Easy sale bij Wehkamp Tot 40% korting.
http://www.wehkamp.nl/sale/

Vrijheid is iets waar wij in de Westerse wereld veel waarde aan hechten. Een groot discussiepunt is echter: waar liggen de grenzen? Iemand die in een gepubliceerd krantenartikel een ander compleet zwart maakt, uitscheldt en tot op het bot beledigt, moet dat kunnen? Is het acceptabel dat men de gelegenheid krijgt om een pedofielenvereniging op te richten? Was het legaliseren van softdrugs wel zo een goed idee? En wat moeten we denken van legale prostitutie? Of openbare homo-evenementen die worden gesubsidieerd, zoals de Gay Pride?

Tolerant karakter
Nederland heeft zich ontpopt als een land met een zeer tolerant karakter als het om vrijheden gaat. Niemand die er in ons land nog van op kijkt als er iemand met een joint in de mond een bordeel uitkomt, in het Amsterdamse centrum is er geen gebrek aan regenboogvlaggen die homo’s en lesbiennes symboliseren en evenementen zoals de Gay Pride krijgen miljoenen aan subsidies. Geen land ter wereld zo vrij als Nederland, waarin men zelfs de vrijheid kent om een pedofielenvereniging op te richten.

Geen pedofilie, wel pedofielenverenigingen
Dit is recentelijk een hot item geworden. Het CDA wil terecht dat pedofielenvereniging ‘Martijn’ door het Openbaar Ministerie strafrechtelijk vervolgd wordt. Zoals te lezen valt op de website van de Volkskrant weigert deze dat echter “omdat individuele strafbare feiten waarvoor (ex-)bestuursleden van Martijn zijn veroordeeld, of waarvan ze werden verdacht, niet zijn gepleegd in het kader van werkzaamheden voor de vereniging.” De eerste vraag die in mij opkomt is welke activiteiten een pedofielenvereniging dan wél ontplooit. Veel goeds kan het in ieder geval niet zijn, en dat werd ook in hetzelfde artikel al duidelijk: er werden binnen Martijn tips gegeven om te voorkomen dat er kinderporno op je computer achterblijft. Dat lijkt mij meer dan voldoende om te concluderen dat Martijn wel degelijk strafbare activiteiten ontplooit – en daarmee dat er genoeg aanleiding is om de vereniging strafrechtelijk te vervolgen.

Overheid is de facto aandeelhouder in drugshandel














Om de drugsproblematiek in ons land aan te pakken, is men een aantal jaren geleden met het idee te komen om softdrugs te gedogen middels het zogeheten ‘gedoogbeleid’. Achterliggende gedachte kwam erop neer dat ‘als de handel in en het gebruik van softdrugs dan toch niet bestreden kan worden, dan maar meeprofiteren’. Zodoende werd de verkoop in coffeeshops legaal, en opereren deze tegenwoordig in ons land als normale bedrijven die meehelpen de staatskas te spekken. In feite kan dus worden gesteld dat onze overheid vandaag de dag aandelen heeft in de drugshandel.

Duidelijke cijfers die spreken over een afname dan wel een toename van softdrugsgebruik gedurende de afgelopen jaren in Nederland zijn er niet; vaak ligt dit aan de manier waarop onderzoeken die zich hierop betrekken zijn opgezet. Zo kan er over een periode van bijvoorbeeld 10 jaar een afname gemeten worden, terwijl er over de afgelopen 2 jaar juist sprake is van een toename, of andersom. Veel duidelijker is naar voren gekomen dat er sinds de legalisatie van softdrugs met name in grensgemeenten een grootschalige toename in drugstoerisme heeft plaatsgevonden, dat grote gevolgen heeft gehad voor steden als Bergen op Zoom en Roosendaal. In deze (vlakbij België liggende) plaatsen werd de drugsoverlast dusdanig groot, dat men heeft besloten om de coffeeshops te sluiten. Sindsdien is het drugstoerisme tot een minimum gereduceerd, evenals het aantal gevallen van drugsoverlast, zoals te lezen in het artikel ‘Sluiting coffeeshops zorgt voor minder drugsoverlast’ op de website van Elsevier.
 
In het oosten van ons land heeft Enschede te kampen met een stijgende drugsoverlast, hetgeen geen verrassing is als je nagaat dat coffeeshop de Grashopper alleen al goed is voor 200- tot 300 duizend (voornamelijk Duitse) klanten per jaar. Zuidelijker gelegen langs de Duitse grens vinden we Venlo, waar de coffeeshops Oase en Roots dagelijks 3000 (net als in Enschede voornamelijk Duitse) klanten over de vloer krijgen. Het is denk ik geen verrassend nieuws dat de drugsoverlast ook in deze stad is toegenomen.

Met de invoering van de zogeheten ‘wietpas’ wordt de bestrijding van het drugstoerisme beoogd. Het idee is om van coffeeshops besloten clubs te maken die maximaal 1000 tot 1500 leden mogen hebben. Deze leden mogen alleen uit Nederland afkomstig zijn en per persoon mag er niet meer dan 3 gram wiet of hasj per dag worden gekocht. Hiermee worden de problemen niet opgelost. Ik voorzie daarbij dat houders van een dergelijke pas de gelegenheid krijgen om als een soort tussenpersonen te fungeren in de softdrugshandel, waardoor de illegale handel op straat -en daarmee tevens de drugsoverlast- zal stijgen.

Het huidige drugsbeleid zie ik als het toegeven aan en het profiteren van een criminele activiteit. En op het moment dat een overheid een criminele activiteit toestaat en er zelfs mee van profiteert, waar ligt dan nog de grens? Inbraken komen ook vaak voor, moeten we dat dan ook maar legaliseren? Sommigen roepen al om de legalisatie van alle soorten drugs. Ik zie het al voor me – afgezien van het aantal drugsverslaafden dat compleet kapot gaat, zullen de kosten voor de verslavingszorg nog harder stijgen dan dat ze al doen. Dat zal de belastingbetaler leuk vinden, want die is natuurlijk degene die daarvoor gaat betalen. 

Het imago van ons land is ernstig geschonden, de drugsoverlast in met name grensgemeenten is uit de hand gelopen, de overheid is kennelijk uit op blind winstbejag -zelfs als deze winst uit drugshandel voortkomt en negatieve maatschappelijke gevolgen met zich meebrengt- en voor ouders is het denk ik niet bepaald een geruststellende gedachte dat hun kind(eren) heel gemakkelijk met softdrugs in aanraking kunnen komen. Als het aan mij ligt, worden alle soorten drugs (op medicinale drugs na die bij de apotheek op recept te verkrijgen zijn) juist weer verboden, en wordt de ‘War on Drugs’ harder en intensiever dan ooit te voren weer opgepakt: wég met drugs, wég met drugsdealers en wég met drugstoerisme! Bergen op Zoom en Roosendaal hebben reeds het startschot gegeven. Nu de rest van ons land nog.

Homo-emancipatie steeds opdringeriger
De emancipatie van homo’s en lesbiennes is een in Nederland gevoelig onderwerp. Er moeten gelijke rechten komen, was het devies. Gelijke rechten? Volgens mij zijn we inmiddels compleet de andere kant opgeheld. In Amsterdam kent men de jaarlijkse Gay Pride, een fors gesubsidieerd evenement voor een minderheid waar iedere inwoner van Amsterdam die in een gebied woont waar de optocht doorheen loopt tegenaan moet kijken. En wat te denken van de gemeentelijke subsidies? Dit betekent dat er publiek geld in een evenement voor minderheden wordt gepompt. Als klap op de vuurpijl is er vorig jaar volgens de Rekenkamer ook nog eens mee gefraudeerd door diezelfde homo-organisaties.

De homo-emancipatie begint steeds opdringerige vormen aan te nemen, daarbij gesteund door de overheid. De organisatoren van de Gay Pride zijn namelijk niet de enige partijen die publieke gelden opstrijken. Inmiddels zijn we zelfs zo ver dat homo-organisaties de concurrentie met elkaar aangaan om deze gelden in bezit te krijgen. Denk maar eens aan Embrace Pink, een organisatie die in 2006 de aanbestedingsprocedure in Tilburg won van het COC. Ondertussen hoor ik echter nergens dat er subsidies zijn voor hetero-festiviteiten. Ergens klopt daar iets niet, want bij mijn weten betekent gelijk niet minder, maar ook niet meer. Toen ik las dat Defensie dit jaar ook met een boot aanwezig zou zijn op de Gay Pride, viel ik helemaal van mijn stoel. Wat een absurde verspilling van ons belastinggeld – en dat in deze bar slechte economische tijden, waarin we iedere cent kunnen gebruiken!

Evenementen als de Gay Pride zouden mijn inziens louter uit private gelden gefinancierd moeten worden, en op een afgehuurd privé terrein moeten worden gehouden waar mensen die hier geen belangstelling voor hebben er ook geen last van hebben, net als bij zoveel andere (minderheids-)evenementen het geval is. Subsidies voor homo-organisaties dienen onmiddellijk stopgezet te worden, tenzij er ook subsidies komen voor hetero-organisaties. Nogmaals: gelijk is niet minder, maar ook niet meer!

Persvrijheid: de media aan de macht











Een grondig misbruikte vorm van vrijheid is zonder meer de persvrijheid. Tegenwoordig mogen er artikelen worden gepubliceerd waarin anderen openlijk tot op het bot worden zwartgemaakt en beledigd. Persvrijheid is in mijn begrippen de vrijheid om je mening openlijk te publiceren. Natuurlijk mag je daarbij stevig in debat gaan met een ander. Meningen verschillen immers vaak, en dat hoeft niet eens per definitie iets slechts te zijn, want van elkaars mening kun je leren en meer dan eens komt het voor dat de beste oplossing voor een probleem voortvloeit uit een combinatie van meerdere meningen. Het moet echter wel leuk blijven en niet ontaarden in kansloze scheldpartijen en beledigingen over en weer. Men kan welliswaar naar de rechter stappen en iemand die zich hieraan ten nadele van hem/haar schuldig heeft gemaakt aanklagen, maar de gang naar de rechter is doorgaans een lange, kostbare en slepende procedure. Daarom zal dit middel niet snel worden ingezet. Bovendien zijn de kosten die hierbij komen kijken dusdanig hoog dat mensen met een laag inkomen zich dat niet eens kunnen veroorloven, en wat mij betreft is gerechtigheid iets dat er voor iedereen moet zijn, ongeacht de hoogte van het inkomen.

Dan is er nog het journalistiek beroepsgeheim, waarbij journalisten indien gewenst geen bronnen hoeven te noemen waar ze hun informatie vandaan halen. En dat is iets dat maar al te vaak botst met het belang van justitie. Rechtszaken zijn immers meer dan eens afhankelijk van informatie die alleen bij journalisten vandaan kan komen. Alleen bij de rechter kan het besluit van een journalist om een bron geheim te houden worden aangevochten. Dit betekent dat journalisten een ongekend hoge mate van macht hebben, daar -net als bij gevallen van smaad- de gang naar de rechter doorgaans een lange, kostbare en slepende procedure is en om die reden niet snel zal worden ingezet.

Betekent dit dat ik tegen persvrijheid ben? Nee, absoluut niet, daar ben ik eigenlijk juist een groot voorstander van. Ik vind alleen niet dat deze vrijheid moet worden misbruikt, en helaas zie ik maar al te vaak dat dit voorkomt. De wetgeving met betrekking tot het journalistiek beroepsgeheim dient grondig te worden herzien, en wel zodanig dat deze geen belemmering meer vormt voor het recht.

