets meer over het huis en de mensen binnen?" Walter heeft zijn mond zo dicht mogelijk bij Peters oor gebracht om zo min mogelijk geluid te hoeven produceren.
Peter vertelt kort waar hij achter gekomen is.
"Aan de voorkant van het huis liggen drie scherpschutters klaar om iedereen die naar buiten komt uit te schakelen.Aan de linkerzijde is maar één raam en dus ook maar één schutter. Rechts liggen er twee klaar en hier achter zijn we met zijn vieren exclusief ons tweeën. We laten de anderen voorgaan. Als zij binnen zijn zullen wij volgen. Op mijn teken kunnen we naar binnen."

Dat teken komt niet van Walter. Een schreeuw uit het huis laat hen opschrikken en tot actie over gaan.
Peter stormt naar voren met Walter op zijn hielen. Deze laatste schreeuwt ondertussen "Go, Go!"
Nog drien man springen er van achter de bomen vandaan en samen rennen ze op de achterdeur van het huis af. De vijftien meter grasveld verdwijnen als millimeters onder de voeten van Peter door. Hij lijkt wel vleugels gekregen te hebben.
Walter haalt hem niet in. De andere drie veel jongere mannen wel. Ondanks het gewicht dat ze mee torsen. Onder het geweld van de aanstormende mannen met de dikke stalen balk houdt de houten achterdeur het niet lang. Met een luid gekraak breekt deze uit de scharnieren los.
Binnen struikelt Peter bijna over een losliggende mat, kwaad geeft hij het ding een trap de hoek in. Dan vervolgt hij de gang naar waar hij vermoed dat Constanze vast gehouden wordt. Gevaar ziet hij niet meer zo verblind door woede is hij.

De kamerdeur is niet afgesloten maar vlak voor de deur wordt Peter opzij gegooid door Walter. De drie begeleidende agenten gaan als eerste de kamer binnen onderwijl luide bevelen roepend. Verder blijft het verdacht stil daarbinnen. Na het sein veilig mag Peter naar binnen.
Constanze ligt nog steeds op bed. Haar ogen schieten vuur naar de man die naast het bed op zijn knieën ligt. Het tape op haar mond belet haar de woorden uit te spreken die haar ogen zeggen.
Als Peter het tape wegtrekt breekt Constanze los.
"Slap aftreksel van een vent dat je er bent. Ga eens een emmer kalk opvreten, misschien dat je dan nog een ruggengraat kan kweken. Die vent wilde me verkrachten en jij staat er alleen maar bij als een zak zout! Wat ben jij nou voor een stuk stront!" Peter slaat bijna dubbel van het lachen. Zo kent hij zijn dochter weer. De trots straalt uit zijn ogen die hij strak gericht op de man naast het bed houdt. Onderwijl draaien zijn gedachten rond. Waar is die van Velzen want deze man lijkt er totaal niet op.

Voordat Peter zijn mond open kan doen om de man te ondervragen klinkt buiten ineens een woest geblaf. Daar tussendoor klinken kreten van iemand in doodsnood.
Verschrikt kijken alle mensen in de kamer op en snellen naar het raam.
Wat ze daar zien is huiveringwekkend.
Blijkbaar is van Velzen via een verborgen gang het huis ontvlucht. Er staat tenminste een luik open in de hoek van de kamer.
Wat hij schijnbaar vergeten was, was dat deze gang uitkwam op een plek waar hij later de hokken van zijn eigen vechthonden had laten bouwen. Hij was zo snel mogelijk het luik aan de andere kant doorgegaan en dit dicht gegooid zodat hij voor zichzelf deze route had afgesneden.
Nu stond hij in de kooi met een groep agressieve, hongerige honden tegen over hem.
Voor dat de agenten iets konden ondernemen, viel de eerste hond aan. In een flits volgde de tweede waardoor van Velzen op zijn knieën viel.
De rest van de groep volgde het voorbeeld van de eerste twee.

Peter hoorde Wim ineens mompelen: "Volgens mij hebben ze vanmorgen nog geen eten gehad."

Vanaf het bed klinkt de stem van Constanze.
"Kan iemand me losmaken. Ik wil Kiernan ophalen."

Peter bukt zich en verlost haar waarna ze samen de kamer verlaten. Wim wordt door Walter en de mannen afgevoerd. Die zal zijn straf niet ontlopen.

3
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

Marinus schreef op 03 Dec 2011 om 10:10

Prima afronding.

+0 -0- x

trudybrinkman schreef op 03 Dec 2011 om 22:44

Dank je wel Marinus. Het eerste deel van het nieuwe verhaal staat er ook al weer hahaha

+0 -0- x

Ingrid2 schreef op 11 Dec 2011 om 16:38

Had ik dus gemist het slot, maar een einde dat bij het verhaal past!

+0 -0- x

trudybrinkman schreef op 11 Dec 2011 om 21:14

Dank je wel Ingrid. We wilden niet dat hij weer op de één of andere manier zijn straf zou ontlopen.

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: