Easy sale bij Wehkamp Tot 40% korting.
http://www.wehkamp.nl/sale/

Hoe triest is het als je niemand meer hebt, als je einde hier op aarde gekomen is... Gelukkig heeft hij niet meer gemerkt hoe het hier na zijn dood ging.

Belevenissen van een verpleegster 5 - Alleen ging hij heen...

 

Dit verhaal gaat over hoe ik een gestorven man vond. Dus als dit gevoelig bij je ligt, kan dit akelig voor je zijn en kun je nu misschien beter terugklikken.


In de nacht

Ik draaide er weinig nachtdiensten. In het gebouw waar ik werkte zaten drie organisaties, die om de beurt drie nachten voor hun rekening namen. Wij hadden daarvoor een vaste collega, die dus alleen 's nachts werkte. Alleen als zij niet kon werd ik gevraagd; er waren er maar weinig die het aandurfden om alleen in zo'n groot huis te werken, midden in de nacht. Toch vond ik het niet zo'n probleem. Ik ben niet zo bang aangelegd (aangelegen, zou m'n oma hebben gezegd). Dus af en toe werkte ik de nachtdienst, zoals deze nacht.

Toen de drie avonddiensten aan me overdroegen, vroeg een collega van één van de andere organisaties of ik een paar keer bij een oude man wilde gaan kijken. Het ging niet zo goed met hem en eigenlijk verwachtte men niet dat het nog zo lang zou duren. Misschien had hij ergens hulp bij nodig, en mocht hij overlijden, dan stonden de contactgegevens van z'n familie op een briefje voorin in z'n rapportagemap. De familie zou dan de rest regelen. Wel, dat klonk duidelijk, dus zo startte m'n dienst.Het was vrij druk. Dat wisselde nogal eens; aan het begin van dat ik daar werkte kon je nog wel een handwerkje of boek meenemen voor de momenten dat je geen afspraken had en er ook geen bel ging, maar later was daar echt geen tijd meer voor. Het was echt te merken dat de drempel om toegelaten te worden in het huis, aangescherpt was. Mensen hadden dus meer hulp nodig. Ook een dame die wachtte op een plaats in een verpleeghuis, kostte erg veel tijd. Er waren veel mensen die hulp nodig hadden om naar de wc te gaan. Zo liep ik m'n rondjes. Gang in, gang uit. Trap op, trap af. Want als je alleen stond, mocht je niet met de lift. Stel je voor dat die vast kwam te zitten, dan was er niemand die je kon helpen en kon jij ook niemand meer helpen. Dus die trappen heb ik aardig wat gezien.

Meneer Yzel

Toen ik even bij de zieke meneer Yzel ging kijken en met m'n loper zachtjes de deur opende, was het er natuurlijk donker. Bij de andere mensen waar ik kwam, werd er op me gewacht en deed ik een lichtje aan, als dat nog niet aan was. Maar dat kon ik nu natuurlijk niet doen; een zieke wil je laten slapen als het kan. Maar hoe moest ik dan weten hoe het met hem ging? Door het raam tussen de keuken en de galerij scheen iets licht, waardoor ik het bed waar hij in lag wel kon ontwaren. Maar de man zelf kon ik eigenlijk niet zien. In de huiskamer deed ik toch maar een klein lampje aan. Ik zag dat hij met z'n knieën opgetrokken onder de dekens lag, met zijn gezicht naar de muur. Maar ik kon nog steeds alleen maar het randje van z'n éne oor zien.

Dubben

Ik heb geluisterd of ik hem hoorde ademen. Ik hoorde niks, maar ja; dat zegt natuurlijk niks. Vaak hoor je niks als iemand slaapt. Een akelig gevoel bekroop me. Ik moest wel weten of hij sliep, of dat hij overleden was. Maar hoe moest dat? Ik heb een paar keer z'n naam gezegd, maar er kwam geen antwoord. Maar ja; als je slaapt hoor je ook niet alles, en misschien was hij wel wat dovig; dat wist ik niet. De man naar me toedraaien durfde ik niet; stel dat hij wakker zou schrikken. Dan zou ik ook schrikken en niet weten wat ik moest zeggen dat ik hem stoorde.
Ook toen ik aan het voeteneinde ging staan, zag ik alleen maar dat oor. Ik heb een tijdje staan dubben. Ik kon pas wat zien als ik de man van voren kon benaderen. Ik zag dat hij in een oud, eenvoudig buizen bed lag, net zo één als op de foto. Als ik het voeteneinde wat van de muur afschoof, door het over de vloerbedekking te laten glijden, zou ik bij hem kunnen komen. Maar hij lag zo op de rand en als ik het bed te ver trok, zou hij eruit kunnen vallen. Dat wilde ik niet op m'n geweten hebben. Dus heel voorzichtig trok ik het voeteneinde een klein stukje van de muur.

Zijn hand gleed hiermee naast het bed en bewoog niet verder. Ik vermoedde daardoor dat meneer Yzel inderdaad al gestorven was. Maar de enige manier om daar echt achter te komen zou zijn de hand te pakken om de pols te voelen. Zijn hals kon ik niet bereiken; daar kun je ook de hartslag voelen. Ik vond het eng en heb me echt een tijd af staan vragen wat ik moest doen. Dit was de eerste keer dat ik zelf een overleden persoon vond, al had ik in de wijkverpleging wel eens meegemaakt dat er iemand waar ik regelmatig kwam, niet opendeed. Maar daar ging de politie later naar binnen. Nu stond ik hier, in het halve donker, in m'n eentje, zonder back-up, zonder ooit eerder een dode aangeraakt te hebben. Ik heb me enorm moeten vermannen om de hand te pakken, maar ik heb het wel gedaan. Die was slap en koel. De meneer bewoog nog altijd niet en had ook geen polsslag. Hij was overleden.

De arts

Dit moest bevestigd worden door een arts. Dus ik liet de man liggen hoe hij lag en ging naar beneden om de dienstdoende arts te bellen en zei haar: “Ik ben bang dat meneer Yzel overleden is.” “Nou, daar ben ik ook bang voor”, reageerde ze vreemd en het kwam op me over dat ze het erg vervelend vond dat ik haar uit haar bed belde. Het duurde even voordat ze er was. Ik kon in de tussentijd niet veel doen, ook al gingen er ondertussen allemaal bellen van mensen die op me wachtten. Toen ik de arts binnengelaten had en ze de man zag en zijn pols voelde, zei ze op botte toon: “Nou, díé is dood, hè?” Wat vond ik dàt een respectloze manier van zeggen dat hij inderdaad overleden was! Ik kende deze meneer ook niet, maar vond dat ze wel wat meer menselijkheid kon tonen. Ze schreef geloof ik wat op en vertrok weer.

De familie bellen

Ik moest nu zo snel mogelijk de familie waarschuwen. Maar eerst moest ik beslissen hoe ik hier wegging. Deed ik meer licht aan? Of het lampje juist uit? Deed ik de deur op slot? Of trok ik hem alleen achter me dicht? Beneden in de rapportagemap vond ik geen adressen van contactpersonen. Ook dat nog. Maar er moest meer informatie zijn dan dit. Na een tijdje zoeken vond ik in een kantoortje een dossierkast. Ik kreeg hem open en vond daarin het juiste dossier. Ik mocht daar eigenlijk helemaal niet aankomen, omdat die kast privégevoelige informatie bevatte en ik niet bij die organisatie werkte. Maar nood breekt wet en uiteindelijk vond ik een briefje met drie adressen in het dossier.

Alle drie de adressen bleken geen familie. Blijkbaar had hij die niet meer. Ik belde de mensen die het dichtst bij woonden. Daar kreeg ik geen gehoor. Tsja; het was nacht; niet iedereen heeft een telefoon naast z'n bed, tenslotte. Een verdergelegen adres gaf ook geen gehoor. Dan maar het adres ver weg. Daar werd na lang overgaan opgenomen. Ik kreeg een man aan de telefoon en vertelde dat ik slecht nieuws voor hem had, maar dat meneer Yzel overleden was. De man antwoordde: “Wíé is er dood?” Dit klonk niet alsof hij veel contact had gehad met meneer Yzel. Ik herhaalde wat ik gezegd had en hij zei: “O, dan moet u m'n vrouw hebben.”De vrouw kwam aan de telefoon en uitte weinig emotie. Waarom zíj gebeld werd; ze woonde immers zo ver weg! Toen ik uitlegde dat ik de anderen niet te pakken kon krijgen, zei ze dat ze morgen wel zou kijken wat ze zou doen en ze vroeg me de anderen te blijven proberen. Uiteindelijk kreeg ik bij een ander contactadres ook gehoor, ook daar kreeg ik een man aan de telefoon. En als afgesproken vroeg ook hij letterlijk: “Wíé is er dood?” Ook hier kreeg ik de vrouw aan de lijn. En ook zij uitte weinig interesse. Ze zou morgen wel langskomen.

En dan weer verder

Hiermee zat mijn taak erop. Het was aan de contactpersonen om verdere actie te ondernemen. Ik had m'n best gedaan en moest echt nódig voor de rest van het huis gaan zorgen. Ik rende m'n benen uit m'n gat. Mensen vroegen me waar ik zo lang gebleven was. Dit waren ze niet van me gewend, en trouwens ook niet van anderen. Ik was er eerlijk in dat er iemand overleden was, maar vertelde maar niet hoe het verder gegaan was. Dat ging niemand wat aan.Uiteindelijk kwam er een einde aan m'n nachtdienst en kwamen de dagdiensten me aflossen. Met hen en later ook met anderen besprak ik het probleem dat er geen achterwacht was. Iemand die bereikbaar was als de nood aan de man was. Natuurlijk zou dit geld kosten in een al beperkt budget, maar dit kon zo toch niet? De mensen hadden erg lang op me moeten wachten. En stel dat er iemand viel die ik niet overeind kon krijgen? Bovendien was het eigenlijk sowieso niet verantwoord iemand alleen van de vloer op te rapen. Verder kon er van alles gebeuren waar je toch hulp bij nodig had. Maar het zou nog lang duren voordat er inderdaad een achterwacht was. Gelukkig is die er nu wel.

Klacht

Maar het verhaal bleek nog niet afgelopen. De locatiemanager liet later weten een gesprek met me te willen over wat er gebeurd was. Ik kende hem, het was een aardige man. Hij vroeg me hoe het nou precies allemaal gegaan was. De familie van meneer Yzel had namelijk geklaagd. Ik wist dat het geen familie was; dat zou wel een standaardterm zijn. Maar ze hadden geklaagd dat ik meneer Yzel niet netjes neergelegd had. De verkleuring was, doordat hij op zijn zij gelegen had, naar die kant gegaan. Ook was na een aantal uur zijn lichaam stijf geworden en was het moeilijk geweest hem, zeg maar, nog netjes recht te leggen.

Ik begreep dat dit heel naar was en vond dit zelf ook naar, maar kon me er toch niet schuldig over voelen. Ik had alle mogelijke moeite gedaan om ze te informeren, maar het verzorgen van een overledene was niet mijn taak. Ik had dit bovendien nooit geleerd en tijd had ik er al helemaal niet voor. Dat moesten de contactpersonen regelen met een uitvaartverzorger. Als ik eraan dacht hoe moeilijk ik het toen al vond hem aan te raken...
Wat ik wel vond, is dat de avonddienst mij beter had moeten inlichten. Zij hadden de contactgegevens inderdaad in de rapportagemap moeten doen, of moeten zorgen dat ik wist hoe ik bij de informatie kon komen. De locatiemanager was het gelukkig met me eens en zou weer met de “familie” in gesprek gaan, en met de toenmalige avonddienst. Ik heb er daarna niets meer over gehoord.

Hart

Al vrij snel werd het appartement waar meneer Yzel gewoond had, bewoond door iemand anders. De wachtlijst drong. Maar ik kon niet anders dan elke keer aan hem denken, als ik er daarna in de buurt kwam. Met een beetje meer hart, zorg en liefde van de mensen die hem kenden, had dit zo anders gekund...

Meneer "Yzel" heette in werkelijkheid anders.

 

Gelinkte artikelen:

10
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+1 -0- x

verbijsterend62 schreef op 15 Dec 2011 om 07:33

Prachtig geschreven en heel indrukwekkend, mooi!

+1 -0- x

Jack-Hage-Sr schreef op 15 Dec 2011 om 08:35

Zeer indrukwekkend, er is zelfs al geen tijd meer voor de dood! D

+0 -0- x

Berto-vd-Bij schreef op 15 Dec 2011 om 10:33

Je hebt met prima werk verricht met die meneer Yzel. Er treft je geen enkele blaam. Het lijkt me heel akelig om de hele tijd maar adressen en telefoonnummers te moeten zoeken en overal heen te moeten bellen voordat je eindelijk iemand kunt bereiken. Indrukwekkend artikel.

+0 -0- x

Remrov schreef op 15 Dec 2011 om 10:44

Indrukwekkend inderdaad!

Lijkt me echt geen pretje zeg, om zo iemand te vinden die overleden is. Mijn moeder werkt voor de thuiszorg en zij heeft dat ook wel eens meegemaakt.

+0 -0- x

Henie schreef op 15 Dec 2011 om 11:24

Jammer dat het zo gegaan is, en dan ook nog geen goede contactadressen....
Gelukkig kunnen wij altijd op ons team terugvallen in dit
soort situaties....
Maar ja, overal werkt het anders he

+1 -0- x

stormerwout schreef op 15 Dec 2011 om 13:04

Zo dat gaat een heel boek worden!

+0 -0- x

Merel schreef op 15 Dec 2011 om 14:06

Aangrijpend verhaal en jammergenoeg gebeuren er steeds vaker van deze gebeurtenissen. Je hebt je kranig gedragen! Chapeau!

+0 -0- x

Toontjehoger75 schreef op 20 Dec 2011 om 22:15

Bedankt voor jullie hartelijke reacties!

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: