Steeds vaker hoor je tegenwoordig het woord ''autisme'', maar wat houd dit woord precies in? Wat voor beperkingen kan iemand met autisme hebben?
Mensen die niet voor hun werk of om een of andere reden veel over autisme gelezen hebben, hebben vaak een vertekende beeld van wat de aandoening inhoudt. De meest ernstige gevallen worden als standaard gezien, terwijl ASS (Autistische Syndroom Stoornis – de officiële gezamenlijke benaming voor de verschillende vormen van autisme) juist zo verschillend kan zijn.
Niet iedereen met ASS heeft een laag IQ en kan niet zelfstandig functioneren. Het is aangetoond dat autisme op alle intelligentie niveaus kan voorkomen.
Diagnostische criteria voor ASS
Volgens het boek ''Kinder- en jeugdpsychiatrie. Psychopathologie.'' onder redactie van F.C. Verhulst, F. Verheij, en R.F. Ferdinand 2003 kunnen volgene problemen optreden bij iemand met ASS:
1 Duidelijke stoornissen in het gebruik van verbale en non-verbaal communicatie zoals oogcontact willen mijden, gezichtsuitdrukkingen niet (goed) begrijpen, zelf weinig verschil in gezichtsuitdrukkingen hebben, ongebruikelijke of niet passende lichaamshouding hebben en gebaren verkeerd interpreteren en/of gebruiken.
2 Niet (echt) slagen in vriendschappen opbouwen met leeftijdsgenoten.
3 Weinig behoefte aan sociaal contact of een soort sociale onhandigheid bij het maken van sociale contacten.
4 Weinig spontaniteit.
5 Achterstand in spraak of zijn volledige afwezigheid.
6 Bij voldoende spraak moeilijkheden met een gesprek met anderen te beginnen of te onderhouden.
7 Stereotiep en herhaalde taalgebruik of eigenaardig woordgebruik.
8 Beperkte interesses hebben. Hele intensieve interesse hebben in een bepaald voorwerp of onderwerp.
9 Bepaalde routines of rituelen hebben die niet functioneel zijn.
10 Aparte lichaamsbewegingen zoals fladderen of draaien met hand of vingers.
Iedereen met autisme heeft last, in grote of minder grote mate, van op zijn minste een paar van de bovengenoemde problemen.

Onderzoek naar Autisme
Er zijn vier vormen van onderzoek: klinisch, neurobiologisch, genetisch en cognitief.
Bij klinisch onderzoek wordt onderzocht hoe vaak de aandoening voorkomt en van welke factoren het mogelijk afhankelijk is. Door middel van stellingen en vergelijkingen worden de verbanden tussen de aandoening en verschillende factoren in kaart gebracht.
Volgens klinische onderzoeken komt autisme 3,8 keer vaker bij jongens dan bij meisjes.
Neurobiologisch onderzoek houdt zich bezig met het onderzoeken van de zenuwstelsel. Post mortem (na de dood) onderzoek bij mensen met autisme heeft duidelijk gemaakt dat autisme niet door de atrofie van delen van het brein komt ( d.w.z. dat er geen delen van het brein zijn waar sprake is van afname van het aantal cellen of afname van celfunctie). Opvallend is het feit dat het volume van de hersenen van mensen met autisme systematisch enkele procenten groten is dan het hersenvolume van mensen zonder autisme.
De neuronen (zenuwcellen) zijn bij mensen met autisme kleiner dan die van de mensen zonder autisme. Ook is er een afwijking aan de Purkinje cellen ('' Een purkinjecel is een speciaal type zenuwcel, welke in de schors van de kleine hersenen ligt,'' aldus Wikipedia).

Genetisch onderzoek heeft uitgewezen dat de kans dat autisme erfelijk overgedragen wordt, ligt rond 90%. Ook zijn er verschillende afwijkingen in de genen van mensen met autisme aangetroffen.
Psychologisch onderzoek heeft geleerd dat mensen met autisme een cognitief ('' met betrekking tot het kennen, het waarnemen en het overdenken van de buitenwereld,'' luidt mijnwoordenboek.nl) defect hebben wat taalfunctie en abstraheren betreft. Mensen met autisme hebben moeite met verwerken van sociale informatie, zoals gebaren, gezichtsuitdrukkingen en intonaties. Ze kunnen zich niet of niet goed voorstellen hoe de wereld vanuit perspectief van een ander eruitziet.
Zelfstandigheid
''Kan iemand met autisme een (vrij) zelfstandig leven leiden?'' zou je kunnen denken na het lezen van dit artikel. Of iemand met autisme (vrij) zelfstandig kan leven, hangt natuurlijk van de mate van de ernst van de aandoening, persoonlijk intellectueel vermogen en de externe factoren zoals opvoeding en leefomgeving. Vanzelfsprekend heeft een autist met een hogere IQ een grotere kans om zelfstandig te worden dan een autist met lagere IQ. Het is ook zo dat hoe sterker is de autisme hoe moeilijker het is om zelfstandig te kunnen functioneren. En natuurlijk is de opvoeding van een autistisch kind speelt een cruciale rol in het bevorderen van de zelfstandigheid. Hoe meer dingen een autistisch kind kan aanleren, hoe groter is de kans op zelfstandigheid.
Laat een reactie achter
subo schreef op 12 Dec 2011 om 16:57
Ben het eens met Taco. Ook stel ik me de vraag... Autisme is tegenwoordig veel in de belangstelling, ADHD enz al langer.
Is het werkelijk zo of leven we in een maatschappij van Labels plakken. En wie de labels plakt heeft misschien zelf een probleem.
Heel goede topic en de moeite om er eens diep over na te denken.
Duim en pluim voor jou!
Lid sinds 2 jaar
586 reacties geplaatst
919 artikelen beoordeeld
90 artikelen geschreven
Gerelateerde artikelen
Airmistress beveelt aan
- 'Luie Zomer' - een makkelijk taart recept
- Alcoholische ijsjes – ijs met alcohol – Flugel ijs - Blue Curacao ijs - Pisang Ambon ijs - Boerenjongens ijs - Tequila ijs - Berenburg ijs - Red Bull ijs
- Beha met zakjes; de nieuwste trend!
- Wie doneert mee voor de wens naar New york voor mijn zoon!
- Hoe kan je als(beginnend)bedrijf of ondernemer het beste reclame maken en je bedrijf winstgevend
- Artistiek cv Twinkespark
- O die orthodontist!

Easy sale bij Wehkamp Tot 40% korting.









Taco-Veldstra schreef op 08 Dec 2011 om 17:39
Inzichtelijk verhaal over Autisme Duim Taco