Dialoog tussen twee broers met een meningsverschil...

Zonnig gedoe

Op een zonnige dag zaten twee broers, O en P, op een bankje in de achtertuin van O. Onder het genot van een glaasje verse ju d’orange begonnen ze een gesprek.

O: Wat een prachtige dag! De vogeltjes fluiten, mijn bloemen staan in bloei. Alle mensen hebben leuke zomerkleren aan, in mooie frisse kleuren. En de zon schijnt.

P: Ben jij gek? Die zon van jou veroorzaakt wel mooi huidkanker. Wat is daar nu zo prachtig aan?

O: Ach, wat een onzin. Iedereen geniet van de zon. Bovendien is de zonnebrand in de uitverkoop in de winkel om de hoek.

P: Ja joh, alsof mensen in deze zware crisistijd nog geld over hebben voor zonnebrand.

O: Die economische crisis is al lang voorbij. Het gaat juist heel goed met de economie.

P: Hou toch op O. Zet tenminste één keer je roze bril af, dan zie je de wereld zoals hij daadwerkelijk is.

O: Lieve P, ik heb helemaal geen roze bril op, maar jij bent zo een zwartkijker. Je ziet overal problemen en ellende, terwijl die er niet zijn. Geniet toch eens van het leven.

P: Ik word zo moe van mensen zoals jij. Niet alles hoeft altijd leuk te zijn. Kijk eens om je heen, we leven niet in een pretpark! Er is hongersnood, kinderarbeid en milieuvervuiling. Ondertussen zit jij hier heerlijk van de zon te genieten.

O: Waarom ben jij zo gefocust op incidenten? Kijk naar het geheel. Het geheel is fantastisch.

P: Incidenten?! Zij zullen zich wel continu blijven voordoen, want mensen leren er niets van. Mensen leren nergens iets van. Wij zijn echt de domste wezens op deze planeet.

O: Ik begrijp jou echt niet. Wij, als domste wezens op aarde, hebben het wel zo ver geschopt om over de maan te kunnen lopen. Het is indrukwekkend wat we allemaal hebben bereikt. Kijk nou naar onze techniek, kunst, cultuur, architectuur, zo veel om trots op te zijn.

P: Ben je ook zo trots op de 1e Wereldoorlog, 2e wereldoorlog, Vietnamoorlog, Balkanoorlog, noem maar op! Oorlogen genoeg.

O: Na iedere oorlog kwam toch vrede en wederopbouw? Hoop overwint altijd.

P: Wat heb je aan hoop als je wordt gebombardeerd, vergast of verkracht?

O: Je moet niet altijd uitgaan van het ergste. Heb toch eens vertrouwen in de goede afloop.

P: De enige zekerheid die ik heb is dat we allemaal dood gaan. De dood, dat noem jij dus een happy end?
O: Nadat je van een mooi leven hebt genoten en een positieve invloed op vrienden, familie en kennissen hebt gehad, kun je trots zijn op je nalatenschap op deze aarde. Ja, dat noem ik zeker een happy end. Als je überhaupt van een einde kan spreken, want je leeft voort in de herinnering van de nabestaanden en in alles wat je hebt achtergelaten.

P: Wat een onzin! Denk je dat er nog iemand aan je denkt, nadat de koffie en cake bij je begrafenis op zijn? En wat voor werken zal jij achterlaten? De Mona Lisa zeker? De relativiteitstheorie? Of het dagboek van een optimist?

O: Je hoeft geen genie te zijn om iets achter te laten. Je hoeft alleen maar te leven. Elk leven is een kunstwerk op zich. Ieder mens is een levenskunstenaar.

P: Ja, zo ken ik er wel een paar. Neem bijvoorbeeld Jack the Ripper, Adolf Hitler en alle andere criminelen en misdadigers. Echte kunstenaars, hè?

O: Dat zijn slechts enkele zieke individuen. Zielige gevallen. Ook zij werden ooit als onschuldige baby’s geboren. Zij werden ook door iemand liefgehad en…

P: …en door miljoenen mensen gehaat.

O: Maar met haat los je nooit is op. Door te vergeven kom je wel verder. Je moet je concentreren op liefde en niet op haat.

P: Liefde? Van welke planeet kom jij eigenlijk O? Liefde bestaat niet. Het is maar een illusie. Het enige dat bestaat is egoïsme.

O: Hoe kun je dat zeggen?! Denk aan alle onvoorwaardelijke liefde die we van onze ouders hebben gekregen! Al die knuffels, schone luiers en slaapliedjes.

P: Noem jij dat liefde? Per se je eigen kind op de overbevolkte wereld zetten, alleen zodat iemand op je lijkt? En als dat kind later toch zijn eigen weg gaat, is die onvoorwaardelijke liefde plotseling niet zo onvoorwaardelijk meer. Ouders houden niet van hun kinderen, ze houden van hun eigen weerspiegeling die ze in de kinderen kunnen zien.

O: En je vrouw dan P, die houdt toch van je?

P: Die houdt vooral van zichzelf. Daarom heeft ze ook gekozen voor een man met een goed salaris.

O: En ik dan P? Je weet toch dat ik van je houd?

P: Je houdt alleen van het idee van een broer, die met jou zogenaamd gezellig zit te genieten van een glaasje en een praatje in de zon. Het is helemaal niet gezellig. Het is een marteling! Ik kan niet wachten tot dat het weer gaat regenen zodat ik gezellig alleen thuis kan blijven zonder dit zonnige gedoe.

O: Jij bent echt een hopeloze pessimist.

P: Eindelijk heb je het door.
 

4
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

azijnpisser schreef op 13 Jun 2011 om 20:50

duim

+0 -0- x

Tralala schreef op 19 Jun 2011 om 16:27

Ik ben een optimist! Duim!

+0 -0- x

Jack-Hage-Sr schreef op 17 Jul 2011 om 16:42

leuk. D

+0 -0- x

Jade schreef op 17 Jul 2011 om 17:10

Leuk artikel!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: