Opnieuw moest ik beknibbelen op mijn geld. Opnieuw voelde ik mij zo afhankelijk van de sociale dienst, “ik ging nog net niet op mijn knieën”, zo voelde ik dat aan. En toch wilde ik ze zo nu en dan smeken om wat geld als ik voor extra kosten kwam te staan, bijvoorbeeld om naar mijn familie te kunnen of als iemand van mijn familie ziek was. Ik kon bijvoorbeeld niet op kraamvisite bij mijn zus omdat er te weinig geld was om een treinkaartje te kopen.
Moet ik nu achter de geraniums blijven zitten?
Ik ben een alleenstaande moeder met twee kinderen en een niet bij mij inwonende vriend. Ik ontving een uitkering en wilde dit verhaal al heel lang kwijt.
Het begon allemaal tijdens mijn schooljaren.
Ik ging van de lagere school naar het voortgezet onderwijs en toen ik daar net een half jaar zat besloten mijn ouders dat ik niet meer naar school hoefde te gaan. Ik was nog maar een puber en hoefde dus niet meer naar school. Mooi toch dacht ik, “lang leve de lol”. Maar die lol was voor korte duur. Ik begon mij stierlijk te vervelen en wist niet meer wat ik met mijn vrije tijd moest doen. Met vriendinnen of vrienden spelen kon niet meer omdat die wel op school waren. Ik wilde ook weer naar school maar dat kon niet meer. Er werd gezegd dat ik inmiddels te oud was geworden en er te lang uit was geweest om weer teruggeplaatst te kunnen worden. En ik was nog te jong voor een volwassenen opleiding.
Op mijn 14e ben ik op een gegeven moment terecht gekomen bij een drukkerijschool waar je het vak van zeefdrukker kon leren. De verveling was voorbij en alles was weer helemaal oké. Bovendien kreeg ik opdrachten die ik op die school moest uitvoeren. Ik maakte een taakverdeling en voelde dat ik er weer bij hoorde. Op die school was ook een mogelijkheid om te sporten waar ik met veel plezier aan heb meegedaan. Ik had het erg naar mijn zin maar helaas moest ik op een gegeven moment ook die school verlaten. Ik hoorde namelijk van mijn huisarts dat ik in verwachting was.
Eerst geloofde ik het niet omdat mijn maandelijks cyclus normaal was. Maar toch bleek ik al bijna vijf maanden zwanger te zijn en dat was erg slikken voor mij. Maar er was geen andere keus, ik werd moeder: punt uit. Tot overmaat van ramp werd de baby, een dochtertje, ook nog eens twee maanden te vroeg geboren. Ik ben dus eigenlijk maar twee maanden bewust zwanger geweest. Vanaf die tijd was mijn leven een chaos. Ik kon niet meer naar school en zowel mijn man als ik hadden geen werk.
We hebben ongeveer een half jaar van een uitkering moeten leven en dat is bepaald geen vetpot. Om wat makkelijker aan luiers en eten te komen moest ik proberen extra inkomsten te krijgen. Dit deed ik door privé spullen te verkopen.
En als je dan op zo’n jonge leeftijd moeder bent geworden, dan begint je hele omgeving zich met moeder en kind te bemoeien. Er wordt dan tegen je gezegd: “hoe kan een kind nou een kind opvoeden”? En geloof me, deze woorden zijn tot op de dag van vandaag in mijn gedachten blijven hangen. Ondanks het feit, of misschien ook wel dankzij dat feit, dat deze opmerkingen mij veel pijn deden gaf het mij ook de kracht om hen te laten zien dat ik wel in staat was mijn dochtertje op te voeden. Maar het is natuurlijk wel zo dat je doorlopend op je tenen loopt en dat het uiterste van je wordt gevergd.
Helaas liepen de spanningen uiteindelijk zo hoog op dat ik heb moeten besluiten weg te gaan van de gemeente waar ik was geboren en waar mijn familie (ook nu nog) woont.
Ik had in het noorden van het land een vrouwelijke kennis wonen. Hoewel ik deze vrouw niet zo goed kende was zij wel de enige bekende van mij die buiten de gemeente woonde. Ik vroeg of zij mij kon helpen en dat heeft zij inderdaad gedaan. Zij heeft hulp geboden maar dat betekende wel dat ik met mijn echtgenoot en dochtertje op een zoldertje moesten slapen. Kunt u het zich voorstellen, met z`n drieën en onze hond en twee katten op een zolderkamertje. Bepaald niet erg ruim dus.
Onze aanvankelijke blijdschap was dan ook al snel over en na een tijdje was het niet meer leuk. Ook moesten we meer huur gaan betalen met als gevolg dat de spanningen onder elkaar en met onze verhuurster erg hoog opliepen.
Op den duur konden we bij de verhuurster geen goed meer doen. Alles was fout. Of we wilden of niet, we moesten verhuizen maar waren daar financieel absoluut nog niet aan toe.
Maar het moest en binnen zeer korte tijd. Na bijna een jaar op dat zoldertje te hebben gewoond konden we naar een ééngezinswoning verhuizen.
Toen kreeg mijn echtgenoot een baan en vond hij het tevens tijd om bij mij weg te gaan. Een scheiding volgde, en dan sta je er helemaal alleen voor. Vanaf dat moment belande ik definitief in een uitkering en voor het eerst voelde ik hoe het is om echt van een uitkering te moeten leven. Het voelt net aan alsof je minder waard bent en alsof je dankbaarheid moet tonen aan de ambtenaren van de gemeente die voor je uitkering aan het werk zijn. Maar de voorschotten die ik kreeg waren niet eens genoeg om mijn rekeningen te betalen.
Als ik mijn voorschotuitkering had ontvangen ging ik eerst eten en luiers kopen en van wat er over bleef betaalde ik zo veel mogelijk de openstaande rekeningen. Kleding haalde ik via een kerkelijk instantie. Maar een voorschotuitkering is lager dan een definitieve uitkering. Dus je ontvangt minder maar de kosten van levensonderhoud blijven wel gelijk. Ondanks mijn regelmatige aandringen op die definitieve berekening wachtte ik tevergeefs en dus ook op mijn definitieve uitkering. Het gevolg was dat ik vaak te laat was met het betalen van mijn rekeningen en dan kun je er op rekenen dat de aanmaningen, omdat je te laat bent met je betalingen, wel regelmatig in je brievenbus vallen.
Op een gegeven moment kreeg ik de deurwaarde op bezoek en als klap op de vuurpijl ook de politie. De politie kwam mij opzoeken over een gebeurtenis uit het verleden die ik allang was vergeten. Mijn vroegere vriendje had tegen de politie gelogen. Hij had gezegd dat ik betrokken zou zijn geweest bij diefstallen. Ik was echter alleen op de hoogte geweest van het feit dat die diefstallen gepleegd waren maar had er zelf verder niets mee te maken gehad. Maar de politie legt dat uit als: je was er van op de hoogte, en omdat je dit niet hebt gemeld ben je medeschuldig met als gevolg, ook mede strafbaar. Ik kreeg een geldboete van vijfhonderd gulden opgelegd of een hechtenis van enkele dagen. Maar ik had geen geld om die boete te betalen. Dit betekende dat ik mee moest met de politie voor die hechtenis. Maar waar moest ik mijn dochtertje onderbrengen? Gelukkig heeft de politie mij de gelegenheid geboden om oppas voor mijn dochtertje te regelen.
Na een hechtenis van een dag mocht ik naar huis. Daarna heb ik veel gehuild en dacht ik bij mijzelf: “wat een rot leven heb ik”.
Hierna ging alles weer als vanouds: rekeningen, aanmaningen, deurwaarders, enzovoort. Ik werd bang dat ik met mijn dochtertje op straat zou worden gezet. Tegen mijn familie moest ik steeds liegen. Iedere keer dat ze mij vroegen of ik bij hen op visite kwam moest ik een smoes verzinnen, maar ik had domweg geen geld om de trein te betalen. Toen mijn moeder een keer bij mij op visite kwam ontdekte zij dat ik het financieel erg moeilijk had. Aangezien zij zelf ook van een uitkering moest leven wist zij als geen ander dat ik het niet makkelijk had. Zij stelde voor om voor een paar dagen naar haar toe te komen. Het treinkaartje werd toen betaald door mijn moeder en zussen. Aan de ene kant was ik erg blij, ik kon ook eens naar mijn oma en naar mijn zussen, maar aan de andere kant dacht ik: “zo zou het toch niet mogen in Nederland, dat er armoede is”. Maar het overkwam mij wel.
Ik woonde in een huis waar ik heel graag zou willen blijven wonen maar de angst zat zo diep in mijn lijf ingeworteld dat ik besloot weg te gaan. Omdat ik maar weinig keus had ging ik terug verhuizen naar de gemeente waar mijn familie woonde. Ik ging bij mijn getrouwde zus en hun baby inwonen. Bij deze gemeente ging ik ook een uitkering aanvragen. De baliemede-werkster heeft mij toen heel goed geholpen en er voor gezorgd dat alles binnen een maand geregeld was. Ik kreeg een nabetaling van ruim vijfduizend gulden. Hierdoor kon ik al mijn schulden in een klap aflossen. Uiteraard was ik blij dat al mijn schulden nu betaald waren want dat was een hele last minder. Tegelijkertijd was ik behoorlijk kwaad op de vorige gemeente waar ik had gewoond want als die sociale dienst mij goed had geholpen, dan was ik niet in de schulden terechtgekomen en dan was het ook niet nodig geweest te verhuizen.
Maar na verloop van tijd begonnen er weer nieuwe problemen te komen. Maar nu tussen mijn zus, haar man en mijzelf. Daardoor genoodzaakt had ik mij weer ingeschreven voor een woning bij de gemeente waaruit ik weg was gegaan, maar ik kreeg te horen dat het nog wel twee jaren op zich zou laten wachten voor er een woning beschikbaar zou zijn.
Ik was dus genoodzaakt om mij ook bij de gemeente waarin ik woonachtig was in te laten schrijven voor een woning vanwege de ontstane problemen en de spanningen waarin ik nu terecht was gekomen. Ik kreeg gelukkig al vrij snel een flatje toegewezen waar natuurlijk wel inrichtingskosten en verhuiskosten aan verbonden waren.
Mijn dochter kon twee dagen per week naar de kleuteropvang en daardoor kon ik twee dagen per week gaan werken in een supermarkt. Ik deed daar verschillende werkzaamheden en ik verzamelde ook alles bij elkaar op mijn werk. Als er vleeswaren of kaas verkeerd gesneden was, vroeg ik of ik dat mee mocht nemen voor mijn hond (die ik niet had), maar zodoende had ik kaas en vleeswaren. Ook brood van een dag oud kreeg ik voor half geld.
Indien er iets mankeerde aan groente of aan het fruit, een plekje op de appel bijvoorbeeld, dan kon ik het goedkoop kopen en soms kreeg ik het gratis mee. Op de zaterdagen verdeelden we onder het personeel het gebak dat over was. Dat was geweldig en zo kon ik voor het eerst een beetje sparen voor de komende verhuizing naar die vorige gemeente van waaruit ik vertrokken was. Ook kon ik eens iets extra`s doen, bijvoorbeeld een ijsje kopen voor mijn dochtertje als we gingen wandelen.
Na één jaar kreeg ik dan eindelijk vanuit die andere gemeente het aanbod voor een woning. Ik wilde graag terug maar voordat ik het definitieve besluit nam wilde ik eerst de aangeboden woning bekijken. Ik vond het een geweldige (ééngezins) woning.
De vorige bewoners hadden de vloerbedekking en de stoffering in het huis achtergelaten. Ik verhuisde zodoende weer met mijn dochtertje. Ik vroeg een uitkering aan en begon vrijwilligerswerk te doen voor een kerkelijke instantie. Daar moest ik kleding sorteren en als ik iets voor mijzelf kon gebruiken of voor mijn dochtertje mocht ik het voor zo goed als niks meenemen. Dat was mooi meegenomen mede omdat mijn uitkering wéér stroef verliep.
Opnieuw moest ik beknibbelen op mijn geld. Opnieuw voelde ik mij zo afhankelijk van de sociale dienst, “ik ging nog net niet op mijn knieën”, zo voelde ik dat aan. En toch wilde ik ze zo nu en dan smeken om wat geld als ik voor extra kosten kwam te staan, bijvoorbeeld om naar mijn familie te kunnen of als iemand van mijn familie ziek was.
Ik kon bijvoorbeeld niet op kraamvisite bij mijn zus omdat er te weinig geld was om een treinkaartje te kopen.
In deze tijd ging mijn gezondheid sterk achteruit maar de doktoren konden de oorzaak niet vinden. Het gevolg was dat ik diverse keren opgenomen moest worden in het ziekenhuis. En dat heeft veel teweeggebracht. Mijn dochtertje wilde niet meer bij vriendjes en vriendinnetjes spelen, ze was bang dat ik plotseling weer ziek zou worden. Ze nam bijna heel het huishouden van mij over.
Het was geen doorsnee kind meer. Ook belande ze in het LOM onderwijs omdat ze niet mee kon komen met haar leeftijdgenootjes van school en ik voelde me hierover erg schuldig. Ik wilde dit niet voor haar. In een poging alles zo goed mogelijk voor haar te doen zette ik haar op een buitenschoolse opvang voor moeilijke kinderen. Dat was de enige keuze die ik voor haar zag. Het ging mij erom dat ze een beetje afstand van mij en het huishouden kon gaan nemen en weer ging leren kind te zijn en dat ze weer leerde te spelen met andere kinderen. Andere kinderen vonden het raar, er was een meisje in hun midden die moest leren spelen, maar ze heeft het goed gedaan. Ze leerde spelen en werd weer een meisje naar haar leeftijd (10 jaar). Daarbij was een extra moeilijkheid want om bij die vriendinnetjes te kunnen spelen moest ze gebracht en gehaald worden. Vanwege mijn ziekte kon ik haar niet altijd zelf brengen of ophalen.
Ik kreeg een pas van de gemeente voor goedkoop taxi-vervoer maar dat bracht wel elke keer extra kosten met zich mee.
Als mijn dochter in het weekend thuis was wilde ik graag met haar wat extra doen. Ik zocht van alles op als het maar niets of weinig zou kosten. De kinderboerderij was al een vaste plek geworden, daar gingen we vaak naar toe. Ook omdat de eieren daar goedkoop waren. Vooral in dit soort weekenden leerde ik andere mensen kennen en zo begon ik langzamerhand een kennissenkring op te bouwen.
En zo heb ik ook mijn tweede man leren kennen. Hij vertikte het echter om te gaan werken en ik werd tegen alle voorzorgsmaatregelen in toch weer zwanger. Ik was inmiddels 27 jaar en werd steeds zieker en zieker. Na een hele zware zwangerschap en bevalling (van een zoon) werd bij mij een ernstige diagnose gesteld. Nadat mijn zoontje thuis was gekomen ging het fout met mijn 2e relatie. Ik werd zieker en zieker en mijn man deed niets om mij te helpen.
Ik kon niet eens mijn zoontje in bad doen, dat deed een vriendin voor mij. En als ik tengevolge van mijn ziekte iets in het huishouden niet kon doen dan deed die vriendin dat ook.
De spanningen thuis liepen erg hoog op. Ik belande bovendien veel vaker in het ziekenhuis en in die periode zorgde mijn vriendin voor mijn kinderen. Mijn man ging liever met zijn vrienden weg om te gokken en het geld op te maken. Hij maakte zich geen zorgen om de rekeningen, als er voor hem maar eten in huis was, dan vond hij het prima. Toen mijn zoontje een jaar was werd ik opnieuw opgenomen en heb vijf maanden gerevalideerd in een andere gemeente.
Voor ik opgenomen werd ben ik naar de sociale dienst gegaan om te vragen wat voor gevolgen dit op mijn uitkering had. Ook vroeg ik de sociale dienst of mijn rekeningen via hen konden worden betaald, om zo te voorkomen dat, als ik na de revalidatie weer thuis kwam, ik opnieuw met hoge schulden zou komen te zitten. Aan dit verzoek kon worden voldaan en volgens de gemeente zou mijn verblijf elders geen gevolgen hebben voor mijn uitkering. Ik bleef immers een gezin en de rekeningen zouden ook blijven komen. De afspraak werd gemaakt dat de sociale dienst voor de betalingen van mijn rekeningen zou zorgen en dat deze betalingen automatisch van mijn uitkering zouden worden afgetrokken alvorens het restant van de uitkering aan mij werd uitbetaald. Zo kon ik met een gerust hart naar het revalidatiecentrum in die andere gemeente voor mijn opname.
Al na tien dagen begonnen de problemen. Ondanks de gemaakte afspraken en toezeggingen werd mijn uitkering geblokkeerd. Als reden werd opgegeven dat ze bij nader inzien tot het inzicht waren gekomen dat ik geen gezin meer vormde omdat ik in een andere gemeente verbleef. Daaraan werd ook de conclusie verbonden dat de gemaakte afspraken over het betalen van mijn rekeningen niet meer geldig waren. Mijn rekeningen werden dus ook niet meer betaald en in de weekenden dat ik dan naar mijn kinderen wilde (als mijn gezondheid het toeliet), kon ik er niet heen omdat ik geen geld had. In plaats van tegen mijn kinderen te zeggen dat ik geen geld had deed ik alsof ik me niet goed genoeg voelde om te reizen. Ik heb toen veel gehuild.
Wat een leven dacht ik, om steeds afhankelijk te zijn van gemeente ambtenaren en steeds maar afwachten van wat de sociale dienst gaat doen met het geld waar ik immers recht op heb.
Hoelang de opname zou gaan duren wist ik niet. Op een gegeven moment merkte de leiding van het revalidatiecentrum dat er iets aan de hand was en nadat ik mijn hart had uitgestort wisten zij wat er werkelijk aan de hand was. Ook mijn ziekte bleek ernstiger dan gedacht. Het revalidatiecentrum hielp mij niet alleen met het verkrijgen van mijn geld maar ook met een psycholoog en met onderhandelingen met de sociale dienst. Het gevolg was dat ik tenminste wat geld kreeg om naar mijn kinderen te gaan.
Het was een zware tijd. Vijf maanden lang kreeg mijn man een voorschot van de sociale dienst ter hoogte van een éénouder gezin waarvoor hij niets deed en ik kreeg niets. Na deze opname wilde ik maar één ding, “geld”.
Ik moest weer opnieuw naar de sociale dienst een uitkering aanvragen, “mijn hand ophouden”. Er was echter bij de sociale dienst niemand bereid om mij te helpen. Wat moest ik nu? Met de gedachte dat ik sterk moest zijn heb ik besloten mij niet weg te laten sturen. Ik heb een van de medewerkers van de sociale dienst gezegd, “Ik blijf hier zitten totdat ik wat geld krijg”. Ik wist dat ik er recht op had. Er werd echter gezegd dat er tekort personeel was en dat ik maar op mijn geld moest wachten want het zou wel worden overgemaakt. Daar ging ik niet mee akkoord en bleef zitten.
Na 4 uren te hebben gewacht zag mijn oude consulente mij zitten. Ze zei: “zit je nog steeds”? Toen werd het mij teveel en barste ik in tranen uit. Het kon mij ook niet meer schelen dat ik ging huilen waar iedereen bij was. Ik was in drie jaar nauwelijks buiten geweest en wie zou me nog herkennen/kennen?. Mijn oude consulente heeft er toen voor gezorgd dat er actie werd ondernomen. Ik kreeg niet het hele bedrag maar wel een voorschot van ruim vijfduizend gulden. Ik was boos en tegelijkertijd voelde ik mij rijk. Ik kon alle rekeningen betalen en hield nog ruim duizend gulden over.
Ik besloot om met mijn gezin 1 maand lang op vakantie te gaan. Ook had ik de hoop dat het in mijn relatie dan weer een beetje beter zou gaan. Door mijn revalidatie kon ik beter met mijn ziekte omgaan. Ik wilde wel graag weer gaan werken en mijn man wilde ook dat ik ging werken maar ik wist ook dat ik het niet aan zou kunnen omdat ik in die tijd nog te vaak in het ziekenhuis belande. Tegen beter weten in ging ik mij overal inschrijven, bij uitzendbureau`s, bij het arbeidsbureau, bij de sociale werkplaats, maar niemand wilde mij in dienst nemen. Iedereen zei tegen mij dat ik beter mijn echtgenoot kon laten werken maar die wilde dat niet. Voor mij was het onmogelijk om aan werk te komen. Wie wil nou iemand in dienst nemen met zo’n zwakke gezondheid.
Ik vroeg mijn consulente van de sociale dienst om mij te
helpen. Ze zei tegen mij: “al zou je voor een paar uurtjes werken dan zou al het verdiende geld weer even hard van je uitkering worden ingehouden”. Dat wilde ik ook weer niet. Ik wilde er wel een beetje op vooruit gaan.
Ook ben ik naar het GAK gegaan. Het gevolg was dat ik voor 80% tot 100% werd afgekeurd en dus stond ik weer met mijn rug tegen de muur. Ik was 28 jaar, had twee kinderen en, omdat mijn gezondheid maar niet beter werd, mijn tweede man die van mij ging scheiden. “Alsof ik daar iets aan kon doen”.
Maar je wordt wel met je neus op de feiten gedrukt en stelt jezelf de vraag: “Moet ik nu achter de geraniums blijven zitten”? “Heb ik geen andere keus dan nu weg kwijnen”? Nee, dat wilde ik niet. Ik wilde werken: “punt uit”.
Ik ben toen gescheiden en was weer alleen met mijn kinderen. Beiden gingen naar school en ik ging weer vrijwilligerswerk doen voor dezelfde kerkelijke instantie.
Daar hoorde ik over het bestaan van een cliëntenraad Sociale Zaken. Ik wist niet precies wat dat inhield maar was er wel erg nieuwsgierig naar. Ik ging informeren wat men daar zoal deed en wat men als vrijwilligster van mij verwachte als ik lid kon en mocht worden. Ik had immers wel een beperking heb ik tegen hun gezegd. Maar dat was geen probleem werd me gezegd. De motivatie vonden ze veel belangrijker. Daar moesten zij het van hebben.
Ik begon als 29 jarige bij de cliëntenraad te werken waarbij ik aan de ene kant nogal terug getrokken was vanwege alles wat mij was overkomen maar aan de andere kant met een behoorlijke portie boosheid. Het bleek dat ik niet de enige was want bij de cliëntenraad kwam ik meer mensen tegen die in hun leven ook veel problemen hadden gehad en die graag anderen wilden helpen.
Omdat ik zelf zoveel problemen had meegemaakt kon ik mij daarbij heel goed voorstellen hoe ze zich voelden en wat ze meemaakten.
Eigenlijk wilde ik gewoon werken, het kon mij niet meer schelen of ik een uitkering had of niet. Ik had al van alles geprobeerd en had immers toch geen keuze meer. Kort nadat ik bij de cliëntenraad was gestart begon ik met een kaderscholing LKU. Maar in het begin was ik stil en bang om te mislukken. Ik was immers anders dan anderen dacht ik. Maar dit idee werd me direct bij de intake al snel ontnomen. Iedereen is gelijk werd er gezegd en ook dat iedereen fouten mocht maken en dat je daar ook van kon leren en dat je van alles mocht vragen ook als je dacht dat het een domme vraag was of als je iets niet begreep. Er was ook niet zoveel schrijfwerk, dit laatste was voor mij een plus punt. Ik had immers weinig scholing gehad en Nederlands was nou niet bepaald mijn sterkste kant, eerder mijn slechtste. Het was een kaderscholing van drie jaar en voor elk jaar kreeg ik een certificaat.
Bij het eerste certificaat die mij overhandigd werd liep ik snel weg. Het huilen stond mij nader dan het lachen. Ik had het gehaald. Ik had mijn eerste overwinning. Ik had nooit eerder iets behaald dan alleen mijn zwemdiploma`s.
Tijdens de kaderscholing werd ik behandeld als een gewoon mens en ik voelde mij tussen de overige cursisten, die net als ik wel het een en ander hadden meegemaakt (de ene met wat meer problemen als de ander) goed thuis. Ik kreeg complimenten en voelde me daardoor zelfverzekerder, dat was echt nieuw voor mij. Ook thuis was het een hele verandering. Mijn vriendin paste op de kinderen als ik voor de kaderscholing een aantal dagen en of nachten weg was. En mijn kinderen vonden het leuk dat hun moeder weer ging leren. Ook het vrijwilligerswerk dat ik deed gaf ons in huis veel stof om over te praten. Ik had de kinderen eens iets anders te vertellen in plaats van ieder keer hetzelfde. Mijn zelfvertrouwen groeide alsmaar door. De ziekenhuis opname`s liepen terug en mijn gezondheid ging steeds verder vooruit.
De sociale dienst liet mij met rust omdat ik geen arbeidsverplichtingen had. Soms toonden ze interesse maar na alles wat ik had meegemaakt waren mijn gevoelens direct geïrriteerd. Ik dacht dan bij mijzelf: “bekijk het maar”. “Dit alles heb ik zelf moeten opbouwen en bereikt omdat jullie niets voor mij wilden doen”. Maar tegelijkertijd dacht ik: “vertel het hen, zodat ze kunnen zien dat ik wel iets kan bereiken en niet alleen achter de geraniums hoef weg te kwijnen”.
Er waren nog wel dingen die ik heel erg vond, bijvoorbeeld: omdat ik een kleine onkostenvergoeding kreeg voor mijn vrijwilligerswerk kon ik, als ik dat wilde, naar mijn familie op bezoek. Maar als ik weg wilde moest ik het verplicht vragen aan de sociale dienst. “Alsof je een gevaarlijke misdadiger bent”. Ook de jaarlijkse controles van de sociale dienst beleefde ik als erg belastend. Elke keer weer uitleggen en elke keer weer alles overhandigen en laten zien. Ja, ik begreep wel dat er gecontroleerd moest worden, maar voor mij was het toch even iets anders.
Ik was afgekeurd, werkte vrijwillig en nota bene ook nog in het gemeentehuis, dus onder hun neus. Je bent met heel nuttig werk bezig voor de maatschappij maar telkens word je er aan herinnerd dat je een uitkering hebt.
Na drie jaar kaderscholing bij de LKU had ik alle drie de certificaten behaald en kreeg ik de drang weer, (en stille hoop) om toch weer te gaan werken. Het kon mij niet meer schelen of alles of een deel van mijn salaris van mijn uitkering zou worden afgetrokken, als ik maar gewoon kon gaan werken. Al was het maar voor een paar uurtjes in de week. Ik kwam op het idee om mijn vrijwilligerswerk om te zetten naar betaald werk, maar daar wilde men bij de sociale dienst niets van weten.
Ik groeide alleen nog maar, deed mee aan cursussen en leerde er elke keer weer stukjes bij. Ook ging ik meer aan mijn uiterlijk doen en zag er beter uit. Het gebruik van mijn medicijnen bouwde ik langzamerhand af.
Na die kaderscholing werd mij een baan aangeboden, maar eerst moest er bij de gemeente dan wel het een en ander geregeld worden om dit voor elkaar te krijgen. Ik was namelijk nog steeds een “risicogeval” vanwege mijn beperkingen. Dit duurde maanden en aldoor maar in die spanning zitten van: “zou het lukken”? Zou ik dan eindelijk toch een keer uit die uitkering kunnen komen? Ik werd er helemaal gek van maar wilde niet zeuren, of ze het al wisten, niemand tot last zijn. Ik zat mezelf van binnen op te vreten van de spanning en van het afwachten. Ook kreeg ik in die tijd van een stichting een aanbod om op vakantie te gaan.
Ik heb er wel even over na moeten denken en heb toen toch die vakantie geboekt. Ik had toen nog steeds niets van de gemeente gehoord en het was inmiddels al bijna elf maanden geleden dat alles voor die baan was aangevraagd. Ik begon de moed al op te geven maar eindelijk, na ruim elf maanden, kreeg ik antwoord. Voor ik op vakantie ging werd ik benaderd. Ik tekende mijn arbeidscontract en kreeg van mijn nieuwe werkgever een bos bloemen. Ik kocht gelijk gebak en ik voelde mij o zo gelukkig. Ik kreeg een nieuwe kans om me waar te maken en om iedereen te laten zien dat ik het kon. Ik voelde mij opgelucht en vertelde mijn vrienden, die ik in de laatste jaren had gekregen, dat ik uit de uitkering was en dat ik werk had. Dankzij dit werk verdiende ik wat extra`s. Het was niet echt zo veel meer dan een uitkering maar dat kon voor mij niet schelen. Het belangrijkste voor mij was dat ik werk had en niet meer afhankelijk was van mijn uitkering. Ik ben dus, na het tekenen van het contract, drie weken op vakantie gegaan waardoor ik gelijk wel een groot deel van mijn vakantiedagen kwijt was. Maar dat kon mij niet schelen. Ik heb tijdens die vakantie erg genoten en ik was helemaal klaar voor mijn werk. Toen ik van vakantie terug kwam moest ik gelijk de volgende dag beginnen. Het was wel erg vermoeiend maar ook dat kon me niet schelen. Ook mijn collega`s vonden dat ik dit werk verdiende. In totaal had ik er drie en een half jaar voor geknokt.
Alleen voor bijzondere kosten kan ik nu nog terecht bij de sociale dienst, maar daar geef ik niet meer om. Ik vind het best zo. Al die tijd wist ik dat ik een grote functiebeperking had voor het werk wat ik deed en doe. En ook weet ik dat ik een achterstand heb met scholing, met name mijn Nederlands omdat ik denk dat ik dyslectisch ben. (een collega heeft mij geholpen dit stuk zo foutloos mogelijk op te schrijven).
Door mijn werkgever werd ik in de gelegenheid gesteld om weer naar school te gaan. Welke richtingen zijn er, dacht ik toen. Wil ik het werk wat ik nu doe wel mijn hele leven blijven doen? En wat wil ik verder? Het heeft wel iets in mij wakker geschud. Bij die drukkerijschool vond ik het erg leuk maar daar leerde ik hoofdzakelijk zeefdrukken en dat wordt tegenwoordig niet meer zo veel gedaan. Het is nu allemaal grafisch werk geworden via de computer en wilde ik dat doen? Bovendien zei iedereen tegen mij dat daar geen brood in zat. Moest ik dat dan wel willen? En wat wilde ik voor mijzelf? Ik heb inmiddels de knoop doorgehakt en besloten het werk te blijven doen wat ik nu doe en maakte daardoor een eind aan de onzekerheden. Wel wilde ik mijn kansen voor de toekomst proberen uit te breiden en ben overal gaan informeren naar mijn mogelijkheden. Op bijna elke school waar ik informeerde kreeg ik nul op rekest. Mijn Nederlands zou te slecht zijn en ook kwam ik voor-opleiding tekort. Er werd mij zelfs geadviseerd vooral niet verder te gaan leren. Dat stelde mij teleur en weer begon ik te twijfelen. Ik vroeg mezelf af, “kan ik het wel”? en, “zal ik de stap wagen en naar school toe gaan”?
Ik had overigens op mijn werk begeleiding gekregen waarbij mij een zekere stevigheid werd geboden en waar voor mij daadwerkelijk zaken op een rij werden gezet en dingen werden uitgezocht. “Geweldig”.
Alles is nu zo goed als rond en als het allemaal lukt ga ik binnenkort terug naar school. Ik ga beginnen met een opleiding Sociale Dienstverlening en wie weet pak ik er volgend jaar nog een avond opleiding bij om mijn Nederlands beter te kunnen ontwikkelen. (Mijn begeleider raadt af twee opleidingen te gelijk te volgen).
Inderdaad geen twee opleidingen tegelijkertijd. Wel ben ik begonnen met MBO SD. Dat valt eigenlijk best mee. Het is lastig om alles te regelen voor de kinderen, want de oudste ligt dwars en pubert. Maar ik ga er voor.
Dat dacht ik, totdat ik geconfronteerd wordt met mijn ziekte, die me fors achter uit slaat en met de problemen op de opleiding, waar mensen hen deel binnen de werkgroep niet invullen, waardoor ons werk extra zwaar wordt en onder druk komt te staan. Mijn dochter komt met een fout vriendje aan. Dat wordt een zware strijd, vooral omdat het haar laatste jaar vmbo is.
Na veel, heel veel problemen, en met heel veel steun van mijn werkgever en mijn collega's is het gelukt om mijn dochter weer op de rails te krijgen. Ze is met lof voor haar vmbo geslaagd en via mijn werkgever heeft zij een baan met opleiding gekregen.
Ikzelf lig achter met mijn eigen opleiding, ook omdat ik een nieuwe vriend heb leren kennen en in verwachting ben geraakt.
Een jaar later. Bevallen van mijn tweede dochter en derde kind. Ik wil niet samenwonen met mijn zeer lieve vriend, want ik heb daarmee te negatieve ervaringen. Dankzij de werkgever hebben we veel kunnen regelen en heb ik mijn baan nog steeds. Alleen de opleiding heeft stilgelegen. Via mijn werk heb ik iemand leren kennen, die me ook wil helpen met mijn opleiding. Ik heb nu drie personen waar ik steun kan vinden. Mijn werkgever dringt niet aan, maar in de gesprekken die we hebben vanuit de begeleiding maakt men me wel duidelijk dat ze graag willen dat ik verder ga met mijn mbo.
Zwaar, heel zwaar die opleiding. Zeker voor iemand die de lagere school zelfs nooit heeft afgemaakt, maar ik ben nog steeds bezig.
In 2007 heb ik de mbo opleiding op niveau 2 afgesloten. Ik heb een diploma!
Korte tijd later ben ik uitgestroomd en heb nu een nieuwe werkgever. Ik ga verder solliciteren, want ik heb nu lef en durf en weet dat ik meer waard ben. Mijn dochter zit goed. Ze heeft nu een fijne vriend, een mooie baan en studeert voor haar mbo.