Vrouwen vaker lustobjecten als gevolg van legale prostitutie
Als het gaat om de gelegaliseerde prostitutie in Nederland, maak ik mij vooral zorgen om de manier waarop er tegen vrouwen wordt aangekeken: meer en meer veranderen zij in lustobjecten, daar de pornografische wereld ze maar al te vaak als zodanig profileert. De legalisatie van de prostitutie versterkt dat effect. Natuurlijk is het de keuze van de prostituees zelf om in de prostitutie te gaan werken en als lustobjecten beschouwd te worden, maar het feit dat bordelen in bedrijven zijn veranderd (alweer zo’n leuke bron van overheidsinkomsten; net als coffeeshops dragen ook legale bordelen immers BTW af) heeft wel indirect een negatieve invloed op de manier waarop er tegen vrouwen wordt aangekeken. Zoals computerspelletjes die veel geweld bevatten tot agressie leiden, leidt legale prostitutie ertoe dat mannen het steeds normaler gaan vinden om vrouwen als lustobjecten te beschouwen. Aanrandingen en verkrachtingen kunnen hiervan een logisch gevolg zijn.

Dat een klein groepje vrouwen als lustobject wil worden gezien heeft een groot nadeel voor het overgrote deel van hen dat hier absoluut niet op zit te wachten. Bovendien groeit de jeugd vaker op met het idee dat prostitutie een doodgewone zaak is in ons land, en beschouwen zij vrouwen vaker als lustobjecten naarmate zij vaker pornografische beelden zien, zoals bleek uit het artikel ‘Porno kijkende jeugd ziet vrouw als lustobject’ op de website van het AD. Wat mij betreft is er meer dan genoeg aanleiding om te pleiten voor de sluiting van oude en een verbod op nieuwe bordelen. Voor ouders van kinderen, maar ook voor onderwijzers is er een rol weggelegd om erop toe te zien dat hun kroost vrouwen als mensen zal beschouwen in plaats van lustobjecten.

Nationaal imago
Vanuit internationaal oogpunt begint Nederland steeds meer bekend te staan om wiet en prostitutie. Inmiddels zijn we al zo ver dat er in souvenirswinkeltjes diverse artikelen gekocht kunnen worden met de afbeelding van grote wietbladeren of prostitutie-gerelateerde zaken die naar Nederland verwijzen. We zouden ons eens met z’n allen af moeten vragen of dat inderdaad hetgeen is waar we om bekend wíllen staan. Persoonlijk denk ik namelijk niet dat we daar trots op kunnen zijn, integendeel.

Absolute vrijheid is anarchie
Mijn inziens begint Nederland langzaam maar zeker af te glijden naar een staat waarin simpelweg alles kan en mag, en dat allemaal onder de noemer van ‘vrijheid’. Men lijkt zich meer dan eens niet te realiseren dat vrijheid welliswaar een kostbare verworvenheid is, maar dat absolute vrijheid deze zelfde kostbaarheid geheel ongedaan kan maken. Dat het Openbaar Ministerie weigert om een pedofielenvereniging te vervolgen vind ik ronduit alarmerend, evenals de steeds opdringerige vormen die de homo-emancipatie in ons land aanneemt en evenals het feit dat de overheid er klaarblijkelijk geen enkele moeite mee heeft dat een gedeelte van haar inkomsten voortvloeit uit overduidelijk negatieve elementen in onze samenleving zoals drugshandel en prostitutie. Dit soort zaken kunnen het vertrouwen van de burger in onze rechtsstaat ernstig aantasten. Een land dat absolute vrijheid kent staat immers gelijk aan een anarchistische staat.








 

3
Word fan
Delen
Ongewenst

Laat een reactie achter

+0 -0- x

Dikkiedik1964 schreef op 07 Jul 2011 om 22:40

Mooi stuk ben het met het grootste deel helemaal met je eens, zeker omtrent de pedofielen vereninging.
En het hypocriete van de regering omtrent de coffeeshops

Reageren?

Registreer of log in om te reageren op een artikel.
Dit artikel bevat:
Toelichting: