Na een ernstig auto-ongeluk speelde zich in mijn hoofd een “film” af in de eerste dagen in het ziekenhuis. In die dagen werd ik door de doktoren in een kunstmatige coma gehouden. In deze artikelenserie ga ik deze “film” (in twee afleveringen) beschrijven. Ik wil er hiermee o.a. de aandacht op vestigen dat je moet opletten hoe je je gedraagt en wat je zegt, wanneer je bij een slapende patiënt in het ziekenhuis op bezoek bent.
Inleiding
In het artikel “Als God het kwade ten goede keert…” heb ik al geschreven over een ernstig auto-ongeluk dat ik heb gehad. Ik heb ook de “film” genoemd die zich in mijn hoofd afspeelde in de eerste tien dagen in het ziekenhuis. In die dagen werd ik door de doktoren in een kunstmatige coma gehouden.
In deze artikelenserie ga ik deze “film” (in twee afleveringen) beschrijven. Hierbij maak ik gebruik van het verhaal, zoals ik dat vrij kort na het ongeluk op papier heb gezet. Hiermee beperk ik de mate van “nagekomen verzinsels”. Het verslag van deze beelden is dan ook waarheidsgetrouw.
Ik wil er hiermee aan de ene kant de aandacht op vestigen dat er meer is tussen hemel en aarde. Maar ook dat je moet opletten hoe je je gedraagt en wat je zegt, wanneer je bijvoorbeeld bij een slapende patiënt in het ziekenhuis op bezoek bent.
Voorgeschiedenis
In februari 1987 haalde ik mijn HEAO-diploma. Op 2 maart – keurig aansluitend dus – moest ik mij melden in Bergen op Zoom. De Minister van Defensie wenste mij in Ossendrecht op te leiden tot korporaal hulpadministrateur. Dienstplicht bestond toen namelijk nog.
In de eerste week van juni gingen wij met een aantal maten naar Antwerpen. Op een verkeersplein ging het bijna mis. Bijna hadden we een aanrijding, maar gelukkig is bijna nog niet helemaal.
Dinsdag 9 juni ging ik voor het laatst naar Ossendrecht. Een week later zou ik overgeplaatst zijn naar een kazerne vlakbij huis. ’s Avonds gingen wij via ons stamcafé in Putte naar Antwerpen. En dat werd laat. Heel laat… Die laatste dag in Ossendrecht beleefde ik dan ook wat minder bewust dan normaal. Verrassend genoeg mocht ik die dag overigens wel mijn MLV-diploma (Militaire Lichamelijke Vaardigheid) in ontvangst nemen. Het doorknokken dat hiervoor nodig was gebleken, zou later uiterst belangrijk en nuttig zijn.
De grote klap kwam bij het inhalen van een vrachtwagen bij Meerkerk. Wij raakten van de weg en ik werd door de losgeslagen (“derde”) achterdeur uit de auto geslingerd. Seconden later kreeg ik – slechts enkele meters boven een sloot – de wagen bovenop mij. Gelukkig waren de hulpdiensten snel ter plaatse en werd ik met de ambulance naar het AZU (Academisch Ziekenhuis Utrecht) gebracht.
Daar werd ik gedurende vijf dagen slapende gehouden op Intensive Care. Na drie dagen bijkomen op IC en twee dagen op High Care, werd ik naar de zaal gebracht. Mijn gedachten gedurende die eerste dagen vormden samen één lange film. Daarover gaat de rest van dit artikel. De ordening van het verhaal is inhoudelijk, niet chronologisch.
De film
Varende dokters
Aan het begin van de film kreeg ik een brief om naar Antwerpen te komen. Er had een bijna-ongeluk plaatsgevonden en men wilde in het ziekenhuis onderzoeken of mij niets mankeerde. Bij binnenkomst werd ik allerlei donkere kamers doorgeleid, tot ik in een zaal kwam waar een blonde verpleegster mij opwachtte. Aangezien er geen dokter in de zaal was, begon zij vast met de voorbereidingen voor de operatie. Ik lag me daar alleen maar af te vragen wat ik er eigenlijk deed. Er was immers niet ècht een ongeluk gebeurd?!