Mijn zoon gaat goed op school en de anorexia, die de door Jeugdzorg opgelegde omgang met zijn vader veroorzaakt heeft, en waar dankzij mijn werkgever razendsnel zeer goed, specialistische hulp bij kwam, is onder controle.
Mijn jongste groeit als kool. Zij heeft een hele fijne vader. Ik een hele fijne vriend. Wij zijn gelukkig en onafhankelijk!
Ik voel me weer een overwinnaar! Ik voel me weer sterk ondanks dat ik erg moe ben als ik thuis kom en ondanks dat ik het nu erg druk heb.
Want ik moet passen en meten met mijn tijd tussen werk, huishouden en kinderen maar het lukt mij aardig. Iedereen draagt zijn of haar steentje bij en iedereen heeft er plezier in. Mijn vriend helpt zo nu dan. Hij weet van mijn beperkingen en die accepteert hij ook. Ook de kinderen accepteert hij. En de kinderen zijn gek op hem. Hij heeft een auto waardoor wij er zo nu en dan even uit kunnen. Dat hij in mijn leven gekomen is voelt als een geschenk uit de hemel.
Mijn leven is weer op de rails. Zo voel en zo zie ik het ook. Ik wil hiermee zeggen dat mensen die net als ik willen ook de kans moeten krijgen in het leven. De stappen van het kunnen moet wel voor het grootste deel uit jezelf komen. Als je de kansen maar krijgt waar je recht op hebt om te kunnen realiseren wat je wensen zijn. Dankzij de stichting Steun heb ik die ondersteuning, steeds weer, gekregen. Ik heb geluk gehad en heb die kans kunnen benutten. Deze weg heeft mij een lange tijd gekost. Ik ga ervoor en hoop een mooie toekomst tegemoet te gaan.
Voor allen die dit voor mij mogelijk hebben gemaakt,
BEDANKT.
Laat een reactie achter
annemarie-korstanje schreef op 21 Apr 2011 om 20:34
Erg goed artikel. Dislectische mensen kunnen hun letters vaak niet goed ordenen en plaatsen maar het zegt niets over hun intelligentie. Vaak zijn ze super technisch. Mooi vroeger vriendje had jij zo zie je maar, wie zijn je echte vrienden eigenlijk? Veel problemen had je en je bent er goed mee omgegaan, knap!
char188 schreef op 22 Apr 2011 om 14:22
Wauw, zoals je in mijn verhalen kunt leven gaat het bij mij ook niet altijd van een leien dakje, maar wat jij beschrijft is ongelooflijk. Gelukkig ben je weer helemaal op de rails!
Airmistress schreef op 22 Apr 2011 om 21:29
Wat een mooi verhaal! Met happy ending, zoals het hoort! Veel geluk!
draak schreef op 23 Apr 2011 om 16:06
Dit verhaal gaat niet over mezelf, maar over iemand, die ik ooit in dienst heb genomen. Samen met mijn toenmalige collega's hebben we haar geholpen weg te komen uit de uitzichtloosheid. In die tijd, eind vorige eeuw was er net als nu de roep om werklozen hun uitkering te laten vergoeden door zogenaamd gemeenschapswerk. Of om die uitkering meer verder te korten. Waar veel mensen een helpende hand nodig hebben om uit de rotzooi te komen. Dit verhaal gaat, lees het maar eens echt goed, over de toekomst van kinderen, want dankzij de nieuwe toekomst van mam hebben zij een echte kans. Dat mis ik in de retoriek van schreeuwpolitici, zoals Kamp en Donner. Niet wetend waar men het over heeft is hun oordeel hard en simpel. Weer, zoals zo vaak, is de situatie waarin je verkeert je eigen schuld. Blaming the victim heet dat in de sociologie. Makkelijk, want dan hoef ik je niet te helpen.
jessicaG schreef op 03 May 2011 om 23:39
Ongelooflijk dat ouders, die zelf een uitkering trekken, tegen hun 14-jarige kind zeggen dat ze niet meer naar school hoeven. Je wil dan toch juist dat je kinderen het veel beter gaan doen en veel meer kansen krijgen! Jammer dat je die 2e vriend niet eerder hebt gedumpt, wat een stumper zeg dat hij niet wil werken, bah! Veel geluk in je nieuwe leven!
Lid sinds 1 jaar
37 reacties geplaatst
63 artikelen beoordeeld
56 artikelen geschreven

Gerelateerde artikelen
draak beveelt aan
- Europees kampioen voetbal: Nederland!?
- Project jack
- De nieuwe tijd. Geen tijd voor toekomst.
- Tips om grote sexy borsten te krijgen.
- Beledigen is toegestaan. Ongepast gedrag wordt toegelaten. De veranderingen in ons Parlement.
- Later met pensioen?
- Participatie kun je leren









rinajansen schreef op 21 Apr 2011 om 15:21
Eeen hele lange weg met veel hobbels ik wens deze vrouw heel veel geluk !