De allereerste vergadering van het jaar was ongetwijfeld de spannendste, wat niet echt een uitdaging was, maar toch een heuse belevenis voor mensen die een nieuw merk koffie uitproberen al een heel avontuur vonden. Zoals altijd stond het voltallige bestuur al 2 uur in de kou te wachten op de komst van de directeur. Hij zorgde er altijd voor dat hij mensen liet wachten: hij geloofde dat ze, als ze geïrriteerd waren, hun echte karakter toonden en daarbij maakte de kou hen stijf en minder bereid tot tegenspraak.
Om er zeker van te zijn dat iedereen wel naar hem luisterde liet hij onderdirecteur Van Rooy, een saaie, ruggengraatloze man die tevens zijn persoonlijk slaafje was, een oogje in het zeil houden. Diederick dacht aan meneer Ves toen hij zijn zilveren BMW op de speelplaats reed, die overal mannetjes had, en altijd alles gedaan kreeg. Als je bij hem uitgenodigd was op een diner, wist hij al wat je eerste woordjes waren geweest en hoeveel vullingen je in je tanden had zitten voor je zelf maar de drempel gepasseerd was. In zijn wereld was de term ‘geheim’ simpelweg een maatstaaf van wat je bereid was te betalen voor de informatie. Bij een al dan niet louche transactie was meneer Ves zelden tot nooit aanwezig, maar stuurde altijd een vertegenwoordiger om het onderhandelen in zijn plaats te regelen. Men zou zelf kunnen gaan denken dat meneer Ves helemaal niet bestond, wat ook een tijdje zo geweest was, tot hij ervan hoorde en dreigde iedereen te ruïneren die het aandurfde zijn bestaan te ontkennen. Dit had de directeur altijd gefascineerd en hij wou dat iedereen dacht dat hij ook mannetjes had. Hij stapte uit de auto, keek neer op het ontvangstcomité van bevroren werknemers dat hem aanstaarde en blafte:
“Ook goedemorgen. Op naar de zolder!”
Met deze kenmerkende woorden begon de vergadering op 31 augustus. De directeur marcheerde vooruit, de trappen op, met de voltallige staf achter zich aan. De Zolder was een langgerekte kamer die meer op het omgekeerde schip van een boot leek, met balken in de nok en langs de zijden die zo gebogen en gespannen stonden dat het leek alsof ze elk moment konden uiteenbarsten. Er stonden zwarte, ongemakkelijke stoelen rond een ellipsvormige tafel die bijna de hele ruimte in beslag nam, met aan het hoofd een grote, lederen zetel, die uiteraard voor de directeur bedoeld was. Verder waren er overal deuren waarvan er sommige op dezelfde plaats uitkwamen, nog andere liepen dood of zaten op slot, en enkele waren helemaal geen deuren maar slechts op de muur geschilderd. Niemand wist wat daarvan de bedoeling was. Maar ze dachten dat Diederick er wel een goede reden voor gehad zou hebben dus ze trokken de nepdeuren niet in twijfel, net zoals ze nooit iets dat hij besliste in twijfel trokken.
“Ga zitten.” Beval Diederick, nadat hij zelf al plaatsgenomen had. Hij vouwde zijn handen op tafel, leunde naar voor en keek iedereen om beurten streng aan. Ze waren allemaal druk bezig hun jas af de doen of hun wanten uit te trekken of een van hun vele truien die voor de gelegenheid bewaard waren, niemand zei iets en toen er niets meer te doen was keken ze naar het tafelblad. Alsof iedereen verwachtte dat de ander iets ging zeggen, hing er een zware stilte over de kamer tot die gebroken werd door Nina, de kokkin die met haar karretje kwam binnenrijden beladen met lekker eten. Nina was een mollige vrouw met korte, blonde krullen. Ze kwam uit Zweden maar had een vurig temperament, iets wat Diederick, als het om zijn eten ging, wel kon appreciëren. Aangezien ze de aanvoer regelde van de belangrijkste grondstof voor de directeur had ze meer macht in handen dan wie dan ook, waardoor ze gerespecteerde en gevreesd werd. Zij en een paar van haar hulpkokken hielden het roddelcircuit gaande en werden beschouwd als belangrijke informanten. Wat niet veel mensen wisten, maar de directeur natuurlijk wel, was dat ze een vurige affaire had met Ludwig Van Rooy, die meteen begon te blozen toen ze het karretje naast hem parkeerde en de borden een voor een voor Diederick uitstalde. Met een glimlach legde ze zelf een servet op zijn schoot en schonk hem een glas water in. De anderen kregen niets.
“Van Rooy,” Zei Dierick heel plots toen hij zijn servet van zijn schoot haalde en in de boord van zijn hemd propte, “wat is het eerste agendapunt?” Hij was niet van plan zijn tijd te verspillen met onnozelheden als peptalks of andere motiverende gebaren: angst was de beste drijfveer. Daarbij voelde hij zich al heel wat meer op zijn gemak met eten voor zich en was bereid zich te gedragen. Iedereen keek hongerig naar de vele lekkernijen die op de tafel voor de directeur stonden. Dit plezierde hem nog meer en hij begon luid slurpend aan de soep terwijl Van Rooy in zijn tas begon te rommelen en er enkele papieren uithaalde.
“Dat is de verwarmingsketel, meneer.”
Diederick keek naar zijn soep. “Wat is daarmee?”
“Hij werkt niet meer.”
“Hoe kan dat nu weer?” Vroeg de directeur met zijn mond vol brood. Hij sloeg met zijn vuist op tafel en iedereen schrok.
“Dat…Dat weet ik niet, meneer.” Van Rooy was duidelijk bang dat hij, die zich het dichtst bij het steeds kwader wordende gevaarte bevond, het slachtoffer zou worden. Diedericks ogen knepen zich samen en hij scheen diep na te denken. Hij had vast veel indrukwekkender geleken als zijn kaken niet vol zaten gepropt met brood en er geen soep langs zijn mondhoek naar beneden liep.
“Het waren vast die leerlingen.” Fluisterde hij meer tegen zichzelf dan tegen iemand anders.
“Waarom zouden ze dat doen?” Vroeg Elise Page, een nogal franke dame die schuin tegenover Van Rooy zat.
“Om me een hak te zetten.” ,siste hij, “Ik heb ze wel door, weet je. Vorig schooljaar was er helemaal niets aan de hand, want die tijd hadden ze nodig om plannen te maken.” Hij scheen te vergeten wat hij net had gezegd toen hij het volgende bord naar zich toetrok en gulzig toehapte. Iedereen bleef hem echter verwachtingsvol aankijken. Hij vertrouwde het niet en boog af van het onderwerp.
“Als het kapot is, maak het dan, en als je dat niet kunt vraag je het aan iemand anders. Dat leer je toch in de kleuterschool.” Hij keek afkeurend naar de starende gezichten en begon luid smakkend aan een kippenboutje te knauwen. “Volgende punt.” Niemand had hem verstaan door zijn gulzigheid dus hij tikte met zijn vettige vinger op het blad dat voor Van Rooys lag. Die keek haastig naar het volgende punt en las voor:
“Fruit.”
“Ha. Ik dacht dat tomaten groenten waren.” Hij was net zijn mond vol aan het proppen met kerstomaatjes. Het was even stil, en toen begon hij luid te schateren als een hond die zijn knijpspeeltje heeft doorgeslikt: een luide blaf met hoge hikken ertussenin. Iedereen begon onmiddellijk mee te lachen, hoewel ze het niet eens hadden verstaan en wisten dat het toch niet grappig was. Hoe luider de directeur begon te gieren, hoe luider ze meelachten. Toen werd de directeur opeens serieus en begon aan zijn slaatje, dat hij met pak minder gretig in zijn mond propte. De rest was ook zo snel mogelijk gestopt, maar het was niet synchroon en ze keken naar elkaar met afkeuring voor hun ongepastheid.
“Bon.” Zei de directeur droog. “Wat is daar mis mee?”
“Het is onmogelijk om nog elke dinsdag fruit te verkopen. We kunnen het vanaf nu alleen nog maar op zondag aankopen als we het echt vers willen, maar dan hebben we niet genoeg plaats in de diepvriezen om het ook zo te houden. Het is erg populair, weet u.”
Diederick moest zichzelf dwingen om na te denken, want eigenlijk interesseerde het hem niet zo veel en wou hij aan het dessert beginnen.
“Is het verplicht?”
Van Rooy keek hem even aan. “Wat?”
“De jaarlijkse inentingen.” Hij rolde met zijn ogen. “Het fruit natuurlijk, idioot!”
De onderdirecteur werd helemaal rood en zei stil: “Als ik mij niet vergis is het een richtlijn, meneer.”
“Koop dan meer diepvriezen. En nee, het kan me niet schelen waar je ze zet zolang het niet in mijn kantoor is.”
Hij trok zijn appeltaart naar zich toe en begon er deze keer rustig aan, omdat hij al wat vol zat en er van wou genieten. Hij kauwde rustig en zei tegen Van Rooy dat hij moest verdergaan. Maar die zweeg en keek bang om zich heen. Opeens veranderde de atmosfeer in de kamer en iedereen scheen ineen te krimpen. Ze wisten allemaal wat het volgende punt zou zijn en ook dat de directeur het niet leuk zou vinden. Die scheen echter niets te merken en bleef rustig smullen van zijn lekkernij. Toen het stil bleef en hij uiteindelijk merkte dat er niet naar hem geluisterd werd, keek hij verontwaardigd op.
“Dat was geen richtlijn, Van Rooy, dat was een bevel.” Zei hij snijdend.
“Natuurlijk, meneer. Het volgende punt is” ,hij stotterde even, “de postbode.”
Diederick scheen dit maar een raar agendapunt te vinden maar toen hij zag dat iedereen nog meer ineenkromp werd hij ongeduldig.
“Ja, en?”
“Hij is dood.”
De directeur liet zijn vork en mes vallen. Iedereen hield zich angstvallig vast aan de tafel alsof ze van de wereld zouden vallen als ze loslieten en dacht, net als Diederick, aan de belangrijkheid van de postbode. Eigenlijk was er niets speciaal aan hem, alleen was zijn vrouw een stewardess die om de 2 weken sigaren van de beste kwaliteit meesmokkelde uit Cuba. Die wist hij dan aan Diederick te verkopen voor een goede prijs en te verbergen in zijn post, waarna hij ze met groot genoegen oprookte in zijn kantoor in het gezelschap van belangrijke vrienden.
“Hoe is dat kunnen gebeuren?” Riep hij kwaad.
“Ik geloof dat het een auto-ongeval was, meneer.” Zei Van Rooy bang.
“Het is altijd wel iets.” Diederick was nu echt aan het schreeuwen. “De hele centrale verwarming ligt plat, blijkbaar zitten we met een voorraad verrot fruit genoeg voor 3 jaar en de postbode kunnen we van de baan schrapen. Niets werkt hier in dit oud rotgebouw, inclusief jullie. Uit mijn ogen!” Hij was opgestaan en wees naar de deur. Paniekerig greep iedereen naar zijn spullen en vluchtte naar de uitgang. Bladeren vlogen in het rond, jassen werden vergeten en in een mum van tijd stond de directeur helemaal alleen op de Zolder. Even raasde hij uit door een stoel omver te schoppen en zijn teen te bezeren, maar toen ging hij zitten en at zijn taart in stilte op. Toen hij daarmee klaar was, hinkte hij door de andere deur naar buiten en nam zich voor om nooit nog zo’n vergadering te voeren, nooit nog een postbode te vertrouwen en niet meer te eten onder het werk. Dat laatste voornemen vergat hij al 10 minuten later toen hij in zijn bureau een hele doos koekjes naar binnen werkte, maar de andere twee onthield hij zijn hele leven lang.
Laat een reactie achter
Lid sinds 1 jaar
229 reacties geplaatst
276 artikelen beoordeeld
13 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
Elena beveelt aan
- Mijn dochter stapte uit het leven
- 50 tips; hoe ben ik irritant?
- Wraak nemen; fout of niet?
- Schrikwekkende foto's op sigarettenpakjes
- We gingen wat rollebollen. Wist ik veel dat je er zwanger van kon worden!
- Freddie Mercury 20 jaar geleden overleden
- 50 jongensfeiten die je Moet weten









Jack-Hage-Sr schreef op 23 Jan 2012 om 18:59
Dit is de automatische duimmachine van Jack. Ik ben er niet!
U heeft zojuist 1 duim verdiend. Piep........... ;).......;)
De duimmachine bevind zich momenteel in een heftige testfase ! :) Soms helemaal van slag!