Na de operatie maakte de verpleegster – dochter van de dokter – met hechtingen in de liesstreek de wond dicht. Nu zou het met rust volkomen moeten genezen. Maar… er kwamen complicaties. De hechtingen zaten te strak en bij de minste beweging schoten ze los. Het bloed spoot eruit. Toch slaagden de medici erin dit te stelpen, zodat de kans op overleven bleef.
Korte tijd later kwam er een andere arts – een neuroloog. Hij controleerde mijn ogen, armen en benen en zei dat ik naar huis zou mogen. Er lag een treinkaartje voor me klaar en ze brachten mij naar het station. Het laatste deel moest ik echter lopen. De weg naar het station leek wel het Wenceslasplein in Praag. Heel vreemd, maar ja… alles is mogelijk. Ik was tenslotte wel eens in Praag geweest.
Uiteindelijk kwam ik bij een gracht, waar ik op een boot de blonde verpleegster zag met de artsen die mij hadden geholpen. De ene arts was nogal lang, had een vierkant gezicht, gemarkeerd met een grote bril. De ander was een stuk kleiner, had grijs/zwart haar en een baard en een snor. Zij ontfermden zich weer over mij en voeren over de grachten. De varende artsen…
[ Het beeld van het ziekenhuis in Antwerpen kwam terug toen mijn moeder jaren later in Almere lag. Dit was een absolute blik van herkenning.
Bij een van de controles in het AZU bleek bovenstaande neuroloog werkelijk te bestaan. Ik herkende hem direct toen ik hem zag. ]
“Zelfmoord is pijnloos”
Na enkele nieuwe onderzoeken meerden we aan en werd ik op de kant getild. Zo akelig lang had ik met mijn hoofd naar beneden gelegen, dat ik er “niet goed” van werd.
Vervolgens werd ik in een vrachtwagen getild, die mij naar Utrecht zou brengen. Dat was immers een stuk makkelijker bereikbaar voor mijn ouders. Met grote spoed werd ik daarheen gebracht. Ergens onderweg stopten we echter. Het werd benauwd. Het werd zwart… Ik lag weer buiten op de weg. Hoe ik daar kwam, waar de vrachtwagen gebleven was, ik zou het niet weten.
Er kwamen mensen omheen staan. Ze begonnen tegen elkaar te praten en zeiden dat dit echt een zelfmoordpoging was. Terwijl ik daar lag en niemand iets deed, kwam er een politieagent bij. Maar dan wel in dokterskleren. Hij keek even wat er aan de hand was en zei toen tegen de omstanders: “Als mensen zo zelf een leven willen beëindigen, moeten ze het zelf maar weten”. Dat was het moment waarop ik tot God bad met de woorden: “Heer, zo heb ik het niet gewild”. Daarna kreeg ik weer lucht, kon ik weer ademhalen.
Om mij heen zag ik nog vele andere mensen liggen. Bij allemaal werd bloed toegediend. Maar de flessen die er hingen raakten leger en leger, ook de mijne. De een na de ander legde het loodje vanwege het bloedverlies. Toch werden nergens nieuwe flessen aangebracht. Uiteindelijk bleef ik als laatste over. Er zat geen bloed meer in de fles. Ik verloor nog steeds bloed uit mijn lichaam. Maar ik ging er maar niet onderdoor. En daar was toch echt het wachten op, volgens de medici. Maar dan konden ze wachten tot ik een ons woog, want ik moest en zou doorknokken. Ik moest ze de baas zijn! Na uren afwachten gaven de medici het op. Zij besloten mij toch weer bloed te geven. Op dat moment werd er weer leven in mij gepompt.
Plotseling was ook de vrachtwagen weer terug. Ik werd daar weer in getild en naar Utrecht gereden. Een diep dal was gepasseerd.
In Utrecht aangekomen brachten ze mij naar binnen. Ik kwam in een groot bed met witte lakens te liggen. De lakens moesten echter regelmatig verschoond worden. De verpleegsters werden er gek van. Daarom werd ik uiteindelijk verbannen naar een andere kamer. In die kamer – ergens beneden – werd ik in mijn bed aan handen en voeten gebonden. Boven mij hing allerlei apparatuur. Het bruisende spul daarin werd na een tijdje knap irritant. Ik kon mijn ogen er bijna niet vanaf houden.
[ In de eerste kerkdienst die ik – eenmaal weer thuis – meemaakte, werd o.a. Psalm 116 gezongen. Vers 2 hiervan luidt: “Toen de benauwdheid dreigend op mij viel en angsten voor het doodsrijk mij bekropen, heb ik de naam des Heren aangeroepen en weende: Heer, mijn God, bewaar mijn ziel”. ]
De bus
Plotseling was er paniek in de tent. Een groepje oorlogsmisdadigers was agressief geworden en ontsnapt. Ze liepen buiten en waren gewapend. Het verplegend personeel moest wel naar de wapens grijpen en op zoek gaan.
Op “mijn afdeling” bleef slechts één verpleger achter. Na een tijdje werd een nieuwe patiënt in het bed naast mij gelegd. Dit bleek een van de (vermomde) oorlogsmisdadigers, die de verpleger met een geweer bedreigde. Maar ik slaagde erin mijn armen los te maken. Nu kon ik net bij de slangen van mijn buurman en ik trok ze los. Hoe dit verder afliep weet ik niet, want het kostte teveel kracht. Het werd weer zwart voor mijn ogen.
Toen ik weer beeld kreeg, liet iemand mij een krantenartikel zien. Op één foto werd een auto de weg opgetakeld, op een andere waren brandweerlieden die auto - voor het optakelen – aan het inspecteren. Daarop werd mij verteld dat ik dan wel fotograaf was, maar dat er nu foto’s van mij gemaakt moesten worden. Ik werd overeind gezet en kreeg een bord achter mijn rug. Iedereen liep weg, terwijl ik de adem in moest houden. En dat werd – ook verderop in de film – vele malen herhaald.
Op een gegeven moment lag ik weer in de zaal beneden. Er kwam een bus voorrijden. De passagiers werden rondgeleid. Maar ineens bleek dat niet alle oorlogsmisdadigers opgepakt waren. Een van hen gijzelde ons en wilde een vrijgeleide met de bus naar Schiphol. Vandaar wilde hij met een vliegtuig naar Thailand. Dat waren angstige uren. Uiteindelijk werden we in de bus gezet en reden ’s nachts naar Schiphol. De buschauffeurs zagen er overigens hetzelfde uit als de varende artsen uit het begin van de film. In Amsterdam werden wij – de patiënten – vrijgelaten en teruggebracht naar Utrecht. Het vliegtuig vertrok en de terrorist had zijn zin gekregen.
[ Het vreemde was dat die bus was ingedeeld als een huiskamer. De spullen die er stonden hadden bij mijn oma en mijn tante in de kamer gestaan. En de bus zelf bestond uit twee tegen elkaar gezette kasten van het model bij hen thuis.
Wat betreft het fotograaf zijn: ik heb – zeker in Ossendrecht – veel foto’s gemaakt tijdens mijn diensttijd. ]

Slotwoord deel 1
Hier eindigt de eerste aflevering van deze miniserie. Volgende week zal ik deel 2 gaan plaatsen. Ik hoop natuurlijk dat jullie ook dat tweede deel straks zullen lezen.
Laat een reactie achter
Ben schreef op 12 Nov 2011 om 20:25
Een plus. En het zal je maar overkomen. Mijn vrouw en ik weten van elkaar dat, als er iemand in coma zou komen, dat we gewoon moeten doen (alsof je bij kennis bent) EN zeker geen stekker eruit trekken. Het idee alleen al; nee dat laten we over aan God. Een goed weekeinde.
Lid sinds 2 jaar
1864 reacties geplaatst
2554 artikelen beoordeeld
133 artikelen geschreven
Gerelateerde artikelen
RachelenHans beveelt aan
- Zinkzalf; een wondermiddeltje dat je zeker in huis moet hebben!
- Alle producten van Zwitsal
- Moet je altijd maar kunnen 'vergeven en vergeten'?
- De film Doodslag.
- Brief aan God
- Mijn ontmoeting met een echte maffiabaas.
- De religie zonder naam: Is 'de wetenschap' echt wetenschap?

Easy sale bij Wehkamp Tot 40% korting.







Merel schreef op 12 Nov 2011 om 16:52
Ik ben benieuwd naar het vervolg